Een hoogbegaafd kind is aanvankelijk een genot voor de omgeving. Familie en vrienden bewonderen ademloos hoe een kleine 'slimbo' al snel de krant leest. Broers en zussen zien hoe het jongere kind in een handomdraai hun huiswerk maakt. Maar als een slimbo ouder wordt, ontstaan de problemen. Leraren hebben nauwelijks tijd om het vooruitwerkende talent te begeleiden en het kind zelf verveelt zich te pletter. De laatste tijd staan hoogbegaafden volop in de schijnwerpers. Deskundigen en ouders schreven boeken waarin ze de vaak moeilijke jeugd van de slimme medemens benadrukken of juist relativeren. Aan aparte clubjes voor hoogbegaafden is inmiddels geen gebrek meer. Maar tobben blijft het. “Als je hoogbegaafd bent moet je de hele tijd zorgen dat je niet overal wordt uitgekotst.”
Als het boek uit is, is Hagar elf en zit ze op een categoraal gymnasium in de tweede klas. Je zou denken: op zo'n school voelen ze goed aan dat een verstandelijk begaafd kind méér te doen moet krijgen. Voeren die gymnasia hun strijd om de zelfstandigheid (tegen een overheid die 'brede scholengemeenschappen' wil, met elke onderwijssoort in voorraad) immers niet vaak met het argument dat ze gespecialiseerd zijn in het slimme, leergierige kind?
Viel dat even tegen. Vooruitwerken mocht wel, maar vragen stellen over die nieuwe stof mocht niet. Hagar moest toetsen en repetities maken op het moment dat de klas eraan toe was - niet op háár moment. Als Hagar een werkstuk maakte omdat een onderwerp haar interesseerde, kreeg ze daarvoor geen cijfer.
Moeder Ina, zuur: “Toen Hagar deze zomer van die school afging heb ik ze nog even gebeld. 'Hagar kwam vol verwachting bij jullie en vertrok als een hoopje ellende', zei ik. Dat vonden ze niet leuk. Maar zo was het wel.” Nu zit Hagar op de gymnasium-afdeling van een scholengemeenschap.
Eerder, op de basisscholen, ging het eigenlijk niet anders. De eerste keer dat iemand Hagar 'hoogbegaafd' noemde, was ze vier. De juf in groep een, die zelf ook zo'n nichtje had, had de primeur. Hagar las de krant op haar vierde, en maakte het huiswerk van haar broer uit groep zeven toen ze zelf in groep vier zat. Die hoogbegaafdheid van Hagar stond bekend als 'leuk' zolang zij van de school geen extra werk vergde. Nee, ze mocht niet meedoen met het niveaulezen van groep drie. Op een tweede basisschool, van het Montessori-type, gingen de leraren ervan uit dat zulk onderwijs zo individueel is dat ook Hagar wel aan haar trekken zou komen. Maar dat was niet zo.
Toch mocht Hagar geen klas overslaan. Omdat er dan gaten in haar kennis konden vallen. Omdat het slecht zou zijn voor haar emotionele ontwikkeling.
Drogredenen, vindt haar moeder. Hoe zouden er gaten kunnen ontstaan wanneer simpelweg telkens blijkt dat ze de stof snapt? En wat is dat voor vooroordeel, dat de emotionele ontwikkeling van een hoogbegaafd kind geen gelijke tred zou houden met haar kennis?
Vanuit de Verenigde Staten krijgt moeder Barreveld daarin gelijk. Sharon J. Lynch, onderzoeker van de George Washington University, zette de studies naar het welbevinden van hoogbegaafde kinderen die een of meer klassen vooruitgezet werden op een rijtje, en zette het resultaat op Internet. Van 'vooruitzetten' krijgt een hoogbegaafd kind altijd meer plezier in school, beweert Lynch. Soms worden ze vriendjes met de meer teruggetrokken kinderen in de hogere klas, soms met de kinderen die juist erg op hun gemak zijn. Vooral hoogbegaafde meisjes blijken eigenlijk pas in een hogere klas vriendinnen op te doen. “Maar leerkrachten”, zegt ook Lynch, “omhelzen het idee vaak langzaam.”
Met de andere Barreveldjes ging het eigenlijk niet anders. Toen de oudste zoon Jethro jaren geleden thuiskwam van zijn eerste dag op de basisschool, zei hij tegen zijn moeder: “We hebben vanmorgen 'boom' gehad. Dan gaan we morgen zeker 'roos' leren.” Zo klein als hij was voelde hij wel aan dat de school een plaats is waar je je verveelt. Rachel en Judith, twee dochters die jonger zijn dan Hagar, vertonen ook al tekenen van hoogbegaafdheid - en dus ook van de kwalen en de risico's die dat met zich meebrengt. Verveling, en 'onderpresteren': er met je pet naar gooien omdat de lessen je totaal niet uitdagen. Menig hoogbegaafd kind haalt daardoor slechte rapporten. Eigenlijk is bij Barreveld thuis alleen Japhet een 'gewone' leerling. Die heeft een leuke schooltijd, gelooft z'n moeder.
Hoe komt dat, al die hoogbegaafdheid hier in huis?
Ina Barreveld: “Daar zijn verschillende theorieën over. Een zegt bijvoorbeeld dat hoogbegaafdheid een genetische kwestie is.”
Hagar: “Ja, dat extra gen wordt er bij gedaan als ouders bezig zijn met die reageerbuizen. (Stilte) Dat is een grapje, trouwens.”
Maar afgezien van de genetica, doen jullie hier thuis ook iets speciaals?
Ina Barreveld: “Nou, het milieu zal er ook wel aan bijdragen. We lezen hier wel graag, ja.”
Hagar: “En pappa zoekt altijd alles op wat hij niet weet.”
Ina: “Als ik de kans had gekregen had ik ook goed kunnen leren. Ik heb alleen huishoudschool, maar bij de Open Universiteit heb ik verschillende cursussen gedaan, later.
Hagar: “Toen had ze één keer een zeven en verder hogere cijfers.”
Wanneer begon je voor het eerst zelf te merken dat je anders was dan andere kinderen?
Hagar: “Ik weet nog wel dat ze het op de peuterspeelzaal leuk vonden dat ik al kon lezen. Toen mocht ik daar de andere kinderen voorlezen. Maar verder weet ik het niet meer zo goed van mezelf. Ik zie het wel met m'n zusje gebeuren. Tot haar vierde vonden mensen het leuk, een slim kind. Maar daarna gaat het ze ergeren.”
Ina: “Een hoogbegaafd kind heeft een zeer goed geheugen. Als iemand hier op bezoek is en die zegt 'de volgende keer neem ik een zak drop mee', dan onthoudt ze dat. Ook als het zes maanden later is. Een kind van die leeftijd wordt niet geacht zo'n goed geheugen te hebben. Dat vinden mensen bedreigend.” (Tegen Hagar:) “Jij hebt het wel meegemaakt dat je niet werd uitgenodigd voor een verjaardagsfeestje.”
Hagar: “Ja, omdat ik te druk was. Pffff.”
Was je druk?
Hagar: “Mwah, ik was misschien wel druk ja, toen. (stilte) Maar ik heb dat kind wel voor paal gezet, dat me niet uitnodigde. Dat heb ik natuurlijk zitten doorlullen.”
Ina: “Als je hoogbegaafd bent val je buiten je leeftijdsgroep. Dan kun je twee dingen doen: verzet plegen, maar dan lig je eruit. Of: je aanpassen. Dan word je onzichtbaar. Je kunt ook de ene keer het een en de andere keer het ander doen. Maar dan weten de mensen niet wat ze aan je hebben.”
Hagar: “Scholen zijn er altijd zo tegen dat je met oudere kinderen in een klas zit. Maar dat is echt onzin. Ik heb daar geen problemen mee. Ik ga altijd met ouderen om. Op school zit ik als 't even kan naast m'n vriendin, maar als dat niet kan zit ik naast een jongen van achttien. Ik vind, je moet uitgaan van iemands capaciteiten, niet van iemands leeftijd. En ook niet van het gemiddelde in de klas. Dat deden ze op die Montessorischool heel erg.”
Heb je nu, in deze klas, wel het idee dat je tussen gelijkgestemden zit?
Hagar: (stilte) “Ja, grotendeels wel. Al denk ik wel dat ik het nog altijd een beetje sneller begrijp dan de anderen. Maar het verschil is niet meer zo groot. Dat was echt vreselijk. Iemand anders die goed kan leren heeft misschien wel belangstelling voor de vragen van andere leerlingen. Maar ik niet. Want wat vragen ze: wat de leraar net heeft staan uitleggen. Of wat een paar regels hoger in het boek staat. Hoor eens, ik kan zelf wel lezen. Ik word daar dus echt gek van.”
Dat het op school saai is geldt niet alleen voor hoogbegaafde kinderen. De meeste mensen leggen zich daar bij neer. Jullie niet.
Ina: “Omdat een school dat namelijk helemaal niet hoeft te zijn. Ik weet trouwens niet of school voor 'gewone' leerlingen wel zo saai is. Hagars broer Japhet zit in atheneum 4, en die heeft het wel degelijk naar z'n zin. Vorig jaar niet, maar dit jaar heeft hij een exact pakket en nu heeft hij plezier.”
Hagar: “Ja, maar wel met brugger-gedrag hoor. Pepernoten naar de lerares gooien enzo, dat vindt-ie leuk.”
Ina: “Hagar wil zo veel mogelijk leren, Japhet wil zo veel mogelijk plezier hebben. Op een school waar Hagar niet krijgt wat ze zoekt, daar verandert ze in een hoopje ellende. Dan ontwikkelt ze weerzin - tegen een bepaald vak, of tegen naar school gaan. Dan begint ze ook onvoldoendes te halen. Haar tweede rapport in de tweede klas, vorig jaar, was echt slecht: drie vieren en twee vijven, of zoiets.”
Hagar: “Ik had toen helemaal niks uitgevoerd, want ik zat middenin het gezeur. De rector van die school was er tegen dat ik nog een keer een klas zou overslaan, en de leraar wiskunde liet me wel vooruitwerken maar als ik daarover een vráág had, mocht ik die niet stellen. Nu gaat het beter: drie vijven, voor wiskunde, scheikunde en geschiedenis. Ik wou altijd gynaecoloog worden, maar met die scheikunde zal dat wel moeilijk worden. Als je hoogbegaafd bent moet je eigenlijk de hele tijd zorgen dat je niet overal wordt uitgekotst.”
© - Alle rechten voorbehouden.
Lees de gebruiksvoorwaarden.