*

 
dossier

Archief

Over verkeersdrempels: terug naar Middeleeuwen

W. VAN DER LINDE − 22/01/98, 00:00

Binnen de bebouwde kom van veel gemeenten, waarbij deze bebouwde kom soms reikt tot ver buiten de bebouwing, wordt Nederland onberijdbaar gemaakt voor gemotoriseerd verkeer. Een netwerk van verkeersdrempels in allerlei uitvoeringen, soms zachtglooiend maar vaak scherp oplopend, moet het verkeer tot de gewenste lagere snelheden dwingen. Dat lukt meestal vrij aardig, alleen snelle, goedgeveerde bolides kunnen de drempels nog met (te) hoge snelheid passeren.

Deze Middeleeuwse techniek belemmert echter niet alleen de hardrijders maar ook het verkeer dat met de voorgeschreven lage snelheid over de drempels rijdt. Verhoogde schokbrekerslijtage en andere materiële ellende, zeker ook bij autobussen, verhogen alleen maar de vervoerskosten. Daarnaast veroorzaken de schokken ook hinder en soms letsel bij bejaarden en reumapatiënten, vooral indien zij aangewezen zijn op openbaar bus-, belbus-, ambulance- of ziekentaxivervoer. Dit openbaar vervoer heeft veelal stuggere schokbrekers dan de privé auto's.

Een taxirit naar huis na een poliklinische behandeling in een ziekenhuis is hierdoor een ware kwelling. Is het niet onbegrijpelijk dat gemeenten hier teruggrijpen op Middeleeuwse foltertechnieken, waarmee behalve de 20 procent boosdoeners ook de goedwillenden gekweld en gepijnigd worden. En dit in een land waar toch moderne technieken beschikbaar zijn om de boosdoeners selectief te straffen. Een automatische, in een robuust straatmeubel ingebouwde flitscamera is zeker bij massaproductie veel goedkoper dan een verkeersdrempel. Indien de boete voor te hard rijden voldoende hoog is zal iedereen zich ongeschokt aan de voorgeschreven snelheid houden.

mailIcon print |