Mannen in jurkjes zijn het helemaal. Op wankele naaldhakken en voorzien van een dikke laag make-up bestormen ze tv-studio's en populaire disco's. Een feest is pas echt gaaf, als er één of meer travestieten te gast zijn. De tegenpolen, vrouwen die zich als man verkleden, zijn echter uit. In de negentiende eeuw was dat echter wel anders. 'Mannelijke vrouwen' in velerlei gedaante trokken toen de aandacht.
Een groot verschil tussen de vrouwelijke mannen van tegenwoordig en de mannelijke vrouwen van toen is dat de laatsten juist niet wilden opvallen. De mannenkleding diende een praktisch doel. Een man kon in die tijd veel meer doen. Het bedrog was niet zonder risico. Eenmaal ontmaskerd wachtte sommige vrouwen veroordeling door de rechter. Eind vorige eeuw vatte de denkwijze post, dat de mannelijke vrouwen aan een ziekelijke afwijking leden. Zo vielen ze in handen van medici. In die jaren werd het dragen van mannenkleding door vrouwen langzamerhand ook gezien als teken van emancipatie.
Historica Geertje Mak (35) deed vijf jaar lang onderzoek naar deze veranderende opvattingen over mannelijke vrouwen tussen 1815-1914. Het was een uitgebreid onderzoek, zoals altijd wanneer men de geschiedenis van ideeën aan het licht wil brengen. “Ik heb gekeken naar romans, krantenberichten, historische levensbeschrijvingen, medische rapporten en seksuologische case-studies, waarin als mannelijk betitelde, als man verklede en zelfs tot man verklaarde vrouwen worden beschreven.” Op 17 januari verdedigt ze haar proefschrift Mannelijke vrouwen: over de grenzen van sekse in de negentiende eeuw.
Maks proefschrift lijkt nu al een succes. De media smullen van het onderwerp, ze is op de lokale radio van Utrecht geweest en verschillende kranten willen een interview met haar. De historica vindt dat in principe geen probleem, maar heeft wel de nodige reserves tegenover de pers. “Wat ik heb willen vermijden, is dat mijn proefschrift een rariteiten-kabinet wordt. De mensen houden erg van de anekdotes over mannelijke vrouwen.”
Ze heeft gelijk. Bij het openslaan van haar boek, valt het oog meteen op een oude foto van een ware hermafrodiet. Het dwingt tot kijken. Het beeld is in close-up, het moest honderd jaar geleden duidelijk zijn, dat het toch echt om een man of vrouw ging, de combinatie was volgens de toenmalige opvattingen uitgesloten.
Ook de verhalen over de Jeanne d'Arcs van de negentiende eeuw zijn sappig. Zoals de vrouw die het schopte tot stuurman op een schip en de wereld over voer. Een ander vocht jaren als soldaat, zonder dat iemand haar ontmaskerde. Sommigen speelden hun mannenrol zo goed, dat hun echtgenotes, zelfs in bed, niets merkten. Het blijft een raadsel hoe dit kon, maar vaststaat dat niet al deze huwelijken dekmantels waren voor lesbische verhoudingen. Mak houdt echter niet van het oprakelen van de anekdotes. “Wat mij boeit, zijn niet alleen de verhalen, maar de vraag wat het effect van deze vrouwen op het denken over sekse was. Ik wil weten hoe de mensen erover praatten.”
Mak ontdekte dat rond 1870 de maatschappelijke houding tegenover als man verklede vrouwen veranderde. Voor die tijd werd het alleen als bedrog gezien en kwamen ze voor de rechter. Wanneer er ook officiële papieren onder een jongensnaam waren getekend, wachtte een gevangenisstaf. Was dit niet gebeurd, dan ging de ontmaskerde weer gewoon door het leven als vrouw, alsof er niets was gebeurd. Later probeerde men een verklaring te vinden voor het mannelijke gedrag van de vrouw. En al gauw werd het als de ziekelijke afwijking, genaamd 'seksuele inversie', beschouwd.
“Volgens de opvattingen in die dagen bepaalde God niet langer de rol van de man en de vrouw. Het lichaam bepaalde de plaats in de hiërarchie, vrouwen waren zwak, dus ondergeschikt aan de man. Eerst draaiden mannelijke vrouwen alleen de door God gegeven orde om, later werden het zieken van wie de identiteit en de lichamelijke sekse niet in overeenstemming waren.”
De situatie voor de vrouwen verslechterde hierdoor. Met enige verontwaardiging zegt Mak: “Eerst vochten verklede vrouwen nog als soldaten mee in oorlogen, honderd jaar later werd dat voor onmogelijk en ziek gehouden.”
Feminisme en het dragen van mannenkleding liepen door elkaar. George Sand is daarvan een voorbeeld. De bekende feministe en schrijfster was één van de studie-objecten van Mak, want Sand droeg nogal eens mannenkleding. Toch moeten de feministische motieven van Sand wat betreft kleding niet worden overdreven. “Ze wilde wandelen door Parijs en reizen maken, dat ging niet op damesschoenen of met die trutterige jurken van die tijd. Dus niks diepe psychologische redenen, het was gewoon praktisch.”
Bewust hield de historica alle psychologische verklaringen voor mannelijke vrouwen buiten haar onderzoek. Ze was niet zozeer in de vrouwen op zich geïnteresseerd, maar in de ideeën over hen. Er was echter nog nog een reden: “Ik wilde niet opnieuw vrouwen tot object van psychologisch onderzoek maken. Dan maak je ze weer zwak”, verklaart ze.
Ze was en is veel meer geboeid door de soms vreemde reacties van de buitenwereld. Om deze te schetsen vertelt de historica over een dappere vrouw die op haar vijftiende jaar besloot zich als man voor te doen en te gaan reizen. Na vele avonturen viel ze door de mand. Er werd een psychiater bijgehaald die haar mannelijke psychische sekse verklaarde naar aanleiding van problematische jeugd en en haar brede schouders. Dit alles zou tot haar 'afwijking' hebben geleid, meende de wetenschapper. Lachend zegt Mak: “Een vrouw die zoveel beleefde en dan zo'n verhaal van een psychiater!”
Hoewel haar onderzoek zich tot 1914 beperkte, is Mak niet bang haar bevindingen naar het heden door te trekken. Volgen de historica moet iemand tegenwoordig nog steeds een andere innerlijke sekse hebben om zijn of haar uiterlijk te laten veranderen. Vrouwen die man willen zijn, worden geacht ook in de psyche man te zijn. “Je moet zevenduizend gesprekken hebben, voordat je van geslacht mag veranderen. In het ziekenhuis worden vragen gesteld als, speelde u vroeger met poppen?”
Mak concludeert dat die zienswijze maar weinig van de door haar bestudeerde gevallen uit het begin van deze eeuw verschilt. Ter vergelijking vertelt ze het relaas van een aantal vrouwen uit het begin van deze eeuw, dat Mak in Duitse archieven vond.
De beschreven vrouwen, die zich als man kleedden, wilden officiële jongensnamen, om als echte kerels door het leven te kunnen gaan. Het was aan de politie deze te verstrekken. Alvorens die daartoe overging, moest eerst een verklaring van een psychiater worden getoond. Daarin diende te worden bevestigd dat de vrouwen inderdaad de psyche van een man hadden. Voor de politie was het rapport overigens niet overtuigend genoeg.
De opvattingen over mannelijke vrouwen blijven veranderen. En over veel dingen is men het nog niet eens. In de sport wordt bijvoorbeeld nog steeds gediscusieerd welke vrouwen in de damescategorie mogen uitkomen. Te veel mannelijke hormonen is voor vrouwen voldoende om voor de Olympische Spelen te worden uitgesloten. Een aantal uitgesloten vrouwen probeert dit aan te vechten.
Over de grenzen van de sekse geeft aan hoe tijdsgebonden en betrekkelijk de geslachtsbepalingen zijn. Het roept de vraag op wat nu eigenlijk een vrouw is. Mak: “Iedereen denkt dat er gewoon twee biologische geslachten bestaan. Maar zo simpel ligt het niet. Het is maar de vraag wat een man is en wat een vrouw. Kijk je naar de innerlijke identiteit, de hormoonspiegel, de organen in het lichaam of die daar buiten? Feit is, dat wanneer je tussen de stereotypen van de geslachten in gaat zitten, er nog altijd spottend over wordt gedaan.”
© - Alle rechten voorbehouden.
Lees de gebruiksvoorwaarden.