NAIROBI - President Daniel arap Moi heeft zijn laatste inauguratie-feestje achter de rug. Hij begint nu aan zijn laatste vijf jaar als staatshoofd van Kenia. Kenia blijft daarmee een natie met een leider van de oude garde, met een staatshoofd met bijna totalitaire macht. Opnieuw heeft Kenia de kans gemist een land te worden onder leiding van jongeren, die meer op hebben met democratie.
De 73-jarige Moi wacht een zware taak; het opvijzelen van het vertrouwen in hem en zijn Kanu-partij. De schandalige gang van zaken rond de verkiezingen verschaft weinig legitimiteit aan de winnaars. Moi herhaalde gisteren tijdens zijn beëdiging enkele schone verkiezingsbeloften. Hij wil Kenia ontwikkelen en ten strijde trekken tegen de wijdverbreide corruptie. Die uitspraken doen menige Keniaan in de lach schieten. Tenslotte raakte het land onder zijn leiding meer en meer in de greep van de corruptie.
Het verval is enorm. Er zitten meer kraters in de wegen dan er asfalt op ligt. Water en electriciteit zijn in tal van gebieden uitzonderingen. Medische zorg en goed onderwijs zijn een luxe. De bestrijding van de corruptie wordt een enorme klus. Niet alleen is deze diepgeworteld in de cultuur, maar ook komt ze voor tot in de hoogste regeringskringen. De president zal mensen uit zijn naaste omgeving moeten aanpakken om het goede voorbeeld te geven.
De verkiezingsbeloften van het bejaarde staatshoofd lijken deels te zijn ingegeven om het buitenland te vriend te houden. Kenia, een ontwikkelingsland, is tegen wil en dank afhankelijk van financiële steun van donoren. In het eerste decennium van Mois bewind hoefde hij weinig concessies te doen aan het buitenland. Hij kon zich veel permitteren. Kenia was tijdens de koude oorlog tenslotte een trouwe en strategische bondgenoot van de Verenigde Staten en West-Europa. Veel werd door de vingers gezien en de beurs stond altijd open.
Belang
Maar met de val van de Berlijnse muur verloor het land aan belang. Opeens begon het Westen eisen te stellen als democratisering en liberalisering. Onder druk en nog steeds tegen zijn wil voerde Daniel arap Moi het meerpartijensysteem in. Pluriformiteit in de politiek ziet hij als basis voor etnische conflicten in Kenia. Aanvankelijk bleef de buitenlandse druk beperkt tot een voorzichtig en zacht aandringen. Tenslotte was het Westen gebaat bij Kenia als de oase van rust en stabiliteit in een roerig Oost-Afrika. Maar Moi meende dat het zo'n vaart niet zou lopen en de beslissing vorig jaar van het Internationale Monetaire Fonds en de Wereldbank om leningen te bevriezen kwam dan ook hard aan. Beide organisaties wilden onder andere meer actie tegen corruptie. Een van de eerste verzoenende gebaren in de richting van het IMF en de Wereldbank was het in het leven roepen van een organisatie die de corruptie ging bestrijden, maar echt veel wordt daar niet van verwacht.
Kenia heeft de leningen van het IMF en Wereldbank hard nodig. Eind vorig jaar kwam de regering tegemoet aan fikse salariseisen van onderwijzers. Nu staken verpleegkundigen in staatsziekenhuizen al meer dan een maand over dezelfde eis. Het bezweren van sociale onrust kost geld. Geld dat Kenia niet heeft. Het democratiseringsproces dat begin jaren negentig van start ging, hield eveneens een liberalisering van de economie in. Maar meer dan een begin is er niet gemaakt. De overheid houdt nog steeds een veel te grote vinger in de pap. De leiding van overheidsbedrijven is vaak in handen van loyale aanhangers van de macht. Die kwalificatie garandeert in veel gevallen geen goede bedrijfsleiding.
Het democratiseringsproces en de liberalisering betekenden voor de bevolking niet veel goeds. Velen hadden zich er sterk voor gemaakt, in de hoop op een beter leven. De gewone man plukte echter geen vruchten. De economie verzwakte en meer en meer Kenianen belandden onder de armoedegrens. Het meerpartijensysteem leverde weliswaar politieke pluriformiteit op en vrijere media, maar geen beleg op het brood.
Veel tijd om de afglijdende economie aan te pakken hadden Moi en zijn Kanu-partij niet. Ze werden opeens geconfronteerd met een energie-vretend fenomeen: tegenspel van de oppositie. Het politieke spel vereiste veel aandacht en de verdeel- en heerstaktiek moest worden verfijnd.
Mois ambtstermijn duurt tot 2002. Hij moet evenwel verder denken. Niet aan zijn eigen toekomst, maar aan die van zijn aanhangers en vertrouwelingen. Wie zal er voor hun zorgen als hij straks op zijn boerderij in de Rift Vallei geniet van zijn pensioen? In Kenia loopt politiek langs tribale lijnen. De eerste president van het land was een Kikuyu. Die bevolkingsgroep voer wel bij het presidentschap van Jomo Kenyatta. Tijdens het 19-jarige bewind van Moi is het de beurt aan zijn Kalenjin-stam om een extra graantje mee te pikken. De vraag is uit welke bevolkingsgroep de toekomstige Kanu-leider moet komen, die ook het toekomstige staatshoofd zou kunnen zijn. Welke stam mag straks een extra hapje van de nationele cake en wie zeker niet?
Moi zal hoe dan ook moeten voorkomen dat zijn partij uiteen valt over deze kwestie. De zoektocht naar een gepaste opvolger zal onder zijn leiding plaatsvinden. Optimisten in Kenia hopen dat Moi de macht van de leider gaat verdelen over een president en een premier. Momenteel kent Kenia de functie van eerste minister niet. Als de macht over twee mensen verdeeld kan worden, zouden eventueel twee bevolkingsgroepen aan hun trekken kunnen komen.
Daarvoor is evenwel een verandering van de grondwet nodig.De stokoude constitutie is hard aan modernisering toe. Vorig jaar zijn er enkele wijzigingen doorgevoerd. Daarmee namen Kanu en president Moi de oppositie, die verandering van de grondwet eiste, de wind uit de zeilen. De constitutie wijzigen vereist een tweederde meerderheid in het parlement. Kanu heeft weliswaar een meerderheid, maar die is onvoldoende om zonder de oppositie met de grondwet aan de slag te gaan.
Om aan voldoende steun te komen zullen net als vijf jaar geleden,leden van de oppositie worden gelokt om over te lopen. Een redelijk normaal verschijnsel in een land waar nauwelijks sprake is van partij-ideologie. Geld of andere zoethoudertjes bleken in het verleden wonderen te doen. Een coalitie met een oppositiepartij zou ook een mogelijkheid zijn. Daniel arap Moi ziet evenwel niets in een dergelijke samenwerking, want dat zou immers betekenen dat Kanu concessies moet doen en dat is geen prettig vooruitzicht voor een partij die jarenlang, ongehinderd haar gang kon gaan.
Veel hangt af van de oppositiepartijen. Zouden zij een les hebben geleerd uit het verlies van de verkiezingen, dat mede te wijten is aan hun onderlinge verdeeldheid? Maar al tijdens de eerste vrije verkiezingen maakten ze dezelfde fout, door de krachten niet te bundelen. Zouden ze er nu wel toe in staat zijn? Weinig Kenianen geloven daar nog in.
Bovendien zou een krachtige oppositie de regering ook kunnen verlammen. Terwijl alle aandacht gericht moet worden op wat Kenia werkelijk nodig heeft: stabiliteit, rechtvaardigheid en een gezonde economie.
© - Alle rechten voorbehouden.
Lees de gebruiksvoorwaarden.