PRIZREN - De burgemeester van Orahovac in zuidelijk Kosovo, Zoran Grkovic, beschreef in een interview uitvoerig wat er op 17 juli in 'zijn' stadje was voorgevallen: Het was 'wekenlang rustig', zei hij. “Zij (de Albanezen) zaten in hun stellingen boven de stad, in Vranj, in Velika Krasta, in Mala Krasta en hielden ons in het vizier. Wij (de Serviërs) hielden hen van onderaf in de gaten.
Op vrijdag barstte het los. Minstens duizend mensen van het Kosovo Bevrijdingsleger gingen tot de aanval over. Ze schoten van overal vandaan en overal heen. Tegen de middag zaten ze al beneden in de stad. Ze ontvoerden Serviërs en ze bezetten het ziekenhuis en richtten daar hun hoofdkwartier in. De UCK wierp in alle stadswijken barricades op. Ze schoten met opzet óók op Albanese huizen, zodat het er voor de westerse media wat beter uitzag. De politie (de Servische) was niet voorbereid op de aanval. De agenten verschansten zich in hun bureau en konden er vier dagen niet uit. Ze hadden geen water en niets te eten. Er was geen journalist in de buurt die vrijdag. De burgers sloten hun ramen en luiken en begonnen te vluchten, de Serviërs vooral naar Velika Hoca (een Servisch dorp in de buurt). Zo'n brute aanval op burgers is er nog nooit geweest.''
De burgemeester ontkende dat er die vrijdag meer dan 100 (Servische) politiemannen in het hotel van Orahovac ingekwartierd waren geweest, zoals Kosovo-Albanese bronnen meldden; tien hooguit waren het er geweest. Hoeveel politiemannen zich in heel Orahovac bevonden op het moment van de aanval, daar zei de burgemeester niets over.
Verschillende Kosovo-Albanese vluchtelingen vertellen een heel ander verhaal. Volgens hen vonden er die vrijdag helemaal geen grote gevechten plaats. “Er werd alleen maar in de lucht geschoten. Er ging geen ruit stuk”, zeggen ze. Of: “Er waren wat incidentele schoten te horen. De UCK kreeg tachtig procent van de stad in handen, praktisch zonder een schot te lossen.” Daarna begonnen de geruchten dat er dertig machinegeweren en vijftig scherpschutters in de stad zouden worden geposteerd en dat er versterking in aantocht zou zijn, vijftienhonderd man sterk. Maar er kwam helemaal niemand, zeggen de Kosovo-Albanese vluchtelingen. Er werd die vrijdag in ieder geval genoeg geschoten om de bevolking weg te krijgen, sommigen de kelder in, anderen op de vlucht.
Er zijn nogal wat tekenen die erop wijzen dat het Kosovo Bevrijdingsleger niet was voorbereid op de (eigen) aanval op Orahovac. In de eerste plaats werden de burgers niet op tijd geëvacueerd; meestal waarschuwt het UCK de lokale bevolking voordat het met een militaire operatie begint. In Orahovac kwam die waarschuwing pas later op vrijdagmiddag, zo leert de getuigenis van burgemeester Grkovic: “Op vrijdagmiddag begonnen de Albanezen die contact hadden met het UCK hun familieleden weg te brengen”, zegt hij. In het buurdorp Bela Crkva verbood het UCK op vrijdag de bevolking zelfs om weg te trekken, meldt een Albanese vluchteling. Pas op zaterdag werden de vrouwen en kinderen vandaaruit naar het dorp Sobnic gebracht. Dat dorp werd naderhand door de Serviërs zwaar met granaten beschoten, maar niet door UCK-troepen verdedigd. Een UCK-strijder vertelt zelfs dat hij vrijdagochtend met verlof werd gestuurd, met de mededeling 'We hebben verder geen plannen'. Diezelfde avond werd hij dringend naar de stellingen bij Orahovac teruggeroepen. Een leger dat voorbereidingen treft voor een grotere operatie stuurt zijn manschappen gemeenlijk niet met verlof.
Op vrijdag meldde het UCK de 'verovering' van Orahovac. Later zei zijn woordvoerder Jakup Kraniqi, dat het guerrillaleger in Orahovac wilde bewijzen dat het een groter bevolkingscentrum kon beheersen, en dat het zich niet in de bergen hoefde te verstoppen. Zulke triomfantelijke uitlatingen waren ook maandag nog te horen uit de mond van woordvoerders van het UCK. Terwijl de strijders van het 'Bevrijdingsleger Kosovo' zich volgens een vluchteling zondag al uit de kleine stad hadden teruggetrokken. Het persbureau Reuters haalde Servische bronnen aan, die zeiden dat de strategische betekenis van Orahovac gering was, maar dat ze gewoon niet konden toestaan dat het UCK een groter bevolkingscentrum beheerste.
Terwijl UCK-officieren het hoogste woord hadden, gingen speciale Servische eenheden over tot een grote aanval. De UCK-strijders bevonden zich van meet af in een wanhopige positie. Zaterdag al dreigde bij een aantal van hen de munitie op te raken. Een vluchteling hoorde hoe ze elkaar toeriepen: “Heb jij nog munitie? Hoeveel patronen heb je nog?” Een andere vluchteling hoorde een onzekere UCK-man bij een stelling in Orahovac zeggen: “Ik hoor onze wapens niet.” (de Albanese strijders in Kosovo gebruiken vooral wapens van Chinees fabrikaat, die ze aan de klank van de knal kunnen herkennen). Zulke tonelen duiden niet op een goed voorbereid offensief.
Er zijn berichten dat er vrijdag een korte schermutseling was tussen speciale Servische eenheden en UCK-strijders in de buurt van Orahovac. De Serviërs zouden zich snel hebben teruggetrokken. Het is mogelijk dat een groep UCK-strijders hen achtervolgde, daarbij Orahovac bereikte en op die manier die plaats 'innam'.
De nacht daarop zag een Kosovo-Albanees vreemdelingen op zijn erf, die in de lucht schoten. Hij riep ze toe: “Wat doen jullie daar?” Het antwoord luidde: “Dat gaat je niets aan.” De schutter zou Albanees hebben gesproken, maar was beslist geen Albanees. Zulke gebeurtenissen maken het aannemelijk dat speciale Servische eenheden een provocatie uitvoerden, met succes. Het 'Bevrijdingsleger Kosovo' liep in de val.
In diezelfde richting wijst ook een andere waarneming, die verscheidene getuigen hebben bevestigd. Vrijdag waren er voortdurend signaalschoten te horen met een karakteristieke klank. Diezelfde schoten klonken opnieuw toen Servische politiemannen maandag hun overwinning vierden. Een gevangene zei op het politiebureau tegen zijn celgenoten: “Dat zijn de schoten van het verraad.” De gevluchte burgers uit Orahovac hebben het veel over verraad, zij het alleen met de hand schuin voor de mond. Velen zijn diep teleurgesteld in het UCK. Het heet dat zondagavond de guerrillastrijders zich uit de kleine stad terugtrokken en de burgers aan hun lot overlieten. Alleen een paar gewapende inwoners zouden met hun geweren de stad hebben verdedigd tegen de Servische overmacht. Een man uit Orahovac zegt: “Ik weet niet waarom het UCK Orahovac wilde innemen. Wij bezorgden hun olie en benzine, alles. Het transport naar Malisevo functioneerde perfect.”
Het zijn alle slechts aanzetten tot opheldering van wat er in Orahovac is gebeurd. Een ding lijkt duidelijk: in Orahovac beschikte het 'Bevrijdingsleger Kosovo' noch over een aanvals- noch over een verdedigingsstrategie. De nederlaag, met zijn zware gevolgen voor de bevolking, heeft het aanzien van het UCK en de bereidheid tot vechten van de Kosovo-Albanese bevolking ernstig geschaad.
© - Alle rechten voorbehouden.
Lees de gebruiksvoorwaarden.