Van een onzer verslaggevers ROTTERDAM - Politieagenten die een blaastest afnemen bij een verdachte van rijden onder invloed, moeten de betrokkene wijzen op de mogelijkheid van een contra-expertise. Dat heeft een politierechter onlangs bepaald. Justitie heeft tegen het vonnis beroep aangetekend.
Een agent is volgens de wet niet verplicht te melden dat een verdachte die een blaastest aflegt, recht heeft op een tegenonderzoek, zoals bij DNA-onderzoek wel het geval is. Een advocaat van een man die werd betrapt bij het rijden onder invloed heeft dit onderscheid bij de politierechter met succes aangevochten.
Volgens de raadsman hebben de ademanalyse en de DNA-test gemeen dat ze als technisch bewijs in de meeste gevallen doorslaggevend zijn. Door in het ene geval wel te wijzen op het recht van een tegenonderzoek en in het andere niet, is er sprake van rechtsongelijkheid. Dat is in strijd met artikel 14 van de Europese Verklaring van de Rechten van de Mens, aldus de advocaat. De politierechter vond ook dat de verdachte gewezen had moeten worden op de mogelijkheid van een tegenonderzoek. Nu was hem namelijk de cruciale mogelijkheid onthouden om de totstandkoming van bewijsmateriaal te kunnen aanvechten, oordeelde de rechter. De officier van justitie werd niet-ontvankelijk verklaard. Justitie is inmiddels in hoger beroep gegaan tegen het vonnis. Het OM gaat, in afwachting van de uitspraak, de huidige procedure niet veranderen. Politieagenten krijgen geen instructie om mensen die een ademanalyse moeten doen te wijzen op de mogelijkheid van een contra-expertise.
© - Alle rechten voorbehouden.
Lees de gebruiksvoorwaarden.