De opvang van zieke zeehonden in Pieterburen is niet langer nodig. Dat is de conclusie van het Instituut voor Bos- en Natuuronderzoek (IBN) in Wageningen. Volgens het IBN is het aantal zeehonden de laatste jaren explosief gegroeid.
Dat is op zijn zachtst gezegd een opmerkelijke conclusie als men bedenkt dat nog niet zo lang geleden het voortbestaan van de zeehond in onze kustwateren aanleiding gaf tot grote bezorgdheid. In de jaren '70 bereikte de populatie een dieptepunt met zo'n driehonderd dieren, als gevolg van de zware verontreiniging van de Waddenzee. Eind jaren '80 tachtig brak er een virusepidemie uit onder de zeehondenpopulatie, die zestig procent van de Nederlandse zeehonden doodde. Sedertdien herstelt de populatie zich, met inmiddels zo'n 2350 grijze en gewone zeehonden. Een hele verbetering uiteraard, maar dit aantal steekt nog steeds schril af tegen de 18 000 zeehonden die begin deze eeuw langs onze kust leefden.
Door de Afsluitdijk, de Deltawerken en de afsluiting van het Lauwersmeer werd de lengte aan de kust met vijftig procent ingekort. Hiermee verdween ook de helft van het leefgebied van de zeehond. De Duitse plannen voor het geschikt maken van de Dollard voor grote cruiseschepen en het storten van vervuild havenslib aan de Nederlandse zijde, vormen een directe bedreiging voor deze kraamkamer van vis en zeehonden. De overbevissing van zowel de Noordzee als de Waddenzee vormen fundamentele aantastingen van het ecosysteem, waarvan de zeehond de toppredator is.
Met name de verontreiniging van het kustwatermilieu met PCB's is voor dieren die aan de top van de voedselpiramide staan een levensbedreigende aangelegenheid. Het tast hun immuunsysteem aan en maakt hen op den duur zelfs onvruchtbaar. Slechts vijftien procent van de op de wereld geproduceerde PCB's hebben de weg naar de zee gevonden. Als de volle honderd procent de zeeën en oceanen bereikt zal dat volgens deskundigen het einde betekenen voor veel zeezoogdieren.
De plannen om na proefboringen het gas onder de Waddenzee vandaan te halen betekenen naast de dreigende verstoring en vervuiling een gevaar voor de Wadden als geheel en de zeehond in het bijzonder. Het risico is namelijk levensgroot dat het wad gaat zakken. Gevoegd bij de dreigende zeespiegelstijging kan dit fataal zijn voor de zandplaten waarop de zeehond rust vindt, zijn jongen werpt en zoogt.
Kortom: de zeehond is dus nog lang niet uit de gevarenzone.
Levend bewijs
Naast de onschatbare waarde die het Zeehondencentrum Pieterburen heeft gehad voor het behoud en herstel van de Nederlandse zeehondenpopulatie vormt het een levend bewijs van bezorgdheid over het zeemilieu. Het houdt een constante vinger aan de pols van de Nederlandse zeehond en geeft op verantwoorde wijze voorlichting aan een groot publiek.
Het zou onderzoekers niet misstaan als ze hun conclusies niet alleen op bevindingen van het moment, maar ook op historisch besef zouden baseren. Daarnaast zouden ze zichzelf rekenschap moeten geven van wat hun conclusies tot gevolg hebben bij de media en het grote publiek. Als samenleving past ons schaamte over het milieubederf dat we hebben veroorzaakt en ijver om dit ongedaan te maken.
Als zorgen om de zeehonden niet meer nodig zijn, waarom rusten diezelfde IBN-onderzoekers dit bij uitstek gestroomlijnde dier uit met op hun kop gelijmde zendertjes om ze in de Zeelandse delta uit te zetten? Pijnlijk detail daarbij is nog dat van de negen zeehonden, die op die manier zijn uitgerust, er inmiddels drie verdronken zijn toen ze verstrikt raakten in visnetten.
Het lijkt vooralsnog interessanter om onderzoek te verrichten naar het soortspecifieke gedrag van de mens, die met de ene hand zeehonden en wadden beschermd verklaart en duurzame ontwikkeling wil bevorderen, en met de andere hand de zee leegvist en exploiteert op grondstoffen en zijn afval loost in het milieu.
© - Alle rechten voorbehouden.
Lees de gebruiksvoorwaarden.