LOOSDRECHT (ANP) - Jan-Eise Kromkamp (41) is in gedachten al twee weken bezig met de Elfstedentocht. De rechercheur uit Wolvega droomt er zelfs van.
Nog één keer wil hij vlammen, nog één keer wil hij het peloton zijn wil opleggen, nog één keer wil hij figuurlijk sterven op het ijs. Woensdag reed Kromkamp zich tijdens de tocht van 200 kilometer over de Weissensee bijna aan gort. Twee dagen later gleed hij als winnaar over de meet van de Ronde van Loosdrecht, een klassieker. De inspanningen waren aan hem nauwelijks af te zien.
Met de overwinning kan Kromkamp toegevoegd worden aan het rijtje potentiële winnaars. Net als Evert van Benthem, Erik Hulzebosch en de gebroeders Henri en René Ruitenberg die in Loosdrecht ook allemaal voorin te vinden waren. Maar weinigen hielden rekening met Kromkamp. Anders dan in andere jaren kon de krachtpatser zich de afgelopen maanden niet meer manifesteren. Hij leek te oud en opgebrand. Niets is minder waar. Kromkamp wist waarmee hij bezig was. Zijn heilige doel is de streep op de Bonkevaart in Leeuwarden als eerste passeren.
Twee weken geleden voelde de Fries dat de tocht der tochten er zou komen. Hij zette met zijn begeleidingsgroep een plan in elkaar dat hem zijn droom moet opleveren. Zelfs een ernstige blessure deerde hem niet. Een week geleden kreeg hij tijdens de training in Heerenveen een schaats diep in zijn scheenbeen. Van de pijn kon hij niet slapen en 's nachts drentelde hij over de gang. Hij moest in beweging blijven. Met een stalen constructie die de vleeswond moest beschermen om zijn been reed hij op zondag de klassieker in Westerland uit. Daarna 1200 kilometer in de auto voor een rit van 200 kilometer in Oostenrijk. “Op de Weissensee heb ik vreselijk afgezien. Ben ik verrot gereden.”
Kwelling
Dat gevoel herkende hij van vijf jaar geleden, toen de Ronde van Loosdrecht een kwelling was voor Kromkamp. Edward Hagen, die gisteren als tweede eindigde voor B-rijder Hodse Zandstra, won destijds. Kromkamp moest hem noodgedwongen laten gaan. “Twee dagen daarna won ik de klassieker op de Rottemeren, mijn laatste grote overwinning”, herinnert de schaatser uit Wolvega zich.
In Loosdrecht viel pas in de laatste ronde van twaalf kilometer de beslissing. Na het klúnen, noodzakelijk geworden door kruiend ijs, versnelde Zandstra. Hagen volgde diens spoor. Het duo had al snel een voorsprong van honderd meter. Kromkamp was de enige die reageerde. Hij sloot aan en nam direct het initiatief. Zandstra kon het niet bijhouden en Hagen kon slechts volgen. Kromkamp voelde zijn benen nauwelijks, hij was wonderbaarlijk goed hersteld van de inspanningen op de Weissensee. Wat begon als een trainingsritje waarin hij zijn ploegmaat Henk Angenent die uitviel met een kapotte schaats, zou helpen, eindigde in een glorieuze zege.
“Ik moest alleen aankomen, want ik sprint als een strijkijzer. Bovendien is in je eentje finishen veel mooier. Dus vier kilometer voor het einde ben ik weggegaan. Alles of niets: rammen. Eindelijk win ik dan eens een klassieker, ik ben al zo vaak als tweede of vierde geëindigd.” Met een knipoog naar de Elfstedentocht: “Een goede generale repetitie is nooit weg. Ik ben in vorm, da's duidelijk.”
© - Alle rechten voorbehouden.
Lees de gebruiksvoorwaarden.