*

 
dossier

Archief

Ritsma terug naar eenvoud van het schaatsen

JOHAN WOLDENDORP − 13/01/97, 00:00

HEERENVEEN - Het allroundschaatsen is sinds dit weekeinde nog eenzijdiger dan korfbal. In die laatste sport heeft Nederland in België tenminste nog één serieuze tegenstander. Op het erepodium in Thialf stond temidden van vijf landgenoten één Duitse, als nerveus lachend symbool van een ineenstortend bolwerk. Als de voortekenen niet bedriegen, begint de wereld bij Scheveningen en houdt die voorlopig op bij Denekamp.

Een kwart eeuw geleden leverde Nederland eveneens een Europees kampioen bij zowel de mannen als de vrouwen: Ard Schenk en Atje Keulen-Deelstra. Schenk vertoefde in 1972 in de nadagen van een prachtige carrière, Atje Keulen begon dat jaar aan een fraaie serie van drie Europese titels, waarna de internationale bond ISU bij gebrek aan interesse het faillissement over het vrouwenschaatsen op het continentale vlak uitsprak. Nederland pakte in 1981 de draad weer op. Sindsdien werd het EK slechts zes keer op andere plaatsen dan Groningen en Heerenveen gehouden. Twee keer betrof het een gezamenlijk uitstapje met de mannen. Een gemengd toernooi is sinds 1991 de enige manier om een steeds verder in een isolement gerakend evenement nog overeind te houden. En dan ook alleen wanneer het in Friesland wordt gehouden. Wat een paar schaatsgekken in Helsinki er toe heeft gedreven volgend jaar voor de organisatie van het Europees kampioenschap te tekenen, is een door een wolk van vraagtekens omhulde waarheid. Over twee jaar, in 1991, mag Thialf 'pas' weer vollopen voor een lang weekeinde schaatscarnaval.

De wereldbeker en de wereldkampioenschappen afstanden nemen ook in een land waar het allroundschaatsen altijd heilig was, een steeds belangrijkere plaats in. Er is voor de nationale toppers weinig lol aan hun kwaliteiten alleen maar in incestueuze sessies te vertonen. 'Iedereen' gruwt nu al zo van de gedachte begin volgend jaar voor een Europees kampioenschap naar een sfeerloze, lege en kille buitenbaan in Finland te worden verbannen dat zelfs de nieuwe kampioen Ids Postma het minst belangrijkste toernooi in een olympisch seizoen laag op zijn prioriteitenlijstje heeft gezet.

Specialistisch

Waarom zou een schaatser zich proberen te ontwikkelen als meerkamper, wanneer er wereld- en olympische titels op specialistische onderdelen zijn te verdienen? Trouwens, hoeveel echte allrounders zijn er nog? Eigenlijk geen enkele. Ids Postma wordt als zodanig getypeerd, maar hij is meer een schaatser met een hoge basissnelheid die van lieverlee ook de vijf en tien kilometer heeft leren rijden. Net als zijn voorgangers Falko Zandstra en Rintje Ritsma. Postma voegde er het afgelopen weekeinde een nieuwe, haast dodelijke dimensie aan toe. Wanneer je de sprint in maar liefst 36,77 kunt afraffelen, laat je alle andere enthousiastelingen in feite de moed in de schoenen zakken.

De aflossing van de wacht betekent niet dat het tijdperk Ritsma vervroegd ten einde is en er een nieuwe kampioen voor pakweg de rest van deze eeuw is opgestaan. Ritsma's trainer Wopke de Vegt is een slecht verliezer en ontdekte om die reden geen enkel lichtpuntje in de nederlaag van zijn pupil. De Beer van Lemmer kan naar buitenuit beter met dat verschijnsel omgaan. Voor hem was het Europees kampioenschap een redelijk pijnloze therapeutische behandeling waaruit hij alleen maar gesterkt te voorschijn kan komen.

De belangrijkste les uit de 'overwinningsnederlaag' is dat Ritsma terugkeert naar de eenvoud van het schaatsen. Van sporter was de Lemster een product geworden, dat zichzelf voortdurend moet exploiteren. Het schaatsen leek een marginale activiteit te zijn geworden. Het winnen op allroundtoernooien ging hem bij gebrek aan tegenstand trouwens ook wel erg gemakkelijk af. Hij haalde internationale titels binnen zonder afstanden te winnen, hij legde (papieren) opponenten zijn wil op zonder ook maar in de buurt van zijn topvorm te komen. Eigenlijk was er geen lol aan. In het commerciële circuit steeg zijn ster tot grotere hoogte. Schaatsen is mooi, maar genieten van het leven doe je pas temidden van de glamour in filmstudio's en op paradijselijke stranden. Aan het eind van zijn carrière, volgend jaar of mogelijk later, zal hij de eerste Nederlandse schaatsmiljonair zijn.

Eerzucht

Natuurlijk is Ritsma in iedere vezel van zijn 98 kilo zware lijf een sportman, waarin de vlam van de eerzucht hartstochtelijk oplaait. Hij huldigde aan het eind van het vorige seizoen nimmer het principe dat slechts het winnen telt, en niet de manier waarop. Vol zelfkastijding pakte hij voortvarend de zomertraining aan, versterkte zijn ploeg met een schaatsend fietsmaatje waar hij zich in de opbouwfase van het seizoen kan optrekken en liet hij zijn gezicht ook nadrukkelijk in wereldbekerwedstrijden zien. Maar al snel sloop de nonchalance er weer in. Met twee vingers in de neus werd hij in Assen op wat hij een 'ballentoernooi' noemde Nederlands kampioen en moest hij lachen om de vraag wie hij op het EK als zijn concurrenten zag. In interviews vooraf voerde de hoogmoed de boventoon.

Nee, van Postma had hij geen gevaar te duchten. Hij had hem de vorige week zien trainen op Thialf. Hoewel, trainen kon je het eigenlijk niet noemen, “een beetje halfhoog pielen, niets aan techniek doen en slechts af en toe een steigerungetje maken.” De feiten van het weekeinde overziend, kwalificeerde hij Postma nog wel als iemand die boven zichzelf uit was gestegen, maar achtte hij toch ook de tijd rijp voor een tussentijdse evaluatie. Met zijn sterke lichaam kan hij karrenvrachten trainingsarbeid aan, maar dat bleek achteraf geen garantie op succes. De voorbereiding in Davos vertoonde tal van hiaten. Er waren te veel dagen waarin hij op zoek was naar zijn vorm. De gezondste man van Nederland (volgens zijn sponsor) wenste zichzelf een licht griepje toe. Dan word je gedwongen even rust te nemen - onthaasting heet dat sinds een week - en kom je per saldo beter beslagen ten ijs, om een winters cliché te gebruiken. Het was achteraf heel slim van die Postma het NK met een al dan niet geveinsde voorhoofdsholte-ontsteking te laten lopen.

Voor het (Nederlandse) allroundschaatsen in het algemeen en Rintje Ritsma in het bijzonder is het prima dat voor het eerst sinds het wereldkampioenschap van 1994 de ware Ids Postma opstond. “Af en toe heb je een prikkel nodig om beter te worden,” putte Ritsma kracht uit zijn nederlaag. Hij onderstreepte dat al bij de eerste de beste gelegenheid, nog voor de officiële troonsafstand, in een fantastisch gereden tien kilometer.

mailIcon print |