DEN HAAG - Op zich is er weinig nieuws aan het in een kader presenteren van oude en nieuwe, van geimproviseerde en gecomponeerde muziek, van westerse en wereldmuziek. Het Amsterdamse muziekevenement Rumori grossiert er in, alsmede meerdaagse festivals als De Klap Op De Vuurpijl en Stranger Than Paranoia. Toch kunnen zij zich niet meten met het Haagse Thunderclaps.
De gouden formule van Thunderclaps, 'De muzikale snelweg van Nederland', zoals het muziekfestijn zichzelf afficheert, ligt besloten in de brede, kunstgrenzen overschrijdende aanpak. Dat begint al met de aankleding van de vaste lokatie, de grote zaal van het Korzo Theater, waarvoor elke keer een andere kunstenaar wordt aangetrokken. Dat geldt ook voor de ruimte voor aanpalende kunstdisciplines. Zo stopt Thunderclaps regelmatig moderne dans in haar programmering. Minstens zo belangrijk is de presentatie, met korte optredens op meerdere podia, wat vlotte overgangen mogelijk maakt en het tempo er in houdt, en met een heuse DJ om de gaatjes zo aantrekkelijk mogelijk op te vullen.
Dat laatste was dit weekeinde erg goed gelukt. Want achter de draaitafels en het mengpaneel stond niemand minder dan Bruce Gilbert, een van de genieën van de vroegere Britse voorhoede-rockformatie Wire. Steeds weer trakteerde hij het publiek op een heerlijk smaakvoorkeuren ondermijnende mix van veelal onbekende, maar stuk voor stuk bijzondere muziek uit alle uithoeken van de wereld.
Met de gouden formule van Thunderclaps maakt het eigenlijk nauwelijks uit wat het programma te bieden heeft. Spektakel is er altijd. Deze keer was er muziek van Misha Mengelberg (gespeeld door hemzelf en door pianist Gerard Bouwhuis), Steve Reich en Giacinto Scelsi (uitgevoerd door het slagwerkduo van Arnold Marinissen en Stephan Meier), duo-improvisaties door altsaxofonist Paul Termos en gitarist Wiek Hijmans, een uitvoering van een werk van een compositiestudent en een optreden van de improvisatiegroep Roof.
Wat maakte deze avond zoal duidelijk? Bijvoorbeeld dat Mengelberg de beste vertolker is van zijn eigen muziek. Bouwhuis speelde diens 'Links Rechts' met veel elan, maar hij ontbeert de typische, vervreemdende humor van Mengelberg. De virtuoze loopjes klonken daardoor slechts virtuoos, zonder het relativerende cynisme dat Mengelberg zo kenmerkt.
Ten slotte viel het enorme potentieel op van het Amerikaans/Engelse/Nederlandse kwartet Roof. Cellist Tom Cora, stemkunstenaar Phil Minton, slagwerker Michael Vatcher en basgitarist Luc van The Ex brachten een flitsende set vol verrassingen: van relaxte sferen tot extatische uitbarstingen, van 'bijna gewone' songs tot bizarre dadaïstische improvisaties. Deze zaten vol met technische hoogstandjes en aardse excursies. Roof is een blijvertje.
© - Alle rechten voorbehouden.
Lees de gebruiksvoorwaarden.