*

 
dossier

Archief

SAMIHA HALIL - De IJzeren Dame van Palestina

INA FRIEDMAN − 20/01/96, 00:00

Begin deze week organiseerde de 73-jarige Samiha Halil - de onverwachte kandidaat die de strijd heeft aangedurfd tegen Jasser Arafat om het voorzitterschap van de Palestijnse Raad - een campagnebijeenkomst in de grootste zaal van Oost-Jeruzalem.

Dat was bepaald geen geringe prestatie, want als inwoonster van Ramallah, een stad op de autonome Palestijnse westelijke Jordaanoever, moest Samiha Halil speciale toestemming krijgen van de Israëlische autoriteiten om naar Jeruzalem te kunnen komen. Helaas voor haar bleek dat buiten de verslaggevers niemand anders naar de zaal was gekomen. Maar er is meer voor nodig om Samiha Halil van haar stuk te brengen.

Zonder een spier te vertrekken veranderde ze de politieke bijeenkomst in een persconferentie, waarin zij haar gal spuide over Jasser Arafat. Hij was verantwoordelijk, zo zei ze, voor de kat in de zak die de Palestijnen hadden gekocht met de akkoorden met Israël.

Deze doortastendheid is kenmerkend voor Samiha Halil. Het is namelijk niet de eerste keer dat ze tegen alle verwachtingen toch doorzet. Taaiheid is haar handelsmerk, samen met het strenge imago van schooljuf dat ze in stand houdt door iedere vorm van make-up te schuwen en het haar strak naar achteren in een knotje samen te binden.

Een bewonderaar heeft haar zelfs vergeleken met Margaret Thatcher, en noemde haar de 'IJzeren Dame' van Palestina. En hier en daar klinkt ook de vergelijking met de eermalige Israëlische premier Golda Meir. Maar ze is bij haar landgenoten beter bekend als 'Oem Halil' (Moedertje Halil), vanwege haar onophoudelijke inspanningen ten behoeve van de minderbedeelden.

Als oprichtster van de Vereniging voor het welzijn van de familie maakte zij van een ad-hoc-poging, in een volgestampte garage in Ramallah in 1965, de grootste Palestijnse vrouwenorganisatie in de bezette gebieden (en daarbuiten, trouwens). Heden ten dage is die gevestigd in twee enorme gebouwen, waarin een tehuis voor arme kinderen, een crèche, een kleuterschool, vijf vormen van beroepsonderwijs, en een museum voor de Palestijnse dorpscultuur zijn ondergebracht. Alle activiteiten worden betaald uit de verdiensten van vijfduizend vrouwen, die traditioneel borduurwerk en ander Palestijns handwerk maken. Deze prestatie heeft Halil gemaakt tot hèt voorbeeld van de 'nieuwe Palestijnse vrouw'.

Maar ze heeft vele andere persoonlijke en politieke prestaties geleverd.

Ze werd geboren in 1923 in een invloedrijke familie in de stad Anabta op de westelijke Jordaanoever. Op haar zeventiende trouwde Samiha met een schoolmeester, met wie ze verhuisde naar de stad Majdal (nu de Israëlische stad Asjkelon) waar haar man een betrekking kreeg. Met het uitbreken van de oorlog in Palestina in 1948 vluchtte het echtpaar Halil, te midden van een stroom andere Palestijnen, naar de Gaza-strook, die toen nog door Egypte werd beheerst.

Daar bleven ze vijf jaar, onder zeer zware omstandigheden, tot ze konden terugkeren naar de westelijke Jordaanoever om zich in Ramallah te vestigen. De veertig al gepasseerd, besloot Halil, die alleen maar de lagere school had afgemaakt, toch alsnog de middelbare school te voltooien, wat ze binnen een jaar voor elkaar kreeg. Daarna begon ze met een schriftelijke cursus Arabische literatuur aan de universiteit van Beiroet, maar kreeg geen toestemming om voor haar examens naar Libanon te gaan, waardoor ze nooit haar diploma heeft kunnen halen.

In plaats daarvan wijdde Oem Halil haar leven tijdens de Israëlische bezetting aan welzijnswerk. Als overtuigd communiste dook ze ook in de Palestijnse politiek. Ze nam zitting in de Nationale Stuurgroep, die in de jaren zeventig in de bezette gebieden werd opgericht, en ze zat op een gegeven moment als enige vrouw in de Palestijnse Nationale Raad.

Vanwege haar felle houding werd ze tijdens de intifada zes keer door de Israëliërs opgepakt, maar nooit berecht. Drie zonen, die actief waren binnen de marxistische DFLP, belandden wèl in de gevangenis, en twee van hen werden vervolgens gedeporteerd. Op dit moment leven alle vijf kinderen van Oem Halil in ballingschap, waardoor zij als oude weduwe, hoe actief ook, op haar eentje moet leven.

Toch zoekt zij geen mededogen maar gerechtigheid. Wat haar het meeste dwars zit over het huidige vredesproces - buiten het feit dat de akkoorden van Olso geen enkele garantie bieden voor de zo gewenste eigen Palestijnse staat - is dat de autonomie zo weinig heeft veranderd voor Palestijnse man of vrouw in de straat. “Ik kijk om me heen en zie dat de Israëlische nederzettingen blijven, dat de onteigeningen gewoon doorgaan, en dat onze gevangenen nog steeds in een Israëlische cel zitten”, klaagt ze. “We zijn aan de Israëliërs overgeleverd, en de Palestijnse Autoriteit dient alleen als doorgeefluik voor Israëlische besluiten. Dit kan zo niet doorgaan.”

Toch is de kans dat haar kandidatuur hierin verandering zal brengen vrij klein. Ze hoopt stiekem dat ze een derde van de proteststemmen kan aantrekken, maar ze is realistisch genoeg om op een verpletterende nederlaag te rekenen. “Zelfs als ik maar tien procent van de stemmen krijg kan ik zeggen dat ik geslaagd ben”, verklaart ze. Maar los van de marge waarmee Arafat gaat winnen, zal Halil ten minste één overwinning behalen: als enige Palestijn met genoeg ruggegraat om 'Mr. Palestine' uit te dagen, tijdens de eerste democratische verkiezingen voor de meest gewilde post binnen de Palestijnse wereld.

mailIcon print |