*

 
dossier

Archief

VVD grootste onder de jeugd, het CDA onder de ouderen

Lex Oomkes − 04/03/99, 00:00

Een van de opvallendste aspecten van de eerste verkiezingsoverwinning die de PvdA boekte onder Wim Kok, vorig jaar mei bij de kamerverkiezingen, was de terugkeer van de jongere naar de sociaal-democratie. Dat beeld werd gisteren bevestigd. Vorig jaar was het aandeel van de PvdA onder de jongste categorie kiezers (van 18 tot 24 jaar) 23 procent. De twintig procent van gisteren onder diezelfde categorie is, gezien de lage opkomst, een kleine troost voor Kok, hoewel de VVD de grootste blijft onder de jongeren.

De cijfers komen uit onderzoek dat opiniepeiler Inter/View in opdracht van het ANP en de Nos deed onder de kiezers die net hun stem hadden uitgebracht. Bij de kamerverkiezingen van '94 leek het erop dat de sociaal-democratie haar aantrekkingskracht op de jongere verloren had. Toen was nog maar 13 procent bereid de PvdA te steunen. De sociaal-democraten konden zich toen nog troosten met de gedachte dat het maar één aspect in de algemene malaise was (de partij verloor immers twaalf zetels).

Maar het kon nog veel slechter: bij de verkiezingen voor de provinciale staten van 1995 werd het abolute dieptepunt bereikt van negen procent.

Sindsdien is het met de partij beter gegaan en ook met het aandeel onder de jongere kiezers, voor de partijen altijd een teken dat er toekomst is voor het eigen gedachtengoed. De uitslagen van gisteren geïsoleerd bekeken, is er voor andere partijen meer reden tot zorg. Zowel VVD, D66 als CDA verliest aandeel op de jonge kiezersmarkt.

De VVD blijft daar weliswaar de grootste, maar verliest ten opzichte van 1995 een dramatische zeven procent (van 33 naar 24 procent). Het CDA blijft verder afbrokkelen (van 15 naar 11 procent) en GroenLinks komt met een aandeel van 19 procent opnieuw opzetten.

Het CDA hoeft daarentegen niet te wanhopen over het aandeel onder ouderen. Van de 65-plussers stemt nog steeds 37 procent christen-democratisch. Gezien de voortschrijdende vergrijzing van de samenleving niet iets om over te treuren.

De PvdA moet zich daarentegen zorgen maken over de trouw van kiezers. Uit veel kiezersonderzoek blijkt dat de partij steeds meer zwevende kiezers trekt. Niet meer dan 35 procent van de stemmers die ook vorig jaar PvdA stemden deed dat ook nu weer. Na D66, dat altijd al 'last' had van de zwevende kiezer, het laagste percentage.

In 1995 bleken mensen die zeiden een religie te belijden, trouwere kiezers dan mensen zonder geloof. Dit vaste gegeven uit kiezersonderzoek blijkt ook nu weer op te gaan. Van de niet-gelovigen ging niet meer dan 38 procent naar de stembus. Bij protestanten ligt dat, afhankelijk van de vraag tot welk kerkgenootschap men zich rekent, tussen 61 en 67 procent. Katholieken, ook een al eerder waargenomen trend, zijn minder trouwe kiezers dan protestanten. Van hen ging rond 50 procent naar de stembus.

Vanuit dat gegeven valt wellicht te verklaren dat een abonnee van Trouw een trouwere kiezer is dan de lezer van NRC Handelsblad of de Volkskrant (respectievelijk 67, 63 en 55 procent). De Telegraaflezer laat het wat dat betreft met 42 procent het zwaarst afweten.

De campagne mag dan beheerst zijn door landelijke politici, die over elkaar heen vielen over de asielzoekers, op de kiezer heeft het weinig invloed uitgeoefend. Volgens de cijfers van Inter/View heeft het gekrakeel over asielzoekers voor 66 procent van de mensen die zijn gaan stemmen geen invloed op de keuze gehad. Slechts voor 29 procent had dat enige tot veel invloed.

mailIcon print |