*

 
dossier

Archief

dans

ISABELLE LANZ − 16/01/96, 00:00

GRONINGEN - Een Salomonsoordeel velde de jury van het Internationaal Choreografen Concours Eigentijdse Dans. Tot slot van dit vijfde concours dat dit weekeinde werd gehouden, voegde de gezaghebbende jury de eerste en tweede prijs samen en liet die delen door Diane Elshout en het duo Denise Namura & Michael Bugdahn.

De keuze voor deze winnaars kwam grotendeels overeen met de waardering die het publiek zaterdag bij de voorronde toonde. Na de presentatie van veertien geselecteerde stukken werd aan het eind van de voorronde de Publieksprijs bekendgemaakt. Elshouts duet 'E.D.G.E.' was favoriet. Zij was daarmee vast verzekerd van 2500 gulden. Enthousiast was de zaal ook over het humoristische 'Quelques Reflexions' van Namura & Bugdahn. Met vijf anderen stroomden zij door naar de finale zondagavond en scoorden elk 7500 gulden.

Elshouts duet stak inderdaad met kop en schouders boven de rest uit. Haar choreografisch debuut is zonder meer verrassend te noemen. In samenwerking met Frank Hündeler maakte zij een krachtig en explosief duet. De dans blijft van a tot z spannend door een scherpe timing en flexibele dynamiek. Even intrigerend als de dans was de muziek van Lucid Terror, een geladen compositie met rauwe poëzie à la Tom Waits, die de dans lekker voedde.

Hoewel knap gemaakt, ontleende het duet zijn kracht mede aan de overtuigende uitvoering. Elshout en Hündeler zijn ervaren moderne dansers. In dit duet zijn ze volkomen op elkaar ingespeeld. Zij kennen elkaar nog uit de tijd dat ze bij Jacqueline Knoops dansten. Elshout kan in dit duet haar expressieve talent weer eens ten volle tonen in een vitale, ronde danstaal, die haar op het lijf geschreven is. Voorheen was dat het geval bij de vloeiende danstaal van Nina Wiener, van wie dit duet sporen draagt.

Komisch, en knap gemaakt. Dat valt te zeggen van 'Quelques Reflexions', het andere winnende stuk van Namura & Bugdahn uit Frankrijk. De mime was dit kwartet over het contrast tussen geest en lichaam niet bespaard gebleven. Naar mijn smaak was het te Frans-oubollig, met van die groteske typetjes.

Wat de lol is van een vrouwtje met een alpinopet, brilletje en dikke beentjes zal ik wel nooit begrijpen. Het publiek vond het geweldig, evenals de jury. Dat was toch geen mottig clubje. Daarin zaten de Duitse publicist Jochen Schmidt, de Engelse danstheoretica Valerie Preston-Dunlop, Kai Lehikoinen, in Finland directeur van 'Dance in Turku'. Uit Nederland kwamen choreograaf Krisztof Pastor en Matti Austen, leider van Springdance. Jan Haasbroek was voorzitter.

Hun oordeel over het hoge niveau van alle finalisten deelde ik niet, evenmin als hun keuze voor de finalisten. Terecht geselecteerd werd Randall Scotts 'No-compromise', een krachtig duet over een geladen relatie tussen twee mensen. Ook hier woog de uitvoering door Samantha Stegeman en Janine Dijkmeijer mee in het eindresultaat.

Niet slecht, maar ook niet bevredigend was Johan Grebens duet 'Ja wat nou?!', gedanst door Stegeman en Eric Haun. Greben neemt te veel maniertjes over van anderen - hangen en dansen tegen een muur -, wat zijn eigenheid als schepper van een inventieve danstaal ondermijnt.

Het geselecteerde punkduet 'Extracts' uit Oostenrijk vond ik zouteloos, Pol Coussements groepsstuk 'Handen wassen' voorspelbaar. Emil Matasiü' extreme 'From back to eternity', waarin drie mannen de expressieve krachten van hun rug tonen, leverde een krachtig statement op, dat evenwel meer bij performance dan bij choreografie thuishoort.

Dit concours toonde over het algemeen rijkdom aan ideeën, maar armoede om die concepten choreografisch uit te werken. De meeste stukken openen veelbelovend, om dan langzaam dood te bloeden. Zo was het openingsbeeld van Nathalie Cambonie intrigerend. Hoog op de trapeze haalt ze prachtige acrobatische toeren uit terwijl op het toneel een broeierig mysterieuze sfeer hangt. Maar zodra ze voet op de grond zet, weet ze geen woord aan haar verhaal toe te voegen: weg is dan de magie. De artistieke adem van deze clip-generatie, die uit alle windhoeken van Europa kwam opdagen, lijkt wel bepaald door de korte duur van dat genre. Van choreografie in de ware zin des woords was toch al weinig sprake. Of ligt dat aan de selectie die vooraf gemaakt werd op grond van 129 ingezonden videobanden?

mailIcon print |