Er zijn gelovigen die een tulband dragen, of zwarte kousen, of een tamboerijn bespelen. Er zijn er die God aanbidden, of de zon, of zichzelf. Hun levensovertuiging heeft vaak een exotische naam. In deze serie vertellen gelovigen wat hen beweegt. Aflevering 3: Hare Krishna
Surya Kanya (28) heette vroeger Sandra van Akker. Dat was toen ze nog regelmatig in de kroeg zat, wel 'ns een stickie rookte en podotherapie studeerde in Eindhoven. “Als ik daar nu op terugkijk, kan ik me gewoon niet meer voorstellen dat ik dat allemaal deed. Het was zo leeg, ik had zulke lage normen.” Nu drinkt en rookt ze niet meer, eet geen vlees, vis of eieren en leeft celibatair. En ze zou niet anders meer willen.
“Ik had vroeger eigenlijk altijd al het gevoel dat ik op de verkeerde weg zat. Ik had wel lol en zo, maar tegelijk bekeek ik mezelf van een afstandje en vroeg ik me af waar ik in vredesnaam mee bezig was. Bij m'n familie voelde ik me ook niet echt op m'n gemak. Mijn ouders zijn katholiek, wat ik moeilijk te begrijpen vond. Bovendien realiseerde ik me dat je familie maar een tijdelijke verblijfplaats is. In elk leven heb je wel familie, maar het is niet echt jouw familie, zeg maar. Dat er iets Hogers moest zijn, daar was ik van overtuigd, maar de antwoorden uit mijn omgeving spraken me niet aan. Ik wilde uitzoeken wat dan het beste bij mij paste.”
“Naar de Hare Krishna beweging heb ik nooit echt gezocht, het kwam eigenlijk gewoon. Ik deed aan Yoga en had wel interesse in oosterse landen, maar niet overdreven veel. Ook in m'n omgeving was niemand in die richting bezig. Ik kende een vegetariër en een familie die ooit bij Bhagwan had gezeten. De eerste keer dat ik over de Hare Krishna hoorde, was op vakantie in Florence. Ik sprak een zwerver, die bij de gemeenschap daar had geslapen. Hij vond ze heel aardig en gastvrij, maar voor de rest vond 'ie ze maar raar. Ze stonden om vier uur op en dan waren ze meteen vrolijk, daar snapte hij niks van. Ik werd een beetje kwaad over het feit dat hij zo raar praatte over de mensen die hem hadden opgevangen, maar ik was het al snel weer vergeten.”
“Een tijd later vond ik in de bibliotheek een boek waar ik me toe aangetrokken voelde, doordat er zo'n aardige man op de achterkant stond. Dat was Swami Prabhupada, die de Internationale Gemeenschap voor Krishna-bewustzijn heeft opgericht. Ik las het boek in twee avonden uit en heb meteen daarna opgebeld naar het Hare Krishna-centrum in Amsterdam om een afspraak te maken. Ik was zo overtuigd, dat ik eigenlijk al begon te prediken voordat ik ooit een voet in de Krishna-tempel gezet had. Iedereen moest zo snel mogelijk weten wat ik al een tijd wist, maar nu pas had gelezen: dat je niet je lichaam bent, maar een eeuwige ziel en dat de hoogste smaak Krishna is. En Krishna is God.”
“Eerst ben ik een weekendje bij de gemeenschap komen kijken en daarna is alles eigenlijk vrij snel gegaan. In het begin kwam ik twee dagen in de week, toen drie, toen vier en op een gegeven moment was het gewoon gebeurd. Toen zei ik: morgen ga ik de stap nemen. Toen ben ik gejoined, zoals we dat noemen. Ik heb m'n studie afgebroken en woon nu in Amsterdam met twee andere toegewijden.”
Het leven van voorheen Sandra van Akker speelt zich sinds haar toetreding in relatief beperkte kring af. De zorg voor wereldse zaken als huisvesting, kleding en eten is overzichtelijk: alles gebeurt gezamenlijk.
“Hoeveel toegewijden er in totaal zijn, is moeilijk te zeggen. Ieder is vrij om zo vaak te komen als hij wil. Gezinnen komen meestal alleen op zondag naar de tempel en doen hun toegewijde diensten thuis. Anderen vinden het genoeg om op zondag te komen. Dan is het druk en gezellig. We zingen, bidden en dansen samen en achteraf is er een maaltijd. Al kom je één keer per jaar, dat maakt niks uit. Het aantal toegewijden dat zeven dagen per week naar de tempel komt is niet zo groot. Op een doordeweekse dag zijn we meestal met zeven tot tien mensen, in het beste geval 15. Elke morgen komen we om half vijf samen in de tempel. We zingen, bidden en mediteren tot half negen en om tien uur gaan we de straat op om boeken te verspreiden.”
“M'n ouders waren het eerst niet eens met mijn keuze. Ze dachten dat ik bij een sekte ging en waren bang hun kind te verliezen. Ze begrepen niet waarom ik zoveel tijd moest besteden aan mijn geloof. Voor hen betekende 'geloven' op zondag naar de kerk en bidden voor het eten en slapen. Toen is mijn moeder hier eens komen kijken. Leden van de gemeenschap lieten haar toen een foto zien van de paus met de Bhagavad-Gita in zijn hand. Dat is een van de Hindoeïstische klassieken waarop het Krishna-bewustzijn is gebaseerd. Dat heeft waarschijnlijk ook wel meegeholpen om hen mijn keuze te doen accepteren. Uiteindelijk zagen ze ook dat ik me goed voelde in de gemeenschap. Ik werd rustiger, ik voelde me op m'n plek. Bovendien vindt mijn moeder ons eten erg lekker. Inmiddels respecteren ze dat ik hier zit en komen ze regelmatig langs.”
Het verspreiden van boeken wil Surya Kanya tot in lengte van dagen blijven doen. “Het is de enige manier om zoveel mogelijk mensen te helpen inzien dat ze bewuster moeten leven. Dat staat niet in de weg dat ik misschien nog wel eens wil trouwen. Maar wèl met een man uit de gemeenschap, waarvan ik het liefst zou willen dat hij nederig is en gedisciplineerd in het ochtendprogramma, want dat ben ik niet zo. Mijn geestelijk leven moet ermee geholpen worden.”
“Doordat mannen en vrouwen van de gemeenschap in principe gescheiden leven, is de tempel eigenlijk de enige ontmoetingsplaats. Ja, je ziet elkaar wel tijdens het eten, maar dan is het niet zo dat we elkaar op de schouder slaan en roepen: “En? Hoeveel boeken heb je vandaag verspreid?” en daarna een gezellig gesprek aanknopen. In de Bhagavad-Gita staat beschreven: “De man is als boter en de vrouw is als vuur.” Als ze te dicht op elkaars lip zitten, leidt dat af van waar het werkelijk om gaat: de verrijking van het geestelijk leven.”
Die geestelijke kracht is nodig voor de verspreiding van Swami Prabhupada's boeken. “Als we op straat agressief worden benaderd, moeten we onszelf voorhouden dat dat niet persoonlijk is. Die mensen hebben die agressiviteit al in zich en reageren dat dan op ons af, omdat we anders zijn. In het begin schrikken zulke figuren je af, maar op een gegeven moment leer je het wel begrijpen. Als ze nog een beetje bij kennis zijn, kun je ze aanspreken. Maar sommigen zijn al zo ver in hun boosheid, daar valt niet meer mee te praten. En als er op een dag veel mensen zijn die tegen je gaan schreeuwen, dan kan het ook wel eens met je eigen bewustzijn te maken hebben. Dan verdiepen we ons de volgende morgen extra in de boeken, om weer een goed instrument te zijn voor Krishna.”
© - Alle rechten voorbehouden.
Lees de gebruiksvoorwaarden.