*

 
dossier

Archief

Drugsbaron Kobus 'wordt onmenselijk vastgehouden'

ADRI VERMAAT − 28/01/97, 00:00

DEN HAAG - “Je vrouw en kinderen jarenlang niet mogen aanraken. Geen kus, aai of hand, niets', wijst advocaat mr. Tj. van der Spoel op de situatie waarin zijn cliënt Kobus L. nu bijna 2,5 jaar verkeert. “Dat is onmenselijk en het vreemde is dat geen rechter hier een einde aan kan maken.”

Drugsbaron L., die momenteel in hoger beroep terecht staat voor het hof in Den Haag en tegen wie 15 jaar cel is geëist, verblijft sinds 27 september 1994 in de Tijdelijke extra beveiligde inrichting (TEBI) in Vught. Plaatsing daar is al zeer uitzonderlijk, waar op een populatie van 10 000 gedetineerden er slechts 30 voor een verblijf in 'Fort Vught' in aanmerking komen. Voor L. zijn de omstandigheden nog uitzonderlijker: niet eerder verbleef iemand zolang in de TEBI als hij.

Geestelijke verzorgers rapporteerden in juli 1995 dat gedetineerden om humanitaire redenen niet langer dan één tot anderhalf jaar in de TEBI zouden moeten verblijven. “Een langer verblijf kan zorgwekkende gevolgen hebben”, schreven zij. “De eigen beleving en inschatting van de gedetineerden zijn op dit punt catastrofaal.”

De verzorgers somden op welke schade bij langer verblijf wordt aangericht. “Langdurige isolatie levert lichamelijke en psychologische klachten op, zoals emotionele verwarring, niet meer na kunnen denken, concentratieverlies, hoofdpijn, neurose, verlies van realiteitsbesef, duizeligheid, lage bloeddruk en darm- en slaapstoornissen.” Tenslotte tekenden zij aan dat de Europese commissie en ook de Raad van Europa 'tot soortgelijke conclusies kwamen'.

Pogingen van mr. Van der Spoel om L. langs juridische weg naar een regulier huis van bewaring over te plaatsen, zijn niettemin vergeefs gebleken. Zo rechtvaardigde het hof in een tussenarrest van november 1995 de TEBI-plaatsing van de 'vluchtgevaarlijke' L.. Het daarop volgende kort geding tegen de staat, maart vorig jaar, bracht evenmin soulaas. L. was weliswaar ontvankelijk in zijn vordering, maar de rechter oordeelde dat de Staat niet onrechtmatig handelde. In hoger beroep vernietigde de civiele kamer van het hof bovendien dit vonnis: L. was niet ontvankelijk.

Van der Spoel: “Ik constateer dat geen rechterlijke instantie uitspraak doet over de rechtmatigheid van deze TEBI-plaatsing. Maar het kan toch niet zo zijn dat door een ommissie van de wetgever én de verschillende visies binnen het hof geen onafhankelijke beslissing kan worden genomen over een dergelijk ingrijpend dwangmiddel. Er is een TEBI-adviescommissie met daarin vertegenwoordigers van het gevangeniswezen. Maar hun adviezen zijn niet bindend en een beroepsmogelijkheid bestaat er niet. Van rechtsbescherming is zo geen sprake.”

Vlucht Volgens het openbaar ministerie is het verblijf van L. in de TEBI ingegeven door diens vlucht bij zijn voorgenomen aanhouding, mei '94. L. ontkwam na een achtervolging aan de politie, maar werd vier maanden alsnog opgepakt en in de TEBI geplaatst. Zijn raadsman: “Iedere zes maanden moet justitie beslissen of hij daar langer moet blijven en telkens wordt die termijn verlengd. Volgens justitie na zorgvuldige afweging, maar ik wil weten wie dat doet en hoe. Dat mijn cliënt vluchtgevaarlijk zou zijn, is niet te controleren. Ik vind het ook niet redelijk dat telkens wordt verwezen naar de vlucht van mei 1994. Van enig reëel gevaar is nadien niets gebleken.”

L. mag één keer per week in Vught bezoek ontvangen van zijn vrouw en kinderen. Door een glazen wand gescheiden kunnen zij dan een uur met elkaar praten. Hun gesprekken moeten luid zijn en worden op band gezet. Wanneer de bewaarders het gesprek te zacht vinden, wordt het stopgezet. Hoewel de rechter heeft bepaald dat de glazen wand eens per maand mag worden verwijderd, gebeurt dit niet. Dit waar de TEBI-directie zegt dat het ook zonder wand verboden is elkaar aan te raken en zowel gedetineerde als zijn naaste familie niets voor zelfkastijding voelt.

Mr. van der Spoel: “Heel beperkt heeft L. contact met mede-gedetineerden. In wisselende samenstelling mogen ze dan schaken. Op die momenten kan hij een hand geven, maar wat heb je daaraan? Verder heeft hij een radio en tv waar hij onregelmatig gebruik van mag maken. Zo mocht hij niet naar de tv kijken toen de commissie Van Traa mij hoorde en hij dat graag wilde zien.”

In de TEBI heeft L. een aparte cel, waarin zich afschriften van zijn vele duizenden pagina's tellende strafdossier bevindt. Zelfs de drugsbaron weet nog nauwelijks de weg in deze brei. De raadsman: “De papieren liggen allemaal los want ordners en binders, zelfs van plastic, zijn verboden. Telefoneren mag wel, maar ook deze gesprekken worden, met uitzondering van die met mij, opgenomen. En het luchten bestaat uit een bezoekje aan een kooi in de open lucht.”

De kans dat het TEBI-bestaan van L. op korte termijn wordt opgeheven, lijkt gering. Procureur-generaal mr. C. Flint-van Noord zei vorige week nog voor het hof dat, gelet op de marginale toetsing, L.'s zoveelste verzoek om overplaatsing moet worden afgewezen. L. en zijn raadsman vestigen nu hun hoop op het hof, dat op 11 februari uitspraak doet in de strafzaak. Mocht L. worden veroordeeld tot een straf langer dan hij nu vastzit, dan wil hij van het hof ook weten of hij uit de TEBI mag.''

mailIcon print |