*

 
dossier

Archief

Snelweg

KEES BROERE − 13/01/97, 00:00

“Ach, ach, m'n goeie Kees, het leven is toch maar een droom.” Voorzichtig, de handen tegen de muur als tegen een onzichtbare trapleuning, komt de bovenbuurman de trap af. Zijn knieën zijn stram. Dat was in zijn militaire jaren wel anders. Wat heet, alles was vroeger anders voor deze sikh, de oude man die tegenwoordig een dag nodig lijkt te hebben om zijn tulband te schikken, de baard te kammen en zijn kunstgebit in te zetten.

Maar zijn geest is er niet minder scherp op geworden. Vanaf zijn balkon op de eerste verdieping neemt buurman het moderne leven in New Delhi waar. Zijn commentaren op het eigentijdse menselijk drama zijn steeds even onderhoudend als melancholiek. Waar eigen woorden ontbreken, valt hem wel een toepasselijk citaat van Keats of Wordsworth in de mond. Want buurman kent zijn klassieken.

Ik heb hem naar beneden gehaald voor de al lang geleden beloofde demonstratie van Internet. Het is ongelooflijk maar waar: ook ik heb aansluiting gekregen op de elektronische snelweg. Dat de oprit ervan in India vooralsnog bestaat uit een virtueel zandpad, mag de pret en verbazing niet drukken. Twintig keer moeten bellen om aansluiting te krijgen: het houdt een mens bescheiden en dankbaar.

Tijden terug al, tijdens een van onze theesessies in de late namiddag, had ik buurman iets van de geheimen van het Internet verklapt. Hij en ik zouden met simpele drukken op de knop samen door het universum zweven. De blik die hij me toen toewierp, verried dat buurman niet zeker wist of hij daarvoor zijn uitputtende lezing van Readers Digest in de steek wilde laten. Maar zijn nieuwsgierigheid won het.

Hij heeft nog een behoorlijke poos moeten wachten. De nieuwe computer was vlot geïnstalleerd. Ik had hem gekocht met de uitdrukkelijke verzekering dat ook de bijbehorende software direct zou worden geleverd. Wat ben ik toch een onnozele hals. Wekenlang stond het apparaat te glimmen. Zo nu en dan keek ik er verlangend naar en besloot dan de leverancier maar weer eens te bellen. Ja, de software was op komst.

Uiteindelijk kwamen ze, drie man sterk. Eentje om de computer helemaal open te gooien, eentje om de schroefjes op te vangen die tijdens dit karwei door de werkkamer werden gestrooid - en eentje om zich tegenover mij uitvoerig te excuseren voor het feit dat zij niet de goede spullen bij zich hadden en overigens ook, neem ons niet kwalijk, niet echt gekwalificeerd waren om het karwei te klaren.

Zo verstreek de tijd. Steeds nieuwe deskundigen verschenen aan mijn deur; steeds weer ging ik naar bed met onvervulde beloften over de meest informatieve websites. Totdat dan toch het wonder gebeurde waarop ik al niet meer durfde hopen. De installateurs openden meteen de homepage van Playboy voor me. “Hoeft niet hoor”, zei ik schaapachtig, “ik ben getrouwd.” Ze lachten: “Ja, meneer, maar wij zijn vrijgezel!”

Sinds die tijd hoor ik tot het snel groeiend slag mensen dat vindt dat het openslaan van een boek toch eigenlijk veel gezonder is, maar ondertussen wel op Internet heeft ontdekt dat daar de verzamelde werken van Shakespeare bij elkaar staan, zij het waarschijnlijk nog ongelezen. Het laatste zal in mijn geval ook wel zo blijven; de modemverbinding breekt doorgaans na vijf minuten weer af, ik ben nog steeds in India.

Maar ik zit nu met de bovenbuurman voor de computer. “Wat wilt u weten?”, houd ik hem uitnodigend voor. De bejaarde sikh heeft geen idee; de overzichtelijkheid van zijn balkonwereld is hem meer dan voldoende. Maar voor een blik op het trefwoord 'sikh' buigt hij zich toch voorover. Tijdens het oproepen van de pagina's kijkt hij zeer geïnteresseerd naar het wereldbolletje dat over het scherm draait.

Ik kijk hem aan en zie het bolletje in zijn weemoedige ogen weerspiegeld. Ben ik te ver gegaan? Heb ik een man, die zich in alle rust voorbereidt op zijn dood, over de grens van de menselijke hoogmoed gejaagd? Buurman redt me. “Prachtig”, zegt hij, terwijl hij moeizaam opstaat, “heel bijzonder, dank je wel.” Hij loopt langzaam naar de deur, draait zich dan om. “Weet je, Kees, de mensen zullen God vergeten.”

mailIcon print |