MECHELEN - Er is slechts een stadswandeling voor nodig om Mechelen tot een van de schilderachtigste steden van Vlaanderen uit te roepen. De stad dankt haar charme vooral aan wat er in de zeventiende eeuw is gebouwd. Toen heerste alom de barok die er voor zorgde dat burgermanshuizen en kerken met zwierige beelden werden gedecoreerd. Aldus werd de rijkdom van de huisbezitter geëtaleerd: 'toon mij hoe u woont en ik ken uw status' stralen deze gebouwen uit.
Zo werd Mechelen in Vlaanderen het belangrijkste centrum van de barokbeeldhouwkunst. Dat leidde er echter niet toe dat er daadwerkelijk een naam aan die kunst kan worden gegeven. De expositie die het Stedelijk Museum 'Hof van Busleyden' in Mechelen aan de beeldhouwer Lucas Faydherbe wijdt, tilt diens naam dan ook uit de anonimiteit.
Wie de expositie in het museum heeft gezien, realiseert zich op een wandeling door de stad hoeveel Faydherbe heeft achtergelaten. Drie eeuwen na zijn dood (hij leefde van 1617 tot 1697) zijn er overal sporen van zijn activiteiten terug te vinden. Aan de gevel van en in menig kerk prijkt zijn sculpturale kunst, met als hoogtepunt de Sint Romboutskerk die de omgeving met zijn enorme spits domineert.
Faydherbe ontwierp voor de (gotische) kathedraal naast een aantal beelden ook het indrukwekkende hoogaltaar en maakte ondertussen ook het niet minder impressionante grafmonument voor aartsbisschop Cruesen. Daarnaast bouwde hij ook een aantal kerken, zodat er van een allround kunstenaar kan worden gesproken.
Faydherbe's naam is in deze eeuw alleen in kleine kring bekend. Zijn sculpturen, voor zover niet in opdracht van de kerk gemaakt, hebben echter hun weg naar vele buitenlanden gevonden. Het gaat dan om de kleine sculpturen, makkelijk vervoerbaar en niet vastgezet in een religieus kader. Zitten ze niet bij particuliere verzamelaars, dan bevinden ze zich in belangrijke musea, zoals het Prado in Madrid, het Louvre in Parijs (dat een prachtige 'Leda en de zwaan' uitleende), of het Rijksmuseum in Amsterdam.
Die kleine beelden, uit ivoor gesneden, maakte hij in zijn vroege jaren, toen hij bij Rubens in Antwerpen in de leer was. Eenmaal terug in Mechelen slaagde hij er in om doorlopend opdrachten te verwerven. De kerk was ten tijde van de Contrareformatie op het oorlogspad; om een einde te maken aan het ook in de Nederlanden snel populair geworden protestantisme moesten er flink wat gebouwen bijkomen. Het geloof moest op een realistische, overtuigende wijze worden verkondigd, wat er toe leidde dat beeldhouwers grootschalige opdrachten kregen die moesten imponeren.
Ook anderzijds had Faydherbe de wind mee. Net als in de steden van de Noordelijke Nederlanden heerste er in het zeventiende eeuwse Mechelen grote welvaart. Er was een rijke burgerlijke cultuur ontstaan, die Faydherbe op voorspraak van Rubens leerde kennen. Het leverde hem een flinke lijst opdrachten op.
Aan Rubens is Faydherbe trouwens veel verschuldigd. Tijdens zijn leertijd liet Rubens hem veelvuldig naar door hem zelf geschilderde modellen werken. Op die manier leerde hij hoe hij driedimensionaal uit het platte vlak moest werken. Rubens bracht hem bovendien een realistisch besef bij, dat gekoppeld was aan een denken in monumentale, overtuigende vormen. Dat viel bij de jonge Faydherbe snel in goede aarde. Hij was lid van een beeldhouwersfamilie:- Mechelen was sinds de zestiende eeuw een beroemd centrum van 'constiche beldt-snyders' waartoe zijn vader Hendrik Faydherbe (1574-1629) en ook zijn tante Maria Faydherbe (1587-1643) behoorden. In Hendrik Faydherbe's werk kondigde zich al de barok met zijn mollige vormen aan; Lucas had de barok behalve van zijn leermeester niet van een vreemde.
Lucas Faydherbe heeft lang onder invloed van zijn leermeester gestaan. De kwaliteit van zijn werk nam vreemd genoeg af toen hij eenmaal een eigen stijl ontwikkelde. Grofweg kun je zeggen dat zijn beste werk, wat betreft monumentaliteit, realistisch gehalte en technische uitdrukkingswijze in de jaren '60 en '70 van de zeventiende eeuw ontstond. Toen verloor hij het gevoel voor monumentaliteit, werden zijn beelden losser, ontstond er een subtieler en natuurlijker lijnenspel. Maar hij liet de beelden ook hun rijke drapering verliezen die voortaan nauwsluitender om het lichaam viel. Ook stapte hij af van wat tegenwoordig pathetiek wordt genoemd, maar wat in zijn tijd bewust gehanteerde emotionaliteit was: de latere Faydherbe was heel wat meer ingetogen geworden.
Waaraan herken je nu een beeld van Faydherbe? Er is altijd sprake van een mensfiguur, dat ten voeten uit wordt getoond. Letterlijk zelfs, want een stijltrekje bij Faydherbe is dat er vrijwel altijd een voet uit de draperie uitsteekt. Zie de Madonna's bijvoorbeeld, die hij veelvuldig heeft gemaakt. Bij de reliëfs die hij in opdracht van de kerk maakte, gaat het om verhalende voorstellingen (uiteraard uit de Bijbel) waarbij veel betekenisvolle details werden aangebracht. Er is meestal een goed doorwerkte achtergrond die een eigen verhaal vertelt. De reliëfs zijn minstens even realistisch, dat wil zeggen naar het leven, gemodelleerd als de beelden. Maar realisme is bij Faydherbe geen waarheidsbetrachting: hij idealiseerde de lichaamsvormen net zo sterk als in de tijd van de Antieken het geval was. Toch zijn het echt mensen van vlees en bloed: het geloof dwong hem immers om echte smart weer te geven, echte gevoelens van pijn en verlangen op te roepen.
© - Alle rechten voorbehouden.
Lees de gebruiksvoorwaarden.