Spanjaarden, Engelsen, Duitsers en Russen, het waren de vijanden van onze natie, beurs of levensovertuiging; soms alle drie tegelijk.
De vijanden van de 21ste eeuw hebben nog nauwelijks een gezicht, dus geen vertekening; terwijl voor een vijandbeeld toch demonisering nodig is.
De belangrijkste vijand van de toekomst moeten we zoeken in die grijze driehoek van de georganiseerde misdaad. Die beschikt over chantagemiddelen (gekochte tactische kernwapens) en over (ook gekochte) staatsmacht. En het te veroveren territoir bestaat nu uit vitale computer- en communicatiesystemen. Als u de vrede wilt, bereid u dan voor op die oorlog, zeg ik tegen bezuinigers op Defensie.
Bij de georganiseerde misdaad is onderscheid tussen de vijand buiten of binnen de muren moeilijk. In Nederland was het niet zelden de vijand in eigen huis, die met evenveel vuur bestreden werd als de vijand buiten. Hoeksen en Kabeljauwsen, Oranje en regenten, fijnen en rekkelijken, bijbelse twisten tot in de hongerwinter over 'het spreken van de slang', het zijn zon- en schaduwzijden van onze geschiedenis, die tot onze identiteit bijdroegen.
De 'barbaren' binnen de muren? De Nederlandse identiteit wordt door niets meer bedreigd dan door het afsnijden van de dragende waarden die onze samenleving vormden. Ik doel op de culturele revolutie (1960-2020) waarin christenen gereduceerd worden van driekwart tot minder dan een kwart van de bevolking, en op het inschrompelen van invloed van de kerken, die de eeuwen door garant stonden voor overdracht van christelijke waarden.
Vooral doel ik op de verdringing van het christendom uit de cultuur, van de tastbaarheid in het openbare leven tot het verdwijnen van kennis; van de radicale afwijzing van de boodschap in de audiovisuele subcultuur tot de negatie in de kunst.
Wie luistert naar mensen die niet meer zijn opgegroeid met de christelijke traditie, merkt intussen wel dat de behoefte groeit aan authenticiteit en zingeving.
Wie onbevangen van hedendaagse literatuur kennisneemt, voelt de al dan niet openlijke referentie aan waarden, affiniteit met het mystieke. De oorlog is allerminst verloren.
Maar laten we niet ontkennen, dat het dispuut de komende jaren erover gaat of dé verworvenheid van de laatste decennia (zelfontplooiing, eigen normstelling, individualisering) in evenwicht te brengen is met maatschappelijke acceptatie van ieder bindende normen.
Gaat het hooguit om een contract: ik schaad jou niet, jij mij niet? Bedreigt iedere overstijgende normstelling de individu? Of dragen christenen uit dat acceptatie van geloof en bijbelse waarden bevrijdend werkt en dat vertaling naar actuele bedreigingen voorwaarde is voor vrijheid?
Het is een culturele strijd. Om een maatschappij, met als ideaal: rijk worden zonder werken; groeien zonder milieukosten; menselijke relaties gedomineerd door eigenbelang; de publieke ruimte als niemandsland; geweld en belediging als geoorloofd amusement.
Of om een maatschappij waarin ieder mens telt; groei gericht is op welvaart van komende generaties; technologie in dienst staat van menselijkheid; de publieke ruimte verantwoordelijkheid is van burgers; waar het besef leeft dat tonen van geweld kan leiden tot imitatie; en waar bewustzijn heerst dat mensen elkaars zuster, broeder, soms ook hoeder zijn. Tegenover de sterke trends van de postchristelijke cultuur (de nieuwe 'barbaren') zijn voor de moderne levensvragen relevante níéuwe instituties nodig, in de strijd tegen de 'barbaren binnen de muren'.
JOS VAN GENNIP Directeur van het wetenschappelijk instituut van het CDA en senator
© - Alle rechten voorbehouden.
Lees de gebruiksvoorwaarden.