*

 
dossier

Archief

Kabinet sluit een verhoging van de omroepbijdrage vooralsnog uit

Door: redactie − 09/11/96, 00:00

Van onze parlementsredactie DEN HAAG - Omroepverenigingen kunnen alleen door afstand te doen van hun zelfstandigheid in het publieke bestel blijven. Wie vreest voor verlies van identiteit, moet op eigen benen voortgaan.

Zij kunnen in dat geval niet meer putten uit de omroepbijdrage. Het kabinet wil zo de publieke omroep omvormen tot een “sterke, sobere, slagvaardige en professionele” organisatie, die zich onderscheidt van de commerciële zenders.

Staatssecretaris Nuis (cultuur) lichtte gisteren de reactie toe van het kabinet op het rapport-Ververs over de toekomst van het omroepbestel. Na het jaar 2000 is er één zendmachtiging voor de gehele publieke omroep, in plaats van een concessie voor elke omroep apart. Omroepen moeten zich samen onder één bestuur stellen, met behoud van invloed op de programmering. Creatieve zelfstandigheid van programmamakers is verzekerd door invloed op de benoeming van de 'netmanager'.

Het kabinet is tegen omroepverkiezingen. Nuis acht het een “serieus bezwaar”, dat omroepen elkaar om de kiezersgunst zullen beconcurreren met programma's die kijkers trekken, ten koste van de publieke functie. Nieuws, achtergrondinformatie, educatie en cultuur zijn hoofdtaken van de publieke omroepen. Om toch zoveel mogelijk publiek te trekken, dient de publieke omroep ook verstrooiende programma's uit te zenden.

Nuis laat zich niet uit over het aantal zenders in de toekomst. Tot 2000 houdt de tv drie en de radio vijf zenders. Daarna beziet het kabinet periodiek hoeveel tv-netten en radiokanalen nodig zijn.

Verhoging van de omroepbijdrage is vooralsnog uitgesloten. Het kabinet zoekt dekking van een jaarlijks tekort van 100 miljoen gulden deels in bezuiniging op ondersteunende diensten en deels in verhoging van het 'omroeptientje' tot vijfentwintig gulden.

mailIcon print |