*

 
dossier

Archief

Kanttekening bij een aantekening

NICO VAN ROSSEN − 30/01/97, 00:00

Berichten van een aangekondigde dood zijn er tegenwoordig genoeg - ooit geïnspireerd door de schrijver Gabriel Garcia Marquez, die ongetwijfeld weer genoeg aanleiding vond in de surrealistische werkelijkheid. Berichten verstuurd nà een begrafenis zijn zeldzamer. Deze week rolde er een in de brievenbus. De redactie van het tijdschrift Notes (dans & mime & een beetje beeldend theater) stuurde afzonderlijk een lijstje rond met een zestal errata, die in het laatstverschenen nummer waren geslopen. Pijnlijk en opvallend. Pijnlijk gezien de inhoud van sommige missers: 'Tatiana de la Fuente' moet zijn 'Emio Greco' en 'Elske ter Veld' moet zijn 'Annemarieke van der Meulen'. Opvallend omdat het laatste nummer daadwerkelijk het allerlaatste nummer was, dat op zich al na de feitelijke datum van overlijden verscheen: vorige week, dus ruim na afloop van het kalenderjaar 1996.

Notes heeft na elf jaargangen opgehouden te bestaan. Net als het vakblad Toneel Theatraal, waarvan we het overlijden eerder meldden. Beider taak wordt overgenomen door een nieuw vakblad voor de podiumkunsten, dat ergens in februari een geboortekaartje zal verspreiden.

Zoals zo vaak is ook de doodsstrijd van Notes niet aangenaam om mee te maken. Soms is het werkelijk beter om de patiënt, na overleg met de juiste deskundigen, rustig te laten inslapen. Of spring voor een kunsttrein, maar zorg gewoon voor een goed afscheid.

De laatste aantekeningen beslaan 140 vierkante pagina's, verdeeld over ruim 70 bijdragen. Zeker, enkele stukken van deze kortademige stortvloed zijn inhoudelijk de moeite waard omdat ze ingaan op de situatie waarin de dans momenteel verkeert. Maar het overzicht dat de lezer krijgt had hij, als vaste geadresseerde, al lang. Overdoen van het verleden, heet dat.

In de toonzetting van opmerkelijk veel stukken klinkt frustratie door. Frustratie over het gebrek aan productiemogelijkheden, over de stagnerende afzet van voorstellingen, over de terugloop van de publieke belangstelling, over de vermeende achterstelling van de danssector door de rijksoverheid. Serieuze aandacht voor de toekomst van werkloze dansers - in Amsterdam schijnen er 700 te wonen - is er niet. En de vraag hoe het komt dat het publiek het laat afweten, wordt niet gesteld. Veel klagende kritiek dus, maar weinig zelfkritiek. De blik van de dans-auteurs blijkt overwegend gericht op de eigen navel, waarschijnlijk niet gepierced.

Alleen Gary Feingold, artistiek directeur van de Henny Jurriëns Stichting, steekt de hand in eigen boezem. Hij constateert niet alleen dat de kloof tussen wat de choreograaf wil zeggen en zijn/haar publiek veel te groot is, maar ook dat het de taak van de choreograaf is om die kloof te verkleinen. 'Tenslotte is dans een podiumkunst en als we bijval van het publiek willen, dan zullen we voorstellingen moeten maken die dat publiek bereiken.'

Zoveel talige treurigheid maakt de begrafenis van Notes niet tot een vrolijke. Gelukkig heeft dramaturg Paul Derksen voor een andere aanpak gekozen. Zijn bijdrage is zeer analytisch maar omvat uitsluitend een lijst met woorden die in en uit zijn, onder het motto 'wat moet men anno 1996 weten, denken en spreken om volledig up to date te zijn?' Ik laat hier een kleine selectie volgen.

In

stadion opera & musical understatement de intelligente danser sokken art porn Miss Saigon website

Out

werkplaats sprekende dansers eclecticisme moderne dans kistjes ongewenste intimiteiten Het Zwanenmeer dagbladrecensent

mailIcon print |