VENETIE - De meeste aandacht ging de laatste dagen van het Filmfestival Venetië uit naar de competitiefilms van drie vaandeldragers van de Europese 'Cinema d'art'
Met 'Il ladro di bambini' en 'Lamerica' wierp de Italiaan Gianni Amelio zich op als dé erfgenaam van het neo-realisme. Die reputatie maakt hij waar met 'Così ridevano': een stilistisch hoogstandje over twee Siciliaanse broers, die eind jaren vijftig naar Turijn verhuizen.
In zes hoofdstukken die zich telkens op een dag afspelen, laat Amelio zien hoe het de broers van 1958 tot 1964 vergaat. De oudste (Enrico Lo Verso) is analfabeet en komt niet los van de Siciliaanse tradities. De jongste (Franceso Giuffrida) is hoog begaafd en past zich, zo lijkt het althans, moeiteloos aan de stedelijke cultuur aan.
Amelio stelt de broers voor als een hechte twee-eenheid die gedreven wordt door het verlangen dat tenminste een van hen optimaal zal profiteren van de welvaartsstaat. Als het de een goed gaat, gaat het de ander slecht. Wanneer de een terugvalt in Siciliaanse zeden, put de ander daar de kracht uit om zich beter aan het leven in Turijn aan te passen.
Voor wie zijn klassiekers kent is de nieuwe Amelio een interpretatie van Visconti's 'Rocco e i suoi fratelli'. De vele personages en hun onderlinge verhoudingen uit Visconti's film dikte Amelio in tot een symbiotische relatie tussen twee broers. Door Visconti realistisch uitgewerkte sociale fenomenen (de tegenstelling tussen Noord en Zuid bijvoorbeeld) zijn bij Amelio slechts sfeerbepalers van die relatie.
Helaas iets te rigide laat Amelio de vormgeving van zijn film aansluiten bij deze psychologisering van 'Rocco en zijn broers'. Zo veranderde hij Turijn in een, dag en nacht in grijsblauwe en bruingele grauwsluiers gehuld, psychisch landschap. Hij deed dat met zo'n ijzeren consequentie dat die vorm de inhoud soms overwoekert.
Ook bij de Spaanse regisseur Julio Medem, die het surrealisme hoog acht, strijden vorm en inhoud om de voorrang. In zijn schitterende debuut 'Vacas' waren ze perfect in balans. In 'La ardilla roja' en 'Tierra' echter sloeg de vormgever Medem op hol.
Met 'Los amantes del cìrculo polar' toont hij zich nu weer een begenadigd nazaat van Luis Buñuel. Otto en Anna worden als schoolkinderen verliefd op elkaar. Familie-omstandigheden en het domme lot drijven hen steeds langdurig uit elkaar. Op wonderbaarlijke wijzen echter kruisen de wegen van deze verwante zielen elkaar eens in de zoveel tijd op de Poolcirkel.
Met meesterhand laat Medem in deze love story op het thema Wahlverwantschaft allerlei surrealistische technieken los. Nu eens vertelt hij zijn verhaal vanuit Otto, dan weer vanuit Anna en soms vanuit beiden tegelijk. Gebeurtenissen uit het verleden laat hij weer opduiken in het heden.
Terwijl Amelio en Medem weleens in de prijzen konden vallen, zal Emir Kusterica wel met lege handen naar huis terugkeren. Zijn, onder Joegoslavische vlag geproduceerde, 'Black cat, white cat' is een opgefokte Balkan-klucht over een corrupte zigeunerkoning en andere familie-potentaten die allemaal beheerst worden door hebzucht en vele andere menselijke ondeugden.
'Black cat, white cat' zal wel bedoeld zijn als metafoor voor alles wat er de afgelopen jaren op de Balkan gebeurde. Door de overdaad aan lawaaierige en excentrieke typen, bizarre situaties en oorverdovende hoempapa-muziek ontneemt de 'Fellini van de Balkan' de kijker echter iedere lust zijn film zo te duiden.
Nu alle competitiefilms (op 'Place Vendome' van Nicole Garcia en 'Bulworth' van Warren Beatty na) de revue gepasseerd zijn, is duidelijk dat de onder leiding van Ettore Scola staande jury voor een zware keus staat. Naast de films van Amelio en Medem beschikken namelijk ook 'Conte d'automne' van Rohmer, 'You Laugh' van de Taviani's, 'The silence' van Mosem Makhmalbaf, 'The rounders' van John Dahl en 'Lola rennt' van Tom Tykwer over genoeg kwaliteit en vitaliteit om met de 'Gouden Leeuw bekroond te worden.
© - Alle rechten voorbehouden.
Lees de gebruiksvoorwaarden.