*

 
dossier

Archief

Verdacht in angstig Moskou

Wessel de Jong − 17/09/99, 00:00

Voor de vijfde keer in ruim twee weken is Rusland gisteravond opgeschrikt door een bomaanslag. In het Zuid-Russische Volgodonsk vielen tientallen gewonden toen een autobom voor een flat ontplofte.

De Russische regering verdenkt 'islamitische extremisten' van de aanslagen. In de praktijk is iedereen met een 'Tsjetsjeens' voorkomen verdacht.

Azjir (23) trekt aan zijn haar en doet een stapje terug, zodat hij goed bekeken kan worden. ,,Kortgeknipte haren. Ik zie er uit als een boef, of niet?''

Een groot, lelijk litteken tussen zijn ogen maakt ontkennen moeilijk. Azjir heeft het niet makkelijk, dezer dagen in Moskou. Hij lijkt sprekend op een verdachte van de bomaanslagen, waarvan de politie afgelopen dagen foto's heeft verspreid. Verdachte Denis Sajdakov uit Oezbekistan heeft een Mongools uiterlijk. Precies als Azjir, al komt die uit het West-Siberische Nizjnevartovsk.

Azjir is ook gestoken in de typische dracht van een handelaar uit het zuiden. Een halflange zwarte leren jas en een veel te wijde broek.

Sinds de aanslagen wordt er veel en streng gecontroleerd. Omdat de aanslagen worden toegeschreven aan de Tsjetsjenen, die vechten in de zuidelijke deelrepubliek Dagestan, richten de controles zich vooral op personen met een donker uiterlijk.

De politie heeft alle verloven ingetrokken en een twaalfurige werkdag ingevoerd. De politiemacht is uitgebreid tot 70 000 man, terwijl er ook nog eens 7000 militairen van de Dzerzjinski-divisie, een elite-eenheid, op straat zijn.

De jonge Siberiër vertelt dat hij wel tien keer per dag wordt gecontroleerd. Maar omdat Azjir goed van de tongriem is gesneden is het tot nu toe goed gegaan. ,,Ik heb psychologie gestudeerd, ik kan met woorden doden.''

Bevreesd dat zijn verbale gaven op een gegeven moment toch tekortschieten, heeft hij van een oude legerkameraad een uniform geleend. Gestoken in het pak van een adjudant van de spoorwegtroepen, sterren op de schouders, wordt hij niet lastig gevallen.

Maar Azjir trekt het officierskostuum ook weer niet al te vaak aan. De ellende zou immers niet te overzien zijn als hij gepakt werd in een uniform zonder bijbehorende papieren.

Vandaag is Azjir in burger om zich in te schrijven voor het toelatingsexamen bij het Hoger Geestelijk Islamitisch College van Moskou. Hij heeft drie dagen in de trein gezeten, maar vanwege allerlei bureaucratische moeilijkheden heeft hij nog geen inschrijvingsbewijs. Probleem is dat de leergierige Siberiër bijna niemand kent in Moskou. Daarom vertoeft hij al twee weken in portieken in stations.

En dat zonder propiska (verblijfsvergunning) voor Moskou. Officieel is de propiska afgeschaft, maar door alle controles is dit gehate Sovjetdocument nu actueler dan ooit.

,,Voor honderd roebel laten ze je weer gaan, als je geen geldige papieren hebt'', vertelt hij. Maar die heeft hij al lang niet meer. Twee weken geleden kwam hij aan met duizend roebel, bijna honderd gulden. Die zijn nu op. Zijn laatste dertig roebels heeft hij gisteravond uitgegeven aan broodjes voor soldaten in de buurt van de moskee van het college - geen omkoping, benadrukt Azjir. ,,Voor moslims is dat een zonde.''

Over de truc met het uniform vertelt Azjir pas buiten de muren van het college. ,,De rector mag hier absoluut niks van weten.''

Rector Marat Moertazin is een statige figuur, gestoken in een donkergrijze kaftan, op zijn hoofd een kleine witte tulband. Moertazin is het niet eens met Winston Churchills beroemdste uitspraak 'Een volk krijgt de leiders die het verdient'. De rector hoopt en meent dat ,,het volk altijd slimmer is dan zijn leiders''.

Hoewel Moertazin weigert over politiek te praten, zijn zijn woorden een niet mis te verstane aanval op de Moskouse burgemeester Joeri Loezjkov. Die heeft afgelopen week uitvoerig lucht gegeven aan ressentimenten jegens de bewoners van de Kaukasus. Hij beloofde op haatdragende toon een keiharde aanpak van Moskous 'gasten'. Zonder bewijs beschuldigde Loezjkov 'Tsjetsjeense bandieten', luidt een verwijt van Moertazin.

,,Het is helaas typisch voor Rusland om voor heersende problemen schuldigen te zoeken onder vertegenwoordigers van bepaalde etnische groeperingen'', leest de rector voor uit zijn nieuwe boek over moslims in Rusland. ,,Tsjetsjenië is een probleem dat moet worden opgelost. Maar in plaats daarvan sluit de regering als een kind de ogen'', zegt hij. Moertazin ergert zich aan de weigering om de hand in eigen boezem te steken.

,,Ik ben een vijand! Een paar jaar geleden is men begonnen een vijandbeeld te creëren van moslims'', zegt hij. ,,Dat etiket laat zich goed verspreiden. Er wordt gemakkelijk met woorden geslingerd.'' Verontwaardigd is hij over het gemak waarmee islam en terreur in een adem worden genoemd. ,,Dat vindt niemand erg, maar als iemand het over een 'zjid' (jid) heeft, ontstaat er geweldige opwinding. We moeten kennelijk nog een catastrofe doormaken'', verzucht de rector. Moertazin vreest dan ook dat er een holocaust nodig is om de minachting voor moslims uit te bannen. Verwijzend naar voorspellingen van Amerikaanse wetenschappers dat de wereld een confrontatie te wachten staat tussen islam en christendom, zegt hij: ,,Een vreselijk vuur zal het zijn. En nergens is dat gemakkelijker te onsteken dan in Rusland. Maar ik vertrouw op het verstand van het volk.''

mailIcon print |