Het nieuwe Duitslandinstituut streeft er niet naar de Duits-Nederlandse betrekkingen te verbeteren. Wetenschappelijk onderzoek is het hoofddoel. “Als ik me melig uitdruk, zeg ik het zo: ik hoop dat onze activiteiten niet tot een verslechtering van die betrekkingen zullen leiden”.
“Ongelooflijk wat er bij de vestiging van zo'n nieuw instituut komt kijken. Meubels, adressenbestanden, frankeermachines, details tot op het truttigste niveau. Neem nou die grote boom daar op de gracht: toen we begonnen waren alle takken kaal, maar nu het blad is uitgekomen, komt er bijna geen licht meer binnen. Vorige week moesten we daarom alsnog lampen kopen.”
Lily Sprangers geeft het eerlijk toe: in de dagen voor de opening is ze af en toe doodmoe. Zes mensen zijn nu bij het instituut in dienst, waarbij is gekozen voor weinig administratieve ondersteuning. Daarom stond Sprangers vorige week 's avonds om half negen zelf op het postkantoor, om alle genodigden de definitieve bevestiging toe te sturen. “Bolkestein komt, De Hoop Scheffer en Maarten van Traa. Daarnaast veel wetenschappers, diplomaten en journalisten. Van sommige kranten komen wel drie redacteuren, het is duidelijk dat Duitsland leeft.”
Drs. J. Gevers, voorzitter van het college van bestuur van de universiteit van Amsterdam zal het welkomstwoord spreken. “Wij zijn namelijk te gast bij de universiteit”, legt Sprangers uit. “Op het briefhoofd staat daarom ook 'Duitsland Instituut bij de Universiteit van Amsterdam' en niet 'van de Universiteit van Amsterdam'. We hopen zoveel mogelijk met andere universiteiten samen te werken.”
Na Gevers spreekt minister Ritzen en vervolgens Christoph Betram, de belangrijkste commentator van de Duitse krant Die Zeit. Als minister van onderwijs en wetenschappen is Ritzen de belangrijkste subsidiegever, gevolg van het kabinetsbesluit van vorig jaar om het 'Duitslandprogramma voor het hoger onderwijs' te initiĆ«ren. Sprangers: “Wij willen vooral onderzoek gaan doen naar de veranderingen in Duitsland sinds de Wiedervereinigung, waarbij de politieke en economische ontwikkelingen de hoofdmoot zullen vormen. Nogmaals: we zijn niet uit op een betere Duitsland-Nederlandverhouding. Wetenschappelijk onderzoek is waardenvrij, het kan best zijn dat we met kritische rapporten over Duitsland komen, bijvoorbeeld over hoe de Duitsers hun economie aanpakken.”
Tegelijk gelooft Sprangers in het oude gezegde 'onbekend maakt onbemind'. Meer kennis over Duitsland, zoals het nieuwe instituut beoogt, zal op z'n minst het begrip voor het grote buurland kunnen vergroten. Enerzijds verbaast zij zich over de 'matige' belangstelling die in Nederland nog steeds voor Duitsland bestaat (“over Japan en Zuid-Amerika weten we veel meer”), anderzijds noemt ze haar eigen ontwikkeling illustratief voor de wel degelijk snel groeiende interesse voor dit land. “Als directeur van de Atlantische Commissie, wat ik hiervoor ruim vijf jaar was, hield ik me vooral bezig met Rusland, Oost-Europa en Amerika. Ik ben niet aangenomen vanwege mijn kennis over Duitsland, zelf ben ik ook pas recent gaan beseffen hoe belangrijk Duitsland voor ons is.”
Ze geeft het voorbeeld van een rapport dat een werkgroep van de Atlantische Commissie enkele jaren geleden publiceerde: 'The transatlantic relations and management of disorder', een studie over de wereldwijde veranderingen die het openbreken van de grenzen tussen oost en west eind 1989 teweegbrachten. Naarmate deze studie vorderde, ging het bijna als vanzelf steeds vaker over Duitsland. Sprangers: “In de wandelgangen ging het rapport al snel het Duitsland-rapport heten, terwijl maar een zeer beperkt deel ècht over Duitsland ging. Wèl wakkerde dit rapport de discussie over de centrale rol van Duitsland sterk aan, het is niet overdreven dat te zeggen.”
Inmiddels vindt ook Sprangers de ontwikkelingen in Duitsland 'bijzonder intrigerend'. Om nog maar niet te spreken over de snel gegroeide sympathie in Nederland voor Duitsland. “Neem Helmut Kohl: lang hebben we hem verketterd en dan ineens, toen hij vorig jaar op 8 mei in Rotterdam was, werd hij door iedereen het graf ingekust. Het leek wel alsof we een nieuwe man ontdekten, we zijn pas laat gaan beseffen dat Kohl toch wel een groot staatsman is. Ik vind dat hij dit eerherstel heeft verdiend.”
Mede door haar ervaringen als directeur van de Atlantische Commissie, valt het Sprangers op dat multilaterale verbanden - zoals Navo, WEU en VN - steeds minder van belang zijn en bilaterale steeds meer. Ad-hoc coalities vormen is in. “Kijk maar hoe Duitsland en Rusland tegenwoordig veel met elkaar bespreken, of Frankrijk en Engeland. Zes, zeven jaar geleden was dat nog ondenkbaar, toen ging alles om die beide blokken.”
Het is ook in dit bilaterale kader dat Nederland zich volgens Sprangers terecht vaker afvraagt wat er in Duitsland gebeurt. Behalve door onderzoek, wil haar instituut daar een bijdrage aan leveren door nascholingscursussen voor docenten te ontwikkelen, plus 'Duitslandkunde-modules' voor leerlingen op middelbare scholen. Het gaat dan om vragen als 'wat zijn de grote motieven in de Duitse politiek', of 'wat zijn de consequenties van de economische achteruitgang in Duitsland voor ons'. Het pessimisme dat nu over de Duitse economische recessie wordt geuit, noemt Sprangers soms wat overdreven. “Een paar maanden geleden hoorde ik op een conferentie in Amsterdam het ene rampscenario na het andere. Een Duitse spreker reageerde toen: als ik dit allemaal hoor, denk ik dat ik maar economisch asiel in Nederland aan ga vragen.”
Wederom sprekend vanuit haar vroegere werk, begrijpt Sprangers echter ook de paniek in Duitsland zelf. Anders dan in Nederland, zijn ze daar niet gewend de hand aan de knip te houden. Sterker nog, het geloof in het Wirtschaftswunder was ook begin jaren '90 nog onverminderd aanwezig. Sprangers noemt het voorbeeld van belangrijke politieke stichtingen en wetenschappelijke bureaus van politieke partijen, die volgens haar ongelimiteerd subsidie 'uit Bonn' kregen. “In de Atlantische Commissie werkten wij veel met zulke clubs samen en dan verbaasden we ons steeds hoeveel geld ze allemaal kregen. Miljoenen kregen ze, Bonn was een geldkraan zonder stop.”
Tijdens de opening vandaag verwacht Sprangers ook gasten uit Frankrijk en Engeland. Deze landen - evenals Amerika - kennen al langer een Duitsland Instituut. “Daarmee corresponderen we in het Duits, dat is heel grappig. Duits is vandaag ook de voertaal. Van de 280 genodigden komen er zo'n 20 uit het buitenland; vertaal-apparatuur vonden we te duur en de Nederlanders verstaan toch wel Duits.”
© - Alle rechten voorbehouden.
Lees de gebruiksvoorwaarden.