Van een onzer verslaggevers GRONINGEN - De geïsoleerde term 'diefstal' kent de voormalige Haagse korpschef niet, van rellen 'zomaar voor de leut' wil hij niet horen, en een junk spuit niet omdat het zo lekker is. Jan Leendert Brand heeft die delicten nooit los kunnen zien van werkloosheid, armoede, slechte huisvesting, en uitzichtloosheid. Sommigen zeggen dat hij het als maatschappelijk werker ook niet slecht zou hebben gedaan.
De keuze voor deze 'maatschappelijke politieman' als tijdelijk korpschef voor het Groningse korps is helemaal geen slechte. De voormalige hoofdcommissaris E. Nordholt van Amsterdam mag dan de eerste keuze zijn geweest omdat hij 'gezag' zou hebben, hij is meer de ouderwetse politieman die de dienders de straat leert schoonvegen. Brand (61) heeft - wat met een vreselijk woord heet - een helikopterview, ziet wat er in de wijken speelt, en wat de rol van de politie kan zijn bij de oplossing van die maatschappelijke problemen. En hij weet hoe hij de politie als organisatie daarvoor kan motiveren. Zo heeft hij het in Den Haag immers ook met succes gedaan.
In april 1995 analyseerde hij de Nederlandse samenleving als volgt: “Soms denk ik wel eens dat het net zo moeilijk is als in de jaren zestig, begin jaren zeventig. Ook toen wist de samenleving het niet meer. We gingen van een situatie van rust naar geweldige verstoringen van de openbare orde. Nu zie je de individualisering doorgaan. Je moet je zelfs afvragen of dat proces niet is doorgeschoten. Bovendien hebben we nog nooit zo'n grote werkloosheid gehad, met het onderwijs is veel mis, en met de huisvesting in de binnensteden het niet altijd even best gesteld. En de integratie van allochtonen is wellicht de moeilijkste opdracht”, aldus Brand destijds in het Algemeen Dagblad. Spreekt hier een politieman?
Antwoorden op deze problemen kent ook Brand niet. “Ook ik kom niet verder dan: zorg dat iedereen werk heeft en een huis.” Toch zorgde hij in zijn Haagse tijd voor een aanpak van de sociale problemen die later andere korpsen tot voorbeeld zou zijn. Brand liet zogenaamde veiligheidsnetwerken opbouwen, op kleine schaal, in samenwerking met wijksbureaus en scholen. De politie moest in zijn ogen niet langer sociale onrust signaleren, maar daar met anderen ook daadwerkelijk iets aan doen. Om zich later, als de hulpverlening de problematiek onder controle had, weer uit de maatschappelijke dienstverlening terug te trekken.
Softdrugs
Ook op een ander gebied liet Brand zijn sociale kant zien. Als voorzitter van de Raad van Hoofdcommissarissen stelde hij in 1995 dat de politie de strijd tegen drugs had verloren, en dat Nederland zich 'internationaal tot het uiterste zou moeten inspannen voor een verdere decriminalisering van de handel in softdrugs'. Die jacht leidt er alleen maar toe dat de drugscriminelen rijker en rijker worden, aldus Brand, maar zo vroeg hij zich hardop af: hoe kunnen we verslavingen het beste aanpakken en de overlast zo veel mogelijk beperken?.
Met deze uitspraken zorgde Brand eigenlijk voor de enige rel die er ooit rond zijn persoon is geweest. Korpschefs E. Nordholt en P. Witteveen (Gooi- en Vechtstreek) distantieerden zich direct van deze conclusie en de Kamer stelde vragen. Maar voor het overige bleef het rustig in het Haagse korps. En ingewijden zeggen dat dit nu juist de grootste verdienste van Brand is. In alle commotie die de afgelopen jaren is ontstaan door de reorganisatie en de IRT-enquête, kon regiokorps Haaglanden ongeschonden blijven doorwerken. In Groningen hopen ze dat Brand die rust meebrengt.
De korpschef die vorig jaar met functioneel leeftijdsontslag ging om plaats te maken voor de door de IRT-affaire aangeschoten J. Wiarda uit Utrecht, noemde zich gisteren in Groningen - kort nadat bekend werd dat hij daar tijdelijk het politiekorps gaat leiden - een 'man van compromissen die daarbinnen aangeeft wat zijn grenzen zijn'. Klopt, zeggen de mensen met wie hij in het verleden heeft gewerkt: “Jan Brand is een kneder.” Hij laat iedereen vooral uitpraten, en trekt en duwt dan net zolang tot hij zijn zin heeft.
Met zijn beleid 'compromissen binnen mijn grenzen' wist Brand geruisloos zijn carrière te voltooien (tot 1965 politie Amsterdam, tot 1969 politie Delft, tot 1978 ministerie van binnenlandse zaken, tot 1997 politie Den Haag). En hij mag hem dankzij die werkwijze nog eens met twee jaar verlengen ook.
© - Alle rechten voorbehouden.
Lees de gebruiksvoorwaarden.