*

 
dossier

Archief

Stokebranden in PvdA willen te veel

HANS GOSLINGA − 07/10/95, 00:00

In de Nederlandse politiek heerst momenteel een diffuse situatie. De paarse coalitie en het gebrek aan stevige oppositie van de tweede partij van dit land zijn daarvan de uitdrukking. Nieuwe politieke scheidslijnen tekenen zich kennelijk nog onvoldoende af om concreet over toekomstige coalities of verbonden na te denken. Onder die omstandigheden is het niet zo vreemd dat het pleidooi van de PvdA-prominenten Kalma, De Beus en Scheffer voor nauwere samenwerking tussen PvdA, D66 en GroenLinks nauwelijks een rimpeling in de Hofvijver veroorzaakte, netzomin trouwens als in het Winterschoter diep en de Zuid Willemsvaart.

Waarschijnlijk is het gewoon niet de tijd voor zulke exercities. De partijtoppen voelen er niks voor en aan de basis ontbreekt het al evenzeer aan beweging in die richting, laat staan enthousiasme. Welbeschouwd heersen in de huidige Haagse politiek weer de regels van vóór de polarisatieperiode 1966 - 1986: zakelijkheid, topoverleg, depolitisering, verdraagzaamheid en gematigd dualisme. Daarin openbaart zich een wonderlijke paradox: terwijl Nederland ontzuild is en de kiezers minder honkvast dan ooit, blijken de spelregels van de verzuiling nog zeer wel bruikbaar.

Er is niemand die dat beter aanvoelt dan premier en PvdA-leider Kok. Om zijn ongewoon samengestelde kabinet bijeen te houden, heeft hij er belang bij politieke kwesties te depolitiseren en meningsverschillen tussen de coalitiepartners van ideologische ladingen te ontdoen. Hoewel hem dat als resultaatgericht politicus niet zo veel moeite kost, is hij daartoe ook gedwongen nadat hij als informateur in 1994 inzette op een volwaardig, parlementair meerderheidskabinet.

Daarvoor stak Kok in die hete zomer doelbewust en niet zonder risico's zijn nek uit en schreef hij in hemdsmouwen een ontwerp-regeerprogram. Aangezien de VVD hem uiteindelijk meer zekerheid verschafte dan het CDA, vielen de christen-democraten af. Veel meer moet daar niet achter worden gezocht. Des te opzienbarender was deze week de bewering van CDA-voorzitter Helgers dat Kok zijn partij willens en wetens buiten de regering heeft gehouden. De PvdA-leider zou bewust hebben gekozen voor de 'politieke technocratie, een beleid zonder inhoudelijke uitgangspunten en met de vrije markt als richtsnoer'.

In het licht van de formatiegeschiedenis is dat onzin, maar het neemt niet weg dat Helgers precies op die plek zijn vinger legt waaruit voor een deel ook het knagende onbehagen van Kalma, De Beus en Scheffer over paars voortkomt. Uit de mond van de CDA-voorzitter komt het verwijt van politieke technocratie alleen niet zo overtuigend over. Wees de commissie-Gardeniers, die vorig jaar onderzoek deed naar de verkiezingsnederlaag van deze partij, nou juist dat verschijnsel niet aan als een van de oorzaken van de val van het CDA? De christen-democraten waren zo volledig opgegaan in de Haagse cijferwerkelijkheid dat het bevriezen van de AOW niet meer was dan een simpele pennestreek. Helgers moet dus een beetje oppassen met het kiezen van zijn argumenten.

Kok regeert in wezen echt niet veel anders dan de meeste van zijn christen-democratische voorgangers hebben gedaan. In de Nederlandse waaier-democratie - een term van de polarisatie-politicus Van Thijn - kan het ook nauwelijks anders. De periode dat diezelfde Van Thijn het anders deed, heeft dat alleen maar onderstreept. De ervaringen uit die jaren hebben de laatste christen-democratische premier er ook steeds van weerhouden met zoiets als een visionair masterplan op te proppen te komen, een verzuim dat de CDA-voorzitter Kok ook al voor de voeten werpt.

Uit een oogpunt van slagvaardig bestuur en politieke stabiliteit mag het prettig zijn dat de spelregels uit de verzuiling nog blijken te werken, de keerzijde is dat het politieke debat dreigt te verkommeren. Daarin schuilt dan ook de verklaring voor de wrevel die de heren Kalma, De Beus en Scheffer bij de politieke leiding van hun partij oproepen. Het driemanschap wenst politieke discussie tot op het bot en ergert zich aan de bewegingloosheid van de partijen op dit moment, Kok en Wallage zijn juist op rust uit en willen de PvdA tegenover de toonaangevende VVD van Bolkestein niet nodeloos kwetsbaar maken. Liever naaien zij de liberale leider steviger in het coalitiepak.

Uit strategisch gezichtspunt valt dat heel goed te verklaren. De PvdA mag de spilpositie in de Nederlandse politiek en het premierschap hebben overgenomen van het CDA, erg zeker van bestendiging van die positie kan zij niet zijn. Per slot van rekening hebben de sociaal-democraten sinds 1986 alleen maar aanhang verloren. Liever dus eerst maar, door wijs en betrouwbaar regeren, mikken op vergroting van de macht dan nieuwe politieke avonturen aangaan, waarvan niet alleen de uitkomsten ongewis zijn maar ook de effecten op het onvoorspelbaar geworden electoraat. Dat maakt weinig dynamiek los. Maar is een te veel aan dynamiek de partij in het verleden nou juist niet lelijk opgebroken?

Kalma, De Beus en Scheffer zou ook nog de retorische vraag kunnen worden tegengeworpen of paars in zichzelf al niet een dynamisch avontuur is. Maar zulke retorica is waarschijnlijk alleen aan D66 besteed, dat vanuit dat perspectief zijn ziel en zaligheid aan de totstandkoming van een paarse coalitie verbond en zich daarmee bij voorbaat tot bewegingloosheid veroordeelde. Daarin zal geen verandering komen, zolang de democraten blijven volhouden dat paars meer is dan een pas op de plaats, in afwachting van een herverkaveling van de Nederlandse politiek.

Het is dus wel begrijpelijk dat bij zoveel politieke inertie hier en daar onbehagen ontstaat. Tegelijk is het de vraag of de drie stokebranden in de PvdA niet al te sterk naar het Binnenhof kijken als het om het politieke debat over de grote maatschappelijke problemen van de toekomst gaat. En bovendien is het de vraag waarom zij dat debat direct koppelen aan de noodzaak van formele samenwerking, zelfs uitmondend in een soort stembusakkoord tussen PvdA, D66 en GroenLinks bij de eerstvolgende verkiezingen. Op die manier roepen zij zelf de frustraties over zich af, als de politici die de verantwoordelijkheid en de hitte van de dag dragen niet thuis geven.

Het vereist immers nogal wat acrobatisch vermogen om te regeren en tegelijkertijd om de tafel de kruipen met GroenLinks, een van de felste oppositiepartijen. Daarom was het niet zo'n wonder dat VVD-leider Bolkestein als een van de weinigen zich positief over de oproep van het drietal uitliet. Zo gemakkelijk had hij het zichzelf niet kunnen maken. Kalma, De Beurs en Scheffer willen te veel tegelijk en daardoor hebben ze zich vergaloppeerd.

mailIcon print |