*

 
dossier

Archief

De gouden handdruk

KOEN KOCH − 09/11/96, 00:00

De staat als instrument ter bevordering van het eigen belang. Natuurlijk weten we nog hoe vroeger onze regenten staatszaken en privé belangen mengden. Het ambt van postmeester werd aan het tweejarig neefje als verjaardagscadeau toebedeeld. Of de post op tijd werd bezorgd was minder belangrijk dan de inkomsten die dit baantje opleverde.

Wij koesteren ons in de gedachte dat deze praktijken tot het verre verleden behoren. Wij gaan er vanuit dat de huidige staatsdienaren slechts het welzijn van de burgers voor ogen hebben. Precies omdat hun functies hen zo veel macht verschaffen, wordt van hen een hoge publieke moraal verwacht. Een publiek ambt is geen persoonlijk bezit, en aldus aan te wenden, maar een dure verplichting en hoge opdracht.

Zo zou het moeten zijn, maar zo is het niet. Ik praat niet over de gevallen van corruptie waarvan we regelmatig horen. Het vlees is zwak, de misdadiger wordt gestraft, de norm wordt bevestigd.

Ik heb het over het fenomeen van de gouden handdruk dat de laatste jaren in het openbaar bestuur zich op zo'n ruime schaal gevestigd heeft dat bij het aantreden van de nieuwe directeur van het Amsterdamse gemeentevervoerbedrijf vooraf vastgesteld moest worden dat hij bij zijn eventuele vertrek geen gouden handdruk zou krijgen. Uit het feit dat de onmogelijkheid van een gouden handdruk nadrukkelijk moest worden vermeld, wordt duidelijk dat zich kennelijk in Nederland de norm heeft gevestigd dat een hoge gezagdrager bij bestuurlijk falen slechts ontslagen kan worden na een gouden handdruk. De staat moet bij wijze van spreken het publieke ambt terug kopen, om het daarna aan een ander die het er hopelijk beter vanaf brengt, te kunnen verlenen.

Het argument dat de gouden handdruk het minste kwaad is (na het verwijderen van de falende persoon kan met de verbetering van de dienst begonnen worden, hetgeen belangrijker is dan de miljoenen die de falende ambtenaar meekrijgt) wijst erop hoe zeer de Nederlandse politiek-ambtelijke klasse erin is geslaagd zijn prerogatieven via het zogenaamde ambtenarenrecht veilig te stellen. Het fenomeen van de gouden handdruk maakt tevens duidelijk dat onze politiek-ambtelijke klasse het publieke ambt inderdaad lijkt te zien als een persoonlijk bezit waarvan slechts tegen een zeer hoge financiële vergoeding afstand behoeft te worden gedaan. Men zou een dief van de eigen portemonnee zijn wanneer men een gouden handdruk liet zitten. De wijsheid van de straat tot publieke moraal verheven, het is kennelijk niet erg om dief van de portemonnee van de gemeenschap te zijn.

Het is nu wel duidelijk dat de IRT-affaire nauwelijks personele gevolgen zal hebben. Niemand wordt ontslagen, iedereen blijft alsof er eigenlijk niets gebeurd is en onze rechtsstaat niet op zijn grondvesten staat te trillen.

Ongetwijfeld heeft de opwinding over de gouden handdruk voor procureur-generaal Van Randwijck de ministers ervan weerhouden om de tientallen handen van verantwoordelijken te schudden. Omdat de gouden handdrukken uitblijven en omdat het onze justitiële en politieke top royaal aan publieke deugdzaamheid en burgermansfatsoen ontbreekt om de eer aan zich zelf te houden, blijven onze officieren van justitie en hoofdcommissarissen gewoon in functie. Precies daaruit blijkt hoe zeer onze rechtsstaat wankelt.

mailIcon print |