*

 
dossier

Archief

Zingen en knorren

FRANZ STRAATMAN − 23/03/95, 00:00

Binnen de groep houtblazers in een orkest springt de fagot door zijn vorm en lengte direct in het oog, maar ook het kenemerkende geluid is zeer waarneembaar. De titel THE COLOURFULL BASSOON (R.Y.M. 93-10) die de fagottist Dirk Meijer meegaf aan zijn cd (in eigen beheer uitgegeven; informatie 010 - 4763746), is goed gekozen. Dat kleurende aspect blijkt in de baslijn van een sonate voor hobo en fagot van Carlo Besozzi (met een erg mooi adagio middendeel) waar de cd mee opent. De fagot kan zoet-vibrerend zingen als een saxofoon (zoals te horen is in een sonate van Telemann), en weet ook gezellig te knorren met 'doorrookte' stem in een sonatine van Alexandre Tansman.

Als contrafagot (in een solo van Richard Grin getiteld 'Anitanos') lijkt het instrument in zijn mechanische aanspreking (heftig kleppengeluid) op een overeenkomstig orgelregister; dat kan echter slechts een statische toon produceren, terwijl het door de mens geblazen instrument dynamische verschillen kan produceren en geraffineerd met kleurovergangen en tussentonen werken.

Bij de cd zit een informatieve toelichting over de geschiedenis van het instrument, waardoor de uitgave een deeltje lijkt uit een cd-reeks over instrumenten. Zo'n serie zou overigens best nuttig zijn, want je leert van deze cd veel over de fagot. Minpuntjes zijn het akelig stemmingsverschil met het klavecimbel (een orgel zou fraaier hebben gecombineerd met de fagot) als continuo, en het overbodig arrangement van twee Beatles-nummers.

mailIcon print |