*

 
dossier

Archief

Roebelcrisis komt ook in Centraal-Europa hard aan

RUNA HELLINGA − 12/09/98, 00:00

Acht jaar lang hebben landen als Hongarije, Polen, Roemenië en Tsjechië geprobeerd de steven van hun economieën westwaarts te richten. Het ene land deed dat met meer succes dan het andere, maar het streven was er. Toch wordt Midden-Europa door investeerders gestraft voor de roebelcrisis.

BOEDAPEST - Tot twee weken geleden was KPN een van de belangrijkste gegadigden voor een aandeel van 35 procent in Romtelecom, het Roemeense telecommunicatiebedrijf. Maar net als de belangrijkste mededinger, de Amerikaanse Southwestern Bell Communications, trok de Nederlandse onderneming zich begin september terug.

KPN ziet de investering niet langer als een prioriteit. De financiële crisis in Rusland heeft de situatie in de hele regio 'te onzeker' gemaakt.

Voor de Roemenen is het een harde klap. De krakerige telefoonleidingen en ten dele nog met de hand bediende centrales van Romtelecom gelden als het 'kroonjuweel' van hun economie. Daarbuiten heeft Roemenie niet zoveel waardevols te verkopen. Het streefcijfer van één miljard dollar die het land dit jaar hoopte binnen te krijgen uit de verkoop van staatsbedrijven zal dan ook bij lange na niet worden gehaald.

Maar de beslissing van KPN is op zich niet onbegrijpelijk. Rusland is - of beter, wás - voor Roemenië een van de belangrijkste economische partners. De handel met Rusland was goed voor een jaarlijkse omzet van 1,8 miljard dollar. Die is nu voor een goed deel weggevallen. Voor de Roemeense economie, die al in een diep dal zat, is dat een klap die het land voorlopig niet te boven zal komen.

Roemenië is niet het enige Oost-Europese land dat zwaar te lijden heeft van de Russische crisis. Nergens zijn de gevolgen van de problemen in Rusland zo voor iedereen zichtbaar als in Polen. Tot half augustus stroomden dagelijks duizenden Russen over de grens om op Poolse openluchtmarkten die goederen te kopen die in Rusland niet of nauwelijks te koop waren.

Het waren bonte markten, waar Poolse, Aziatische en Afrikaanse handelaars hun tapijten, houtsnijwerk, gekopieerde cd's en vervalste merkspijkerbroeken aanboden aan Russen, Armeniërs en Mongolen. Er werd gezegd dat op de grootste openluchtmarkt, in een leegstaand stadion bij Warschau, alles te krijgen was wat een mens kan begeren, van horloges, shampoo en T-shirts tot kalasjnikovs en tweedehands tanks.

Nu zijn de kraampjes leeg. Er komt nog een handvol Oekraïeners en Wit-Russen, maar die kunnen niet goedmaken dat de Russen wegblijven.

De gevolgen zijn niet te onderschatten. De openluchtmarkten geven naar schatting werk aan vijftigduizend Polen en zijn met een jaarlijkse omzet van vierhonderd miljoen dollar de vijfde exporteur van Polen. Daar komt bij dat de handel met Polens belangrijkste economische partner, Duitsland, vanwege de economische crisis in dat land ook niet zo bloeit als tevoren.

De Poolse economie gaat door voor een van de meest florerende in Oost-Europa. Maar het land zal volgens experts alle zeilen moeten bijzetten om grote financiële problemen te voorkomen.

Doem

Doemscenario's hangen niet alleen de Polen boven het hoofd. Hoewel de effecten van de Russische crisis van land tot land verschillen, hebben alle voormalige Oostbloklanden in de afgelopen weken te voelen gekregen dat de internationale financiële wereld de situatie zeer nauwlettend in de gaten houdt en schrikachtig reageert, zelfs in die landen die nauwelijks nog van Rusland afhankelijk zijn.

De Tsjechen zijn er sinds 1990 zeer wel in geslaagd hun economie los te koppelen van de voormalige Sovjet-Unie, zozeer zelfs dat een aantal Tsjechische economen de afgelopen jaren meende dat de Russische markt ten onrechte werd verwaarloosd. Toch zag Praag de afgelopen weken de beurskoersen omlaag gaan en de valuta schommelen.

Hongaren

Datzelfde overkwam de Hongaren, terwijl tegenwoordig niet meer dan 4 tot 5 procent van hun export naar de oude Sovjet-Unie gaat.

Maar zelfs al hebben de Tsjechen en Hongaren niet meer zoveel met Moskou te maken, er zijn wel degelijk sectoren in die landen die de crisis hard voelen.

Hongarije bijvoorbeeld leverde vroeger veel ingeblikt voedsel aan de Sovjet-Unie; voor de Hongaarse voedselverwerkende industrie is Rusland nog steeds een belangrijke markt. Dat de Europese Unie niet staat te trappelen om landbouwproducten uit Oost-Europa toe te laten, speelt daarbij een niet geringe rol.

Grote bedrijven, zoals salamiproducent Pick, hebben inmiddels andere markten weten aan te boren. Maar er zijn bedrijven die nog steeds vrijwel geheel afhankelijk zijn van de export naar Rusland. De Csabai Inmaak Fabriek in Békescsaba verkocht tot half augustus bijvoorbeeld 90 procent van zijn productie aan Moskou. Ook de vleesverwerkende industrie wordt volgens financiële experts hard getroffen. Hongaarse kippetjes golden ook in de jaren negentig in Rusland nog steeds als 'je van het'.

Volgens Istvan Temesfoi, directeur van Globus, de grootste voedselverwerker van het land, is regeringsingrijpen onvermijdelijk om massaontslagen in de sector te voorkomen. Een mogelijke oplossing noemt hij een ruilhandelsverdrag, waarbij Hongarije levensmiddelen gaat ruilen tegen Russisch gas en olie.

De meeste Hongaarse bedrijven die handel drijven met Rusland hebben zich de afgelopen weken overigens minder bezorgd getoond over de Russische crisis dan exporteurs in andere landen. Busbouwer Ikarus is zelfs van plan om op korte termijn een nieuwe order van de stad Moskou voor 69 bussen te tekenen. “Wij hebben een schriftelijke garantie van de gemeente dat ze zullen betalen. Dat is voor ons genoeg.”

mailIcon print |