AMSTERDAM - Oud-premier Willem Drees, die als geen ander gestalte heeft gegeven aan de opbouw van het na-oorlogse Nederland, heeft vaak ten onrechte het etiket opgeplakt gekregen van een pragmatische, klein-Nederlandse politicus.
In werkelijkheid had de sociaal-democratische leider een visionaire en realistische kijk op de rol van Nederland in de als gevolg van de oorlog sterk gewijzigde internationale verhoudingen. Drees was bovendien een idealist en een vurige socialist.
Dit blijkt uit een onlangs bij toeval ontdekt manuscript voor een compleet boek dat Drees in de oorlogsjaren heeft geschreven, maar dat hij nooit heeft gepubliceerd; vermoedelijk omdat hij direct na de oorlog een vooraanstaande rol in de politiek ging spelen. De politicoloog Hans Daalder heeft dit zaterdag onthuld voor de Belgische radio BRT 3 in het programma Wereldbericht. Daalder werkt samen met J. H. Gaemers aan een biografie over Drees.
De biografieschrijvers troffen het manuscript tot hun verrassing aan tijdens een onderzoek in het Algemeen Rijksarchief te Den Haag en wel in de vorm van een map met stukken, in de voorlopige inventaris aangeduid als: 'Tekst van een onuitgegeven manuscript houdende beschouwingen over de politieke en maatschappelijke toestand na de oorlog, z.d.' Daalder en Gaemers hebben het manuscript inmiddels geschikt gemaakt voor publikatie. Het zal dezer dagen onder de titel 'Op de kentering' en voorzien van een inleiding door Bert Bakker worden uitgeven.
Het bestaan van het manuscript was nauwelijks bekend, ook niet aan Drees' naaste familieleden. Drees heeft er zelf in zijn geschriften nooit met zoveel woorden melding van gemaakt. Wel zijn delen van het manuscript eerder gepubliceerd. Op een apart voorblad heeft Drees later (wanneer is onbekend) een aantekening bij het manuscript gemaakt: “Geschreven tijdens de bezetting. Ik wilde er toen een boek van maken. Toen ik minister werd, heb ik het opzij gelegd. (...) Het getypte is misschien wel interessant, om te zien hoe ik tijdens de oorlog over de toekomst dacht.”
Vadertje Drees, zoals hij wel genoemd werd, was van 1948 tot 1958 premier in overwegend rooms-rode kabinetten. Zowel binnen als buiten zijn partij dwong hij respect af. Toch oordeelden prominente partijgenoten enigszins laatdunkend over zijn 'klein-Nederlandse' visie. De bekende schrijver, essayist en politicus Jacques de Kadt typeerde hem als 'wethouder van Nederland'. PvdA-fractievoorzitter Van der Goes van Naters sprak over 'de provincialerige Drees' en Sicco Mansholt, de eerste Nederlandse Eurocommissaris, liet zich eens ontvallen: “Als Drees het Belgische Albert-kanaal oversteekt, heeft hij het gevoel op een andere planeet te komen”.
Deze geringschatting werd ongetwijfeld ingegeven door Drees' spreekwoordelijke zuinigheid, zijn praktische instelling en het belangrijke accent dat hij legde op een gedegen, sobere opbouw van het na-oorlogse Nederland, in nauwe samenwerking met de KVP; een coalitie waarin geen ruimte was voor socialistische stokpaardjes.
Drees' biograaf Daalder vindt dat hem met deze typeringen geen recht wordt gedaan. Het manuscript bevat een aantal grondige beschouwingen over internationale ontwikkelingen. In het boek leren we Drees kennen als iemand die in de jaren dertig al tot de conclusie was gekomen dat de toenmalige SDAP haar pacifistische verzet tegen de bewapening diende op te geven. Tijdens de bezetting gaf hij zich er rekenschap van dat een geheel nieuwe wereld aan het groeien was, waarin de Verenigde Staten en Rusland onvermijdelijk een dominante rol zouden spelen en waarin ook de vroeger koloniaal beheerste gebieden zich van Europese bevoogding zouden vrijmaken. Zijn conclusie toen al: “Ik hoop op blijvenden banden tussen IndiĆ« en Nederland als gelijken en gelijkwaardigen in een federatief staatsverband. Maar welke ook de belangen van Nederland zijn, die van IndonesiĆ« zelf zullen de doorslag moeten geven. Elke koloniale overheersing van volkeren zal ten slotte moeten eindigen.”
Drees constateert ook de afgenomen betekenis van het Britse rijk. Hij accentueert de noodzaak, juist voor een land als Nederland, zich ervan bewust te zijn dat het voor de toekomst afhankelijk is en blijft van ontwikkelingen op het Europese continent. Hij neemt een ondubbelzinnig standpunt in ten aanzien van de noodzaak een herboren democratisch Duitsland in de Europese samenwerking te betrekken. Hij verzet zich fel tegen de wijdverbreide gedachte dat Duits grondgebied moet worden geannexeerd als vergoeding van de schade door de Duitse oorlogsvoering en bezetting.
Ten slotte blijkt Drees groot voorstander van herstel van de parlementaire democratie zoals Nederland die voor de oorlog kende. Dat is opvallend omdat velen zich op het standpunt stelden dat de democratie volledig had gefaald. Sommigen bepleitten een meer autoritaire aanpak, anderen stonden onder gelijktijdige opheffing van de bestaande politieke partijen een tweedeling voor in een progressieve en een conservatieve stroming. Drees moest van dit alles niets hebben.
© - Alle rechten voorbehouden.
Lees de gebruiksvoorwaarden.