*

 
dossier

Archief

Feller verzet Rusland tegen Navo-uitbreiding te verwachten

MICHIEL DE WEGER − 12/01/96, 00:00

De auteur is politicoloog, was werkzaam op het Navo-hoofdkwartier in Brussel en is nu verbonden aan het Koninlijk instituut voor de marine. Dit artikel is op persoonlijke titel geschreven.

De Russische weerstand tegen Navo-uitbreiding neemt steeds vastere vormen aan. Als de Polen, Tsjechen, Slowaken en Hongaren toetreden, zo drukte Jeltsin zich al maanden geleden uit, zal er een 'koude vrede' ontstaan. Minister van defensie Gratsjov heeft inmiddels de toekomst van het CSE-akkoord en recentelijk ook de Start-verdragen in het geding gebracht. Ook is uit Moskou het dreigement gehoord, dat Rusland op Navo-uitbreiding zal reageren door, samen met Wit-Rusland, troepen en tanks aan de Poolse grens te stationeren en raketten op Midden-Europa te richten.

De affaire rondom de Poolse minister-president Oleksy wordt, althans in de pers, nu ook al in verband met de Navo-uitbreiding gebracht. Zou de Russische veiligheidsdienst Oleksy willen zwartmaken om de Poolse politiek te destabliseren en daarmee de kans te verkleinen dat de Navo-landen daadwerkelijk Polen in het bondgenootschap opnemen? Wat ook waar moge zijn van Oleksy's activiteiten in het verleden, inmiddels is de politieke stabiliteit aangetast en de Russen hebben daaraan een bijdrage geleverd. Zelfs in de Russische versie, waarin de Poolse veiligheidsdienst de operatie tegen Oleksy uitvoert, heeft de Russische veiligheidsdienst informatie over Oleksy en andere Poolse politici aan de Polen geleverd.

Optimisme

In het Westen en in de Navo werden de Russische uitlatingen tot nu toe steeds erg optimistisch geïnterpreteerd. Dat vindt wellicht mede zijn verklaring in een psychologisch mechanisme. Diplomaten hebben hun meeste contacten binnen de diplomatie. Men spreekt elkaars taal. De Russische en westerse functionarissen die dagelijks met de kwestie van de Navo-uitbreiding te maken hebben, zijn daardoor geneigd tot een gematigde interpretatie van standpunten. De opvattingen in Moskou en buiten de Russische diplomatieke kringen in het Westen kunnen een stuk harder zijn.

Toegegeven, de onjuistheid van de optimistische interpretatie van de dreigende geluiden uit Moskou is nog niet aangetoond. Maar hoe langer de Russische dreigementen aanhouden, des te onwaarschijnlijker is het dat ze eigenlijk niet gemeend zijn. In ieder geval kan het ook in de Russische politiek niet eeuwig bij retoriek blijven. De verklaringen scheppen verwachtingen onder de Russische bevolking en moeten dus vroeg of laat ten minste ten dele worden waargemaakt.

Daarbij komt de 'rood-bruine' overwinning in de recente parlementsverkiezingen. Kozirev is inmiddels vervangen als minister van buitenlandse zaken door Primakov, die in Washington veel meer als een hard-liner wordt beschouwd. Het Westen zal zich geconfronteerd zien met een assertiever Russisch buitenlands beleid en dient zich de vraag te stellen waar dit overgaat in een agressief beleid.

De grens tussen assertief en agressief is weliswaar vaag en subjectief, maar is voor de westerse opstelling ten opzichte van Rusland cruciaal. Het zou raar zijn als een regionale grootmacht als Rusland niet voor zijn belangen zou opkomen, terwijl het, vergeleken met het voorzichtige beleid van enkele jaren geleden, te verwachten valt dat het Russische buitenlands beleid in agressiviteit zal toenemen.

Nu hoeft agressief niet synoniem te zijn met gewelddadig. Het Westen dient het standpunt in te nemen dat het Russische buitenlandse beleid als agressief moet worden beschouwd, als het in zijn intenties en zonder bereidheid tot compromissen indruist tegen substantiële westerse belangen.

Zo lijkt het Russische standpunt om betrokken te zijn bij een (tijdelijke) oplossing voor het conflict in Bosnië nu slechts assertief. Ook het recente Iraans-Russische samenwerkingsakkoord, onder andere op nucleair, politiek en militair terrein, kan met enige goede wil nog als slechts assertief worden bestempeld. Iran is voor Rusland immers een sleutel naar de oplossing van (Russische) problemen in Centraal-Azië en de Kaukasus, terwijl Iraans-Russische nucleaire samenwerking, net als in de Amerikaans-Noordkoreaanse relatie een tactiek van coöperatie kan zijn om potentiële bronnen van conflict weg te nemen.

Toch kan men zich indenken dat de VS, die momenteel Iran als het gevaarlijkste land ter wereld zien en net de Europese landen hadden opgeroepen om, net als zij, alle substantiële economische contacten met dat land te verbreken, niet bepaald gecharmeerd waren van de Russische actie. Zo'n geintje moeten de Russen niet in Midden-Europa uithalen, want Midden-Europa hoort nu in de Euro-Atlantische sfeer. De VS willen de Navo uitbreiden en zullen Russische activiteiten met betrekking tot dat gebied veel minder welwillend bezien: assertief is daar eerder agressief.

Nauwelijks argumenten

Waarom zijn de Russen zo tegen Navo-uitbreiding gekant? Opvallend is dat Russische politici nauwelijks argumenten tegen uitbreiding aanvoeren. Zij constateren dat uitbreiding de Russische veiligheid zou aantasten, maar onderbouwen dat niet. Terwijl het voor het Westen helemaal niet zo duidelijk is waar die bedreiging dan in schuilt. Niemand in het Westen gelooft dat de Navo agressieve bedoelingen heeft. Slechts weinigen in het Westen willen Polen etc. bij de Navo als buffer, als strategische diepte. De Russen zijn immers niet meer de vijand, terwijl de strategische diepte van Polen in een conflict voor een gevechtsvliegtuig of raket slechts een paar extra minuten zou zijn. Het Westen is zelfs verdeeld of Navo-uitbreiding de objectieve veiligheid van het Westen zou vergroten. De Middeneuropese landen zijn nog steeds instabiel en het is onduidelijk of de stabiliteitsimpuls op deze landen die uitgaat van Navo-uitbreiding, opweegt tegen de instabiliteitsimpuls op de Navo-samenwerking die op hetzelfde moment start.

Westerse voorstanders van Navo-uitbreiding worden in essentie gemotiveerd door een gevoel van historische roeping. Dit is precies hetzelfde in Rusland, maar dan in spiegelbeeld.

De Navo en Rusland liggen nog steeds op een confrontatiekoers over Navo-uitbreiding. Als Rusland deze zomer een 'rood-bruine' president krijgt zal dit nog duidelijker worden, terwijl een meer gematigde president, Jeltsin zelf of Tsjernomirdin bijvoorbeeld, noch om de sentimenten onder de Russische bevolking, noch om de voor een overwinning noodzakelijke eigen uitspraken en beloften heen zal kunnen.

De westerse landen spreken, sommige landen voorzichtiger of met meer voorbehouden dan andere landen, nog steeds de wil uit dat de Navo wel uitbreidt. Het Westen heeft behoefte aan meer wilskracht, wil het toch de Navo uitbreiden èn de Russen overtuigen hiermee akkoord te gaan.

mailIcon print |