Het rode licht van het laserzaklampje van Georg Eiswirth, student medicijnen, moet een enorme boog maken om de omvang van de zieke lever aan te kunnen geven: “Deze man was een alcoholist. Dat zie je aan de grootte, maar ook aan de kleur, witachtig. Terwijl dit de lever was van een gezonde man. Ziet u het verschil?”
In hoog tempo loopt Eiswirth langs de vitrines met de uitgestalde lichaamsdelen. Zwartgeblakerde longen van een zware roker, door aderverkalking aangetaste bloedvaten, vervette harten, zieke nieren, een darm met een tumor. Maar ook misgeboortes, een Siamese tweeling, een babylijfje met het hart buiten het lichaam, een ander met de hersens bovenop het hoofd.
Over lichaamsdelen gesproken: de bezoeker van deze tentoonstelling moet een sterke maag hebben om dit allemaal te kunnen aanschouwen. Sommigen lukt het niet. In een hoekje van de zaal is een jongen ineengezakt, z'n vriendin heeft troostend een arm om 'm heen geslagen. Hij ziet lijkwit, de zweetdruppels lopen tappelings langs z'n slapen. Even verderop staan een paar ramen open. Het is daar opmerkelijk druk, iedereen wil wel wat frisse lucht hebben.
De omstreden tentoonstelling 'Körperwelten' in het Museum voor techniek en arbeid in de Zuid-Duitse stad Mannheim belooft de bezoeker 'een fascinerende blik in de anatomie van de mens en een unieke kijk op de wereld van het gezonde en het zieke lichaam die tot voor kort zelfs voor artsen en studenten medicijnen onmogelijk was'. Ronkende taal, maar er is niets teveel mee gezegd. Het is een kleine expositie (binnen een uurtje sta je weer buiten), maar ze laat exact zien hoe het menselijk lichaam in elkaar steekt, wat er mis aan kan zijn, maar vooral hoe mooi en gesmeerd alles functioneert.
Ontwerper is de anatoom Günther von Hagens, 52 jaar geleden geboren in de DDR, eind jaren zestig in ongenade gevallen bij het communistische regime in Oost-Duitsland, uitgeweken naar West-Duitsland, en vanaf 1975 bezig met de ontwikkeling van wat hij plastination noemt, een bijzondere methode om het menselijk lichaam zo zuiver en natuurgetrouw mogelijk te bewaren. Aanvankelijk was hij verbonden aan de Universiteit van Heidelberg, maar sinds een paar jaar heeft hij in deze stad een privé-instituut, het Institut für Plastination.
Georg Eiswirth, die over een paar maanden afstudeert als arts en die in alle opzichten een volgeling is van Von Hagens, legt uit hoe het procédé werkt: “Eerst stoppen we de ontbinding van het lichaam, via bevriezing of een injectie met een fixeermiddel. Dan gaat het lichaam, of delen daarvan, in een bad met aceton. Daardoor worden het vet en het vocht aan het lichaam onttrokken. Vervolgens voegen we speciale middelen toe, silicone of een vergelijkbaar product. Daardoor ontstaat er een verharding van de weefsels, de spieren, botten en noem maar op. Het proces van plastination kan wel zo'n vijfhonderd uur duren.”
Het resultaat is een ongeschonden menselijk lichaam, dat er als een soort geplastificeerde mummie uitziet. Puntgaaf, kurkdroog en reukvrij. Het blijft tot in lengte van jaren goed. Eiswirth: “Professor Von Hagens heeft zijn methode vijf jaar geleden geperfectioneerd. Hij heeft dus eigenlijk pas vijf jaar ervaring. Maar nu al staat vast dat de lichamen honderden, misschien wel duizenden jaren intact blijven.”
Op de tentoonstelling zijn zo'n tien, vijftien 'modellen' te zien. Von Hagens heeft bij de ene man (die opgesteld staat als een hardloper) de spieren geaccentueerd, bij een ander de zenuwen, bij een derde het bloedvatenstelsel. Er staat een zwangere vrouw met een vrucht van dertien weken, daarnaast een vrouw met een vrucht van zeventien weken. Het is intrigerend om het verschil te zien.
Naast lichamen en lichaamsdelen zijn er ook 'schijfjes' van organen. Nieren, levers, harten, longen, geslachtsdelen zijn in flinterdunne plakjes gesneden met een dikte van slechts een paar millimeter. De studenten die het publiek uitleg geven, laten haarscherp zien wat er allemaal mis kan zijn. Bij een plakje hersens wijst Georg Eiswirth op een zwarte plek die er volgens hem duidelijk niet hoort: “Deze man is getroffen door een hersenbloeding, en ik denk een hele zware.”
De wetenschap dat het niet om lichamen gaat van mensen die al tientallen jaren geleden overleden zijn, maar van mensen die tot voor een paar maanden of hooguit een paar jaar nog vrolijk door het leven stapten, is beklemmend. Zou je hier je helaas te vroeg overleden oom of tante kunnen tegenkomen? In theorie kan dat, zegt Eiswirth, maar in de praktijk niet. De gezichten, hoe natuurgetrouw ook bewaard, zijn onherkenbaar doordat de huid weg is. De ogen, voor velen toch hét herkenningspunt bij een geliefd familielid of vriend, zijn 'neutraal' gemaakt.
In de persmap en de prachtige catalogus legt Von Hagens omstandig uit hoe omzichtig zijn instituut te werk gaat bij het vinden van donoren. Mensen die hun lichaam na de dood willen laten plastificeren moeten een wilsverklaring invullen en ondertekenen en die vervolgens bij de notaris deponeren. Die verklaring kan op elk moment ingetrokken worden.
Eiswirth: “Een paar jaar geleden kreeg ik via, via een mensenschedel. Afkomstig uit Hongarije, werd mij verteld. Maar van wie die schedel was, en hoe oud die man wel niet was toen hij stierf en waaraan hij dood was gegaan, dat wist ik allemaal niet. Dat is hier allemaal heel anders. Van elk lichaamsdeel, hoe klein ook, weten we de herkomst. Dat is allemaal perfect opgeslagen. U kunt hier niks aanwijzen waarvan wij niet onmiddellijk kunnen zeggen wie de donor is. We zullen dat niet doen, want voor de buitenwereld houden we de lippen stijf op elkaar. Anonimiteit is gewaarborgd.”
De tentoonstelling is heftig omstreden. De CDU in Baden-Württemberg (de deelstaat waar Mannheim nog nét in ligt) heeft alles in het werk gesteld om het Landesmuseum ervan te overtuigen het werk van Von Hagens niet te exposeren. Ook de kerken, zowel de katholieke als de evangelische, hebben krachtig geprotesteerd.
Net als de christen-democraten vinden zij de tentoonstelling een aanfluiting voor de menselijke waardigheid. Dat er zomaar open en bloot geslachtsdelen en foetussen zijn te aanschouwen, dat kán toch niet. 'Smakeloos.' Lichamen tentoonstellen die wel duizenden jaren mee kunnen, dat staat bovendien op gespannen voet met de vergankelijkheid. Is de spreuk niet: uit stof zijt Gij geboren, en tot stof zult Gij wederkeren?
De CDU is veruit de grootste partij in Baden-Württemberg en de kerken in deze deelstaat hebben grote invloed. Maar de directie van het Landesmuseum, dat voor een belangrijk gedeelte wordt gefinancierd door de regionale overheid, legde de protesten naast zich neer. Zij vond de argumenten van Von Hagens om de lichamen wél te exposeren sterker. Niet alleen de medische wetenschap heeft baat bij de plastination (studenten kunnen bij wijze van spreken elke cel bestuderen), maar ook het grote publiek.
In de catalogus legt de professor zijn bedoelingen uit: “De belangstelling van mensen voor hun eigen lichaam is groot. Deze tentoonstelling verhoogt het gezondheidsbewustzijn. Iedereen kan met eigen ogen zien welke gevolgen een ongezonde levenswijze heeft. De tentoongestelde preparaten nodigen tot nadenken uit.” Dat blijkt in de praktijk te kloppen. Nogal wat bezoekers bezweren bij het zien van de zwarte longen en de kapotte aderen het roken subiet op te zullen geven.
Op één punt kunnen de organisatoren zich vinden in de bezwaren van de critici: de sensatielust zou wel eens op een ongezonde manier aangewakkerd kunnen worden. Georg Eiswirth: “Dat is een reëel gevaar. Daarom houden enkele psychologen een enquête onder de bezoekers. Komt daaruit naar voren dat de sensatie een belangrijke rol heeft gespeeld om naar Mannheim te komen, tja, dan moeten we ons nog eens beraden of we verder het land intrekken met deze tentoonstelling.”
Wat de motieven ook mogen zijn, de belangstelling is enorm. In Japan kwamen meer dan een miljoen mensen op de expositie af, in Mannheim in enkele maanden tijd al meer dan een kwart miljoen. Wachttijden van twee uur zijn geen uitzondering. Sinds een paar weken zijn op enkele dagen de openingstijden verlengd tot tien uur 's avonds. Gepland was 'Körperwelten' tot 1 februari te laten lopen, maar door de grote toeloop is er een maand aan vastgeplakt.
De catalogus is al weken uitverkocht. Alleen voor journalisten zijn er nog een paar exemplaren. “Stop 'm goed weg in dit plastic zakje”, zegt de persvoorlichtster. Lachend: “Als de bezoekers zien dat je een catalogus hebt, vliegen ze je aan. Voor je het weet, sta je hier ook tentoongesteld.”
Bij de ingang van het museum hangt een waarschuwing: de expositie kan religieuze gevoelens kwetsen. Een concessie aan de CDU en de kerken. Bovendien mogen kinderen niet zonder begeleiding naar binnen. En overal kunnen de bezoekers te rade gaan bij deskundigen, die in groten getale aanwezig zijn.
Bij de uitgang ligt niet alleen een gastenboek waarin de bezoekers hun mening kunnen opschrijven, maar ook een concept-wilsverklaring die alleen maar even ingevuld en ondertekend hoeft te worden. Bij het gastenboek is het druk. Een snelle blik leert dat de meeste reacties positief zijn: 'prachtig', 'fascinerend'. Een enkeling is teleurgesteld: 'wat een kleine tentoonstelling, ik had veel meer willen zien'.
Bij het tafeltje met de wilsverklaringen is het opvallend rustig. Wie zou na zo'n expositie die door merg en been gaat meteen enthousiast en spontaan z'n lichaam ter beschikking van professor Von Hagens willen stellen? Eerst maar eens wat frisse lucht scheppen.
© - Alle rechten voorbehouden.
Lees de gebruiksvoorwaarden.