*

 
dossier

Archief

Marktdenker wijst christenen op crisis van alle deugden

Door: redactie − 26/08/95, 00:00

Van onze redactie economie DOORN - Christen-democraten verwachten teveel heil van solidariteit. Dat vindt de liberale marktdenker M. Kinneging. De Leidse wetenschapper maakte gisteren, tijdens de 'Conventsconferentie' in Doorn, korte metten met de christen-democratische visie op de goede samenleving. “U staart zich dood op een deelaspect van het probleem.”

“De crisis van onze tijd is niet de crisis van solidariteit. Het is de crisis van alle deugden. Solidariteit is een belangrijke deugd, natuurlijk, maar níét de basis van een goede samenleving. Wie dat denkt, verwart het deel met het geheel”, was gisteren de diagnose van de Leidse wetenschapper tijdens de landelijke discussiebijeenkomst van christelijke organisaties.

“Je heb distributieve deugden en produktieve deugden. Die twee horen bij elkaar. Solidariteit is een distributieve deugd. Als er niets geproduceerd wordt, valt er niets te verdelen”, poogde hij zijn gehoor te overtuigen. Met zijn betoog over deugden koos hij een toon waarmee hij zijn gehoor van mensen uit bedrijfsleven, maatschappelijke en kerkelijke organisaties raakte. Met zijn visie op de samenleving, waarin een grote rol voor het marktmechanisme, zat hij daar echter verder vandaan.

“We zijn als samenleving gedemoraliseerd. We zijn het besef van deugden kwijt geraakt.” En hij somde er een paar op: Hard werken, redelijkheid, discipline, zelfstandigheid, spaarzaamheid, netheid, durf. “We stellen geen eisen meer aan onszelf en aan anderen. De heersende moraal is om niet te moraliseren. Dat is nihilisme, geen liberalisme”, verdedigde hij zich - tenslotte sprak hij tot een zaal vol 'erfvijanden'.

J. Donner, voorzitter van de Wetenschappelijke raad voor het regeringsbeleid, mocht de christen-democratische visie op de goede samenleving uit de doeken doen. Daarmee was hij overigens snel klaar: “Die christen-democratische visie is er niet”, stelde hij. Maar natuurlijk maakte Donner toch een ruwe schets. Daarin is er een belangrijke rol voor de overheid èn voor de markt, waar het gaat om het vormgeven van de samenleving. Tegelijkerijd relativeerde hij het belang van de overheid.

“Mensen leven in relatie tot anderen”, zo zette hij zich af tegen het individualisme van de liberalen en benadrukte hij de verantwoordelijkheid van mensen zelf. Het leven in gemeenschappelijke verbanden, noemde hij als een van de kenmerken van de goede samenleving in de christen-democratische visie. “We gaan een verwarrende tijd tegemoet”, besloot Donner. “De oplossing vergt publieke visie en particuliere idealen.”

P. Kalma van de Wiardi Beckmanstichting, het wetenschappelijk bureau van de PvdA, kon met het thema 'de goede samenleving' niet uit de voeten. “Het is soms al te goed, en soms niet slecht genoeg.” Liever sprak hij over 'de betere samenleving', en hoe die te bereiken. Ook hier geen vastomlijnd ideaal, maar een 'politiek project' dat telkens verandert. Maar de beginselen liggen wel vast: gelijkheid, vrijheid en solidariteit.

“Het zuivere marktperspectief van de liberalen miskent de waarde van de brede verzorgingsstaat”, vond Kalma. Hij vindt dat ook milieudoelstellingen en andere waarden, zoals een 'ontspannen arbeidsbestel' recht moet worden gedaan. “Werk, werk, werk vind ik veel te beperkt van opzet”, bekritiseert hij zijn eigen kamp.

Geldstromen

Kalma stelde zich de vraag of de mondialisering zonder kritische kanttekeningen moet worden geaccepteerd. Hij noemde de geldstromen die nu frank en vrij over de aarde vliegen naar waar het beste rendement zit. “Ik heb me erover verbaasd dat er zo weinig politieke geluiden over opstijgen”, aldus Kalma.

“Zonder idealen vervlakt ons leven”, stelde conventsvoorzitter H. Blankert in zijn inleiding. Misschien was het verzoenend bedoeld: diezelfde ochtend deed hij in een interview in Trouw er zijn over beklag dat de kerken te ver van de werkelijkheid afstaan en daardoor niet inspirerend zijn voor christelijk maatschappelijke organisaties.

Dagvoorzitter theoloog en ethicus G. Manenschijn maakte direct dankbaar gebuik van de geboden ruimte: “Er zijn nieuwe visies nodig”, vond hij. “We kunnen niet volstaan met de oude aan te passen.” Maar een dergelijke veranderingsgezindheid klonk noch in de christen-democratische, noch in de sociaal-democratische visie op de goede samenleving door.

mailIcon print |