*

 
dossier

Archief

Radicaal en waardig testament 'BLUE'

MARK DUURSMA − 10/03/94, 00:00

Amsterdam-Rialto en Haags Filmhuis.

Een bezoek aan 'Blue' is een bijzondere ervaring. Je weet precies wat je te wachten staat: gedurende 76 minuten een egaal blauw doek, zonder enige afbeelding of afwisseling. Verrassing is uitgesloten, zo lijkt het. Toch stemt de verwachting niet overeen met de ervaring. Het is niet te voorspellen wat er gebeurt tijdens vijf kwartier staren naar een blauw beeld. Zeker niet als je geest wordt geprikkeld door een prachtige geluidsband. Noodgedwongen maakt iedere bezoeker zijn eigen film.

Halverwege de jaren tachtig maakte Derek Jarman bekend besmet te zijn met het HIV-virus. Vanaf dat moment fungeerde hij tegen wil en dank als woordvoerder en activist, omdat zeker in Engeland slechts een enkeling met de ziekte naar buiten treedt. 'The Garden' uit 1990 is verwant aan 'Blue': ook in die film geeft Jarman een verzameling hoogstpersoonlijke associaties prijs, toen nog voorzien van beelden. Ik had grote moeite met 'The Garden'; het was me te particulier. De nadrukkelijke, kitscherige enscenering van onbegrijpelijke taferelen leidde dermate af, dat het commentaar verloren ging. Bij 'Blue' is dat probleem opgelost: alle aandacht gaat uit naar de tekst en naar de muziek.

De geringe prikkeling van het oog wordt ruim gecompenseerd door die van het oor. De geluidsband van 'Blue' is een wonderschone combinatie van muziek, gesproken tekst en geluidseffecten. De muziek werd gecomponeerd door Simon Fisher Turner, de teksten gesproken door John Quentin, Nigel Terry, Tilda Swinton en Jarman zelf. Voor deze stemmen schreef Jarman een collage van poezie, herinneringen, observaties in het heden en bespiegelingen over de kleur blauw, af en toe ruw onderbroken door cynische opmerkingen over de aftakeling van zijn lichaam en de behandelingen in het ziekenhuis. Als in een hoorspel klinkt opeens een fietser, als in een concert opeens een flard a capellazang. Al die geluiden vormen samen een harmonieuze compositie. Niet altijd doorzichtig, wel steeds prikkelend.

Natuurlijk wordt hier en daar smalend gedaan over 'Blue'. Mensen kunnen beter thuis gaan luisteren, een dia was goedkoper geweest, dat soort opmerkingen. Onzin. 'Blue' vergt meer van de zintuigen dan menig andere film, juist in een zaal met goede projectie (ondertiteling of krassen op de kopie zijn taboe) en geluidsinstallatie (de stereo- effecten zijn cruciaal). Bovendien raakt de ervaring aan andere disciplines, wat het als film nog boeiender maakt. Als installatie in het museum zou men te snel doorlopen. Net als bij een opera kan men voor- of achteraf de cd beluisteren met het tekstboek ernaast, iets wat sowieso aan te bevelen is. Cd en boekje met Nederlandse vertaling zijn te koop.

Ironisch is Jarmans kanttekening bij smakelijk uitgevoerde anti-aids campagnes en opgewekte leuzen als 'Leven met aids'. Dat laatste zal hem niet lukken, constateert hij. “Het bewustzijn wordt hiermee vergroot, maar iets anders gaat verloren. Realiteitszin verdrongen door theater.” Met 'Blue' doet Jarman in feite hetzelfde. Zijn tekst is zo lyrisch, dat ook bij hem de ellende van de ziekte vaak plaats maakt voor de schoonheid van de taal. Maar dan slaat hij terug met een droge opsomming van de 42 mogelijke bijwerkingen die met het medicijn DHPG gepaard gaan.

Op de rand van het graf gunt Jarman ons zijn overpeinzingen over leven, ziekte en dood. “Deze ziekte geeft je ervan langs/Net als je haar begint te vergeten/Een kogel achter in je hoofd/Zou gemakkelijker zijn.” Een waardiger afscheid dan 'Blue' is moeilijk denkbaar.

mailIcon print |