*

 
dossier

Archief

Opgeruimd

CORNELIS VERHOEVEN − 27/08/98, 00:00

'Opgeruimd staat netjes', werd ons vroeger voorgehouden. Wie die wijsheid had bedacht, weet ik niet, maar er moet een spelletje in gelegd zijn met de dubbele betekenis van het woord 'opgeruimd'. Want allicht had het betrekking op de wanorde die wij in huis achterlieten en waarvoor wij zelf verantwoordelijk werden gesteld. Wij moesten die rommel opruimen en aan de kant zetten om daardoor ruimte vrij te maken voor andere dingen. Zo'n vrije ruimte, waarin alle dingen hun plaats hadden en die als het ware vanuit een open midden lag te wachten op nieuwe bestemmingen, heette 'opgeruimd'. Door het opruimen werd zij meer overzichtelijk en toegankelijk. Dat was allemaal heel letterlijk waar, maar het ontging ons natuurlijk niet dat de moralisten die ons opvoedden, bij 'opgeruimd' ook aan een zeer positief gewaardeerde karaktertrek dachten, een blijmoedige instelling die, als de actie geslaagd was, van het gezicht af te lezen moest zijn.

De opgeruimde buitenkant werd geacht te verwijzen naar een binnenkamer zonder stofnesten, gepieker en muizenissen. En wie echt netjes wilde zijn en aan alle verwachtingen wilde beantwoorden, bande die muizenissen resoluut uit zijn hoofd.

De opgeruimdheid waartoe wij op deze manier werden aangespoord, indirect en met enig raffinement, was dus niet zo maar een blijmoedigheid of een natuurlijk gegeven - want daar kun je niet toe aansporen - maar een morele prestatie en het effect van een ingreep, het opruimen en het scheppen van orde. Het moralisme van de aansporing en de verdienste van de opgeruimdheid bestond erin een negatief uitgangspunt of een stadium van somberheid aan de kant te zetten of te boven te komen door een kordaat optreden tegen zorg of verwarring.

Die zonneschijn kwam na de regen of zat achter de wolken. In de opgeruimdheid mocht eventueel nog wel iets te bespeuren zijn van de inspanning die het had gekost orde op zaken te stellen. Ik herinner mij heel wat opgeruimde gezichten waarvan de pedagogische bedoelingen nogal nadrukkelijk afstraalden en ik weet nog, hoe deprimerend zo'n aanstekelijk voorbeeld kon werken. Maar ik herinner mij gelukkig ook veel gezichten die er opgeruimd uitzagen zonder de indruk te wekken dat er veel op te ruimen was geweest. Daar schijnt altijd de zon over en die zijn pas echt aanstekelijk. Je ziet zo'n gezicht en je weet het weer: zo móet het niet zijn, zo ís het eenvoudig. Het is meer om te benijden dan om na te volgen en de aanblik daarvan draagt meer bij tot blijmoedigheid dan aansporingen ooit zouden kunnen.

Er wordt wel over 'opgewekt' gesproken in verband met een stem of een brief, maar 'opgeruimd' lijkt voorbehouden te zijn voor de blijmoedige toegankelijkheid van een gezicht. Het gezicht is misschien wel de spiegel van de ziel, maar het is vooral ook de ruimte waarin mensen elkaar ontmoeten en ontvangen en die zij daarvoor vrij houden. In die ruimte zijn mensen te kwetsbaar om te kunnen liegen en dus veroordeeld tot weerloze eerlijkheid. In een opgeruimd gezicht zien wij niet zozeer de sporen van wat er opgeruimd en weggeveegd is, maar verbazen wij ons eerder over het feit dat er bij nader inzien zo weinig op te ruimen valt of dat het sommige benijdenswaardige mensen zo weinig moeite kost om bereikbaar te blijven zonder opdringerig te worden. Bij het zien van zo'n gezicht kun je op de gedachte komen dat het niet ons eigen willen en kunnen is waardoor wij opgeruimd worden, maar de ruimte die anderen vertegenwoordigen, eenvoudig door er te zijn.

mailIcon print |