Tournee t/m april. Deze week: Veenendaal 11, Sittard 14 en Antwerpen 18.
“Op 12 februari 1993 ging het doek voor mijn neus dicht. Ik kon niet verder. Ik zal die dag nooit vergeten. Ik zag het daarna niet meer zitten. Ik dacht: de koek is op.” Met die woorden begint Toon Hermans de tweede helft van zijn programma. De show waaraan hij refereert, was gewijd aan zijn overleden vrouw Rietje.
Hij had gedacht zijn enorme verlies draaglijker te kunnen maken door over haar te gaan vertellen en zingen. Maar hij raakte daarbij steeds vaker overmand door emoties en gedesillusioneerd brak hij de voorstelling uiteindelijk vroegtijdig af.
Het gaf een onvoldaan gevoel en niet eens zozeer voor zijn publiek. Dat bewaart immers genoeg dierbare herinneringen aan de twaalf one-man-shows die Toon Hermans de afgelopen veertig jaar maakte en het is dan ook zo met hem begaan, dat het zijn verdriet wel kon invoelen. Maar hij had vooral zelf het idee dat hij nooit goed afscheid had genomen.
Bijna tachtig
Dus toen het afgelopen jaar, na een sombere periode, het theaterbloed weer begon te stromen, besloot hij toch weer te gaan optreden. Of dat een verstandige keuze was, vroegen velen zich af. Hermans is bijna tachtig en het gevaar is groot dat het wéér een mislukking wordt. Bovendien: hoe treurig was het Wim Kan nog op hoge leeftijd te zien optreden. Hij die nog zo graag wilde, toen het eigenlijk niet meer kon.
De scepticus die bevestiging zoekt voor zulke bedenkingen, krijgt genoeg waar voor zijn geld bij de nieuwe theatershow van Toon Hermans. Hij is inderdáád een oude man geworden - zelfs medelijdenswaardig soms. Bijvoorbeeld wanneer hij weer eens zijn tekst kwijt is en dan hulpeloos naar zijn souffleuse in de coulissen staart. Of wanneer je zijn stem hoort breken, die dikwijls krachteloos zwak klinkt. Of als je je realiseert dat deze artiest zo groot was en dat daar nog slechts een schim van over is.
Respect
Gelukkig is er evenveel reden met andere ogen naar hem te kijken en vanuit eerbied en respect over hem te spreken. In dat geval zie je de levende theaterlegende Toon Hermans die het publiek nog niet kan missen, terwijl andersom precies hetzelfde geldt. Op deze premièreavond ervaar je tussen hen beiden vanaf het eerste moment de chemie waar Toon Hermans op doelt als hij spreekt over wat er gebeurt op zo'n avond in dat mooiste huis van de stad.
Hij komt oplopen en krijgt een staande ovatie die minutenlang duurt. Vervolgens zingt hij een nieuw liedje, waarvan het publiek het makkelijke refreintje ongevraagd luidkeels begint mee te zingen. En een ieder zit meteen al op het puntje van zijn stoel, luistert verwachtingsvol naar zijn anekdotes, reageert spontaan en uitgelaten op wat hij zegt of vraagt, deelt instemmend zijn optimistische levensvisie ('Ik zing van het leven dat zo prachtig is') en geeft er steeds weer blijk van hem door en door te kennen.
Speels
Dat blijkt onder meer als hij speels refereert aan items uit zijn vroegere repertoire, zoals een cross-talk met zijn toneelmeester, de klassieke conférence over 'Snieklaas' of zomaar zo'n herkenbaar zinnetje als 'Ik had dus een tante...' Maar ook uit de reacties op de wederwaardigheden die hij debiteert uit zijn persoonlijke leven, zoals zijn armoedige jeugd als Limburgs 'mènneke', zijn carrière als komiek ('Ik deed gewoon mensen na, maar u heeft van mij theater gemaakt') en natuurlijk het droeve verlies en gemis van zijn echtgenote.
De theatermagie die Hermans hier zo moeiteloos creëert, bestaat tussen hem en de oudere generatie. Die kent de toppen van zijn carrière en wenst ook vertegenwoordigd te zijn in de nadagen, dus tijdens deze theatertour. Deze show is dan ook louter bedoeld voor het contact tussen Toon Hermans en dat trouwe publiek.
Wie niet kan delen in het innige contact dat al sinds jaar en dag tussen hen bestaat, kan het onbehaaglijke gevoel krijgen aanwezig te zijn op een feestje waar hij eigenlijk niet thuishoort. Toch moet zelfs een koele buitenstaander op sommige momenten iets van Hermans' vroegere roem zien gloren. Bijvoorbeeld wanneer de oude meester in de eerste helft enkele keren letterlijk en figuurlijk op zijn praatstoel gaat zitten.
En nog meer als hij in de tweede helft grotendeels nieuwe liedjes vertolkt bij het zesmans combo van Coen van Orsouw. In enkele daarvan, veelal getooid met verrassend sterke melodieën, klinkt de grote kunstenaar plotseling sterk door. Dan hanteert hij zijn pen als zijn penseel en schildert ontroerend prachtige en aansprekende taferelen.
In een van die nummers zingt hij plotseling de zin: 'De zon gaat onder, maar zij gaat niet uit.' Een toepasselijker motto is voor Toon Hermans en deze show niet denkbaar.
© - Alle rechten voorbehouden.
Lees de gebruiksvoorwaarden.