Scholen voor voortgezet onderwijs vinden het steeds belangrijker om leerlingen te trekken. Maar een goed uitgewerkt plan hoe ze dit moeten doen, ontbreekt vaak. Scholen hebben geen 'breed gedragen marketingconcept', concludeert Ad Heijboer in een onderzoek waarop hij onlangs afstudeerde aan de Open Universiteit. Ze denken vooral aan het onderwijs dat ze bieden en niet aan de wensen van ouders en leerlingen. In zijn onderzoek brengt de leraar de wensen van in totaal ruim duizend betrokkenen bij het Oranje Nassaucollege in Zoetermeer - ouders, kinderen en leraren - in kaart. Daaruit blijkt dat een slimme school zich zowel op ouders als op kinderen moet richten. Beide groepen verschillen sterk als het gaat om de keuze voor een middelbare school.
Ouders kiezen naar eigen zeggen vooral voor een school die leerlingen met problemen extra begeleidt, die zorgt dat er geen lessen uitvallen en die spijbelaars aanpakt. Het percentage geslaagden op school zegt hen minder. Het kan de ouders het minst schelen of de school een modern gebouw heeft en of er aandacht is voor godsdienst. Ook het gevaar dat hun kind afzakt naar een lager schoolniveau, doet er volgens hen weinig toe. Kinderen in de hoogste klas van de basisschool vinden het meest belangrijk of het gezellig op hun toekomstige school is, of de lessen goed georganiseerd zijn en of de leraren stimulerend zijn. Het minst belangrijk vinden ze de afstand tussen huis en school, of ze bij hun broer of zus op school komen en of de school openbaar is of van een godsdienstige richting.
© - Alle rechten voorbehouden.
Lees de gebruiksvoorwaarden.