*

 
dossier

Archief

Boze vluchtelingen reageren zich af op VN-politie

JAMES KLIPHUIS − 17/02/97, 00:00

BRCKO - “Brcko is Servisch en blijft Servisch - wat ons betreft voor altijd!” In het centrum van de Noord-Bosnische, door Serviërs beheerste stad toont een Servische vrouw zich best tevreden met de uitkomst van de arbitrage over de toekomst van Brcko.

Die arbitrage houdt onder meer in dat de stad voorlopig in handen van de Serviërs blijft. “Luistert u eens”, lacht ze, “als de moslims één fatsoenlijke reden zouden hebben gehad om recht te doen gelden op Brcko zouden ze daar wel mee op de proppen zijn gekomen! Wat zegt u? Dat er besloten is dat de moslims nu moeten kunnen terugkeren omdat ze hier vroeger gewoond hebben, omdat ze hier huizen hebben? Schei toch uit met die onzin. Dit is al eeuwenlang Servisch gebied. De moslims zijn pas veel later gekomen, ze hebben met opzet hun bevolking laten groeien zodat het leek alsof ze in de meerderheid waren. Maar dit is óns gebied, wíí hebben hier onze wortels.”

De stemming onder de Serviërs in Brcko is licht triomfantelijk. Het lijkt de meesten te ontgaan dat het eind-oordeel van de arbitragecommissie inhoudt dat de stad alleen voorlopig in handen van de Serviërs blijft, en dat in de tussentijd de door ethnische zuiveringen verjaagde Moslims en Kroaten het recht op terugkeer moeten kunnen uitoefenen. En als ze zich ervan bewust zijn, stellen ze zich gerust met de gedachte dat elders in Bosnië weinig tot niets terecht is gekomen van het in het Dayton-akkoord vastgelegde recht van vluchtelingen om terug te keren.

De status van Brcko bleek tijdens de onderhandelingen over Dayton zo moeilijk te liggen dat werd besloten de zaak maar in handen te geven van een arbitragecommissie die er een jaar op zou mogen studeren. Beide partijen, de Bosnische Serviërs en de Federatie van moslims en Kroaten, tillen zwaar aan de status van Brcko: de stad ligt op een kruispunt dat voor de Serviërs van strategisch belang is, omdat ze via een nauwe corridor het westelijk met het oostelijk deel van de Republika Srpska verbindt.

Voor de Federatie is het aan de grensrivier Sava gelegen Brcko vooral van economisch belang: de provisorisch herstelde brug over de rivier zou moeten worden gerepareerd en er zou een haven moeten worden aangelegd waardoor Brcko zou moeten uitgroeien tot Bosniës springplank naar Europa.

Donderdag was de essentie van het eindverslag van de arbitragecommissie al uitgelekt: dat de Serviërs Brcko mogen houden. Dat nieuws had in Brka, een door vluchtelingen uit Brcko bewoond dorp vijf kilometer ten zuiden van de stad, onmiddellijk tot relletjes geleid: in de dorpsstraat werden barricaden opgeworpen, en de woede ontlaadde zich op vertegenwoordigers van de internationale gemeenschap - met name de witte jeeps van de IPTF, de politie van de VN die erop moet toezien dat de lokale politie zijn werk doet. Blauwe VN-vlaggen werden daarbij aan repen gescheurd, een poging om een VN-jeep te kantelen werd gestaakt toen de bestuurder een goed heenkomen zocht. Niemand raakte gewond, maar berichten over de ongeregeldheden in Brka leidden meteen tot gespannen waakzaamheid bij de Servische autoriteiten in de stad.

Op dat moment heerst serene rust op het bureau-Brcko van de IPTF, waar eerder op de dag de honderd extra aangevoerde internationale politiemensen te horen hebben gekregen dat ze de komende twaalf dagen diensten van twaalf uur op, twaalf uur af zullen moeten gaan draaien. Die wordt wreed verstoord als een in burger geklede Serviër met een militaire houding en een gezicht als een donderwolk het gebouwtje binnenkomt. “De commissaris van politie”, fluistert de uit Bangladesh afkomstige dienstdoende IPTF-man, terwijl hij zonder merkbaar resultaat aan de knoppen van zijn communicatie-apparatuur draait. Een Brit, namens de VN in Brcko belast met 'civiele aangelegenheden', snelt toe. Zijn kennis van het Servisch blijkt onvoldoende.

De Servische politiechef wendt zich abrupt tot onze tolk en geeft haar opdracht te vertalen wat hij te zeggen heeft: “Ik heb informatie dat er twintigduizend Moslims naar de stad onderweg zijn. Kunt u dat bevestigen of ontkennen?” De Brit maakt omtrekkende bewegingen: “Volgens mij is alles in orde. Als er wat aan de hand zou zijn zou ik het weten.” De commissaris laat zich zo niet afschepen. “Dat is niet goed genoeg. Ik eis dat die mensen worden tegengehouden voor ze in de stad zijn.” Het kost de nodige energie om hem ervan te overtuigen dat alles rustig is.

In Brka is gemeentesecretaris Adnan Pasalic bitter gestemd. “We hebben dit niet zien aankomen”, zegt hij. “Voor de oorlog hadden we in Brcko (dat voor 57 procent uit Moslims bestond) geen enkel probleem met de Serviërs. De spanningen die hier in 1992 tot massale ethnische zuiveringen hebbben geleid kwamen allemaal van buitenaf, ze zijn ons opgedrongen. En nu kan ik niet om het gevoel heen dat de internationale gemeenschap ons makkelijker onder de duim denkt te kunnen houden dan de Bosnische Serviërs - en dat ons daarom dit onrecht wordt aangedaan”.

In een koffieshop in de stad zitten de 15-jarige Davor en Srecko op hun paasbest opgedoft te wachten tot het tijd is om naar de disco te gaan. “De meisjes van Brcko zijn de mooiste van heel Servië”, vertellen ze. Hun hobbies zijn rockmuziek, volleybal en vissen in de rivier - waarbij ze moeten uitkijken voor mijnen. Iets te drinken slaan ze beleefd af: “Wij zijn sporters” - wat ze er niet van weerhoudt de ene sigaret met de andere aan te steken.

Ze volgen de prestaties van het voetbalelftal van Brcko nauwgezet. “Jammer dat ze alleen in de Servische competitie kunnen meespelen, en niet aan het Europese voetbal mogen meedoen.” Een gevolg van het feit dat de Republika Srpska volgens Dayton deel uitmaakt van Bosnië-Hercegovina en geen onafhankelijk land is - al geven de Bosnische Serviërs dat niet graag toe. Volgens Davor hoeft niets een terugkeer van de moslims naar de stad in de weg te staan. “Ik heb al die tijd contact gehouden met mijn vriendjes in Brka. Waarom zouden we niet weer gewoon naast elkaar kunnen leven, net als vroeger?”

mailIcon print |