*

 
dossier

Archief

Otto Sterman: puur, prachtig en rechtlijnig

MART SMEETS − 22/11/97, 00:00

Soms kwam hij op een oude fiets de straat in. Hij reed mooi langzaam, bijna als in een sur-place. Dan zwaaide hij ons royaal toe en dan wisten we dat het goed met hem ging. Vaak liep hij. Rustig en op 't gemak. Als een mens zonder haast, een uitstervend ras. Het beste was Otto Sterman als hij inhield en mee ging spelen. Pardon? Ja, mee ging spelen. Dan zette hij zijn tas of zijn foudraal op de stoep en stroopte hij de mouwen op.

Tjerk en ik waren aan het gooien, met een honkbal dus, en honkbal was Otto's liefde van lang vervlogen jaren. Hij kende de regels al toen niemand in Nederland 'baseball' kon uitspreken. Hij was ergens midden in de zeventig, maar het ging hier niet om leeftijd. Hij pakte de kleine knuppel en liep statig naar het midden van de straat. Ik knielde als catcher achter hem, Tjerk gooide en Otto speelde een meesterlijk mime-spel.

Hij liet alle ballen passeren, ook als ze dik 'slag' waren, maar daar ging het niet om. Hij speelde, hij was Jackie Robinson, hij was de grote zwarte slagman en hij toonde ons een mimiek die onovertroffen was. Echt, Bill Cosby moet het vak van hem geleerd hebben. Otto kromde de rug, zwaaide de knuppel heen en weer en was de sterhonkballer die daar, middenop het asfalt van half-sjieke straat in Amsterdam-Zuid een toneelstukje stond op te voeren.

Tjerk vond dat machtig, zeker als Otto er bij ging vertellen. Over de rol van de zwarte sportman, waar hij een hele mooie, niet scherpe, maar wel uitgesproken mening over had. Over Michael Jordan die hij een zoon van God noemde, over Patrick Kluivert en de andere, zwarte, jonge Ajacieden die hij op afstand de oren waste met de nog steeds fabelachtige zinnen: “Bescheidenheid is een luxe-artikel bij de hedendaagse voetbaljeugd en niet te koop. Dat weten die jongen mannen niet. Ze denken dat het te koop is, net zoals een Rolex of een Porsche.”

Otto Sterman was een wijs man en wist heel veel van sport. Hij was ooit verzorger van de nationale honkbalploeg en spelers als Hudson John, Simon Arrindel en Hamilton Richardson hebben in hem een machtig voorbeeld gehad. Richardson noemde hem 'I spy', naar de populaire (zwart-wit) televisie-serie en Sterman vond dat een juiste aanspreekvorm. Hij was sportleraar en wat niet meer? Hij begreep sport, hield van voetbal, haatte de opsmuk van sky-boxen en kon daar prachtig over verhalen.

Nooit kregen ze hem een VIP-box in, stelde hij met zware stem en rollende ogen. Bijna briesend kwaad kon hij doen als hij vertelde over de nieuwe kaste die hedendaagse sport ging leiden. Otto was puur, prachtig rechtlijnig, maar ook begripvol als anderen de rechte lijn niet konden vinden.

Tjerk kon ademloos naar de statige man luisteren. Dat gebeurde vaak op straat. Spelende en vooral met een bal spelende kinderen hadden zijn aandacht. Hij bleef op de stoep staan kijken, moedigde aan en bood aan keeper te zijn in een partijtje. Maar...hoe kon dat nou? Otto (zoals we hem mochten noemen) was een oude man. Nog niet stijf en stram, maar wel oud en kon hij op doel staan? Neen, hij speelde dat, zoals hij altijd speelde.

Zondagochtend, heel vroeg. Tjerk en ik waren aan het gooien, het geluid van de harde honkbal in de lederen flap van de handschoen klonk als een pistoolschot: peng...peng. Dan kwam hij buiten, applaudiseerde voor ons en wij kwamen naar hem toe. Hij complimenteerde ons: vroeg opstaan en met je lijf bezig zijn, dat was goed. En wat hij ging doen? Hij toonde zijn dwarsfluit, hij ging een vroeg concert geven, ergens in een kerk vlakbij het Vondelpark.

Hij vroeg de bal, Tjerk gooide voorzichtig en met een boog en hij ving. Dan maakte hij een machtige werpersbeweging, fabelachtig in zijn uitoefening en gooide hij de bal terug. Vervolgens zwaaide hij ons een goede zondag toe en liep hij langzaam, met de mooiste, bijna voorname tred die ik ooit gezien heb, de straat uit. Op de hoek draaide hij zich om en riep: 'Two strikes, one ball' en maakte een honkbalscheidsrechtersbeweging. Onovertroffen, fantastisch, warm en menselijk.

Otto Sterman was een prachtig mens. Hij leerde Tjerk en mij heel veel over zwart en wit.

Eigenlijk hoop ik dat God zwart is.

mailIcon print |