DEN HAAG - Als Nederland al militairen en wapens levert voor de bescherming van vluchtelingen in Oost-Zaïre, dan zal die bijdrage aan een internationale vredesmacht zeer klein zijn.
Die beperking komt in de eerste plaats door de huidige schroom in politiek Den Haag: het parlement is ronduit beducht voor nieuwe avonturen met de krijgsmacht in verre vredesoperaties. De ellendige ervaringen van de koninklijke landmacht in 1995 in Srebrenica zijn nog te vers.
Minister Voorhoeve van defensie zette de deur voor Nederlandse militaire inzet donderdagavond toch op een kier. Hij stelde strikte voorwaarden: Nederland kan alleen leveren aan een vredesmacht die door een serie grote landen wordt aangevoerd; er moet een resolutie van de VN-Veiligheidsraad liggen; de doelstellingen van een militaire operatie moeten helder en uitvoerbaar zijn; de risico's voor het personeel mogen niet onaanvaardbaar hoog liggen.
De Tweede Kamer zal dit keer scherper dan in het begin van de jaren negentig (vlak na de reorganisatie van de krijgsmacht) tegengas geven aan al te soepele plannen voor het uitzenden van Nederlandse blauwhelmen. Een partijgenoot van Voorhoeve, het VVD-Kamerlid Van den Doel, waarschuwt nu al: “Wel Nederlandse hulp voor humanitaire operaties in Zaïre, geen Nederlandse militaire rol in Afrika.”
PvdA en CDA zijn ook terughoudend, maar geven de minister van defensie iets meer ruimte. Zij sluiten het zenden van militairen niet uit. CDA'er Verhagen: “Wij zeggen niet bij voorbaat ja of nee. Voedel- en medicijnenhulp zullen daar beschermd moeten worden, net als de eventuele corridors voor de vluchtelingen. Maar zolang we de voorwaarden niet kennen, hebben we geen oordeel.”
Een tweede probleem dat de parlementariërs aanvoeren, is de capaciteit van de krijgsmacht. Toen Defensie werd aangepast aan nieuwe wereldwijde taken onder de vlag van de VN, werd afgesproken dat er vier vredesoperaties tegelijkertijd aangepakt moesten kunnen worden. Nu zit de landmacht met zowel een transporteenheid als een pantserinfanteriebataljon in voormalig Joegoslavië.
Verder heeft de luchtmacht nog steeds F 16's staan op de Italiaanse basis Villafranca, ook een onderdeel van de vredesmacht in Bosnië. De marine is net terug uit de Adriatische Zee, maar heeft nog wel Orion-verkenningstoestellen in het Middellandse-Zeegebied. Als begin volgend jaar de nieuwe kleinere vredesmacht voor Bosnië wordt gevormd, zal Nederland daarvoor troepen leveren.
PvdA-Kamerlid Zijlstra: “We zitten dus wel zo'n beetje aan onze tax met dit soort operaties. De toestand in Zaïre is dramatisch en er moet iets gebeuren. Maar Nederland kan niet veel meer doen in zo'n internationale actie.” Ook zijn collega's wijzen op het probleem, dat militair personeel nu al verplicht wordt, eens in de anderhalf jaar een uitzending naar het buitenland te accepteren. Juist bij eenheden die snel een blauwe VN-helm kunnen opzetten, zoals de transporteurs van de landmacht en de mariniers, begint dat schema te knellen. Volgende week, tijdens het debat over de defensiebegroting, gaan trouwens in elk geval VVD en PvdA aandringen op uitbreiding van het aantal mariniers en commando's.
Gemakkelijker dan bewapende militairen kan Defensie wel personeel beschikbaar stellen voor een humanitaire operatie, waarvoor minister Pronk dit weekeinde in een Europese missie voorbereidingen probeert te treffen. Komt die hulp van de grond dan heeft Voorhoeve transporttoestellen beschikbaar.
Ook kunnen zogeheten noodhulpteams worden ingezet, die momenteel in oprichting zijn. Dat zijn ploegen van tien tot vijftien militairen, geniepersoneel, waterzuiveringsdeskundigen en artsen. Maar voor hen blijft gelden, dat zij alleen kunnen werken, als er een vorm van bewapende internationale bescherming is.
- Pagina 5: Zaïre
© - Alle rechten voorbehouden.
Lees de gebruiksvoorwaarden.