Over de toekomst van de universiteiten moet minister Ritzen vanaf december in de slag met een oud-ambtenaar: drs. M. Meijerink stapt van het ministerie over op de VSNU. De secretaris-generaal wil weleens wat strategischers, en de VSNU wil weleens geleid worden. Maar wie volgt Meijerink nu op?
Vroeg op de donderdagmorgen was de secretaris-generaal van het ministerie van Onderwijs, Rien Meijerink, nooit op kantoor. Dan gaf hij economie, op een meao in Den Haag. Wie bij Onderwijs werkt moet toch weten wat lesgeven is?
Binnen de verhoudingen op het ministerie was dat vooruitstrevend. Want hoewel de officiële opvatting er luidt dat lesgeven schit-te-rend werk is, melden ambtenaren zich nooit aan als er een banenruilproject met scholen is. Leraren, omgekeerd, wel.
Meijerink kwam in 1990 naar Onderwijs, als de nieuwe secretaris-generaal: de ambtelijke topman. De nieuwe SG was een oude kennis van de toenmalige staatssecretaris, Wallage, uit Groningen. De een was er wethouder onderwijs, de ander verbouwde er de gemeentelijke organisatie. Op dat Groningse verleden leunde Wallage wel vaker.
Wallage nam voor lief dat Meijerink partijloos was, terwijl de benoeming van een secretaris-generaal doorgaans een partijgevoelige kwestie is. Vóór Meijerink was B. de Haan (CDA-lid) een Deetman-benoeming, en was G. Scholten (VVD) er een van Pais. Anderzijds was het geen geheim dat Meijerink wel PvdA stemde. Meijerink zelf vond z'n partijloosheid handig: dat suggereerde neutraliteit.
Meijerink kwam van Defensie naar Onderwijs om er te reorganiseren. Er moest een eind komen aan verkokering en specialisme bij de ambtenaren, want dat had in het recente verleden voor brokken gezorgd. Hoge ambtenaren moesten voortaan generalist zijn.
Meijerink stapt nu over op de universiteitenclub VSNU, en die overstap is opmerkelijk. Niet alleen omdat de VSNU, na maanden van vruchteloos gezoek, nu binnen een week een nieuwe voorzitter vond. Ook, omdat Meijerink met z'n overstap afscheid neemt van z'n eigen specialisme: de vraag hoe de ambtenarij moet werken. En ten derde, omdat de ambtelijke baas van een ministerie weinig weet van het hoger onderwijs.
Wie volgt Meijerink op? Twee ambtenaren zijn nu al een béétje secretaris-generaal - de een de plaatsvervangende, de andere de loco. Maar of Ritzen die benoemt is de vraag. De een (dr. F. Mertens) is wel van de juiste partij, maar heeft meer de rol van freischwebende Intelligenz dan van manager. De ander (mr G. Blokdijk-Hauwert) is weliswaar vrouw, maar ja - van het CDA.
Van de PvdA zijn, capabel zijn om het ministerie (dat er sinds een jaar de cultuur en de media bij heeft) opnieuw tot een geheel te smeden, van het vrouwelijk geslacht zijn: aan die criteria moet Meijerinks opvolger liefst alle drie voldoen. De opvolger kon daarom weleens niet uit de ambtenarij, maar van buiten komen. Uit de Tweede Kamer, bij voorbeeld.
© - Alle rechten voorbehouden.
Lees de gebruiksvoorwaarden.