Tournee. Series in Diligentia, Den Haag (27/2 t/m 2/3), Stadsschouwburg Utrecht (20-21/3 en 18-19/5), Stadsschouwburg Groningen (4 t/m 6/4) en De Kleine Komedie, Amsterdam (1 t/m 11/5).
Na drie succesvolle theaterprogramma's tussen 1984 en 1990 nam Brigitte Kaandorp een jaar rust. Ze wilde de accu opladen en schaven aan haar theaterperformance. Dat typetjesspel van een stoethaspelige kwebbeltante die voornamelijk onzinnige liedjes en verhalen uitkraamt, vond ze inmiddels te beperkt voor weer nieuwe variaties. In 1991 kwam 'Kunst', maar in plaats van iets nieuws bood die vierde theatershow toch vooral meer van hetzelfde, hoe amusant en professioneel dan ook. Wat Kaandorp wilde, was dus niet gelukt; wat Kaandorp niet meer wilde, besloot ze vervolgens maar niet meer te doen. Ze nam opnieuw vrij, deed er vervolgens nog een jaartje bovenop vanwege de geboorte van haar kind en ging pas in 1994 weer voorzichtig optreden. Eerst via een ensemblerol in een theaterkomedie van Paul Haenen; het afgelopen seizoen met een voorstelling waarin ze zichzelf als het stralende middelpunt presenteerde. Het was een pretentieloos tussendoortje; met de podiumassistentie van haar regisseur Bert Klunder en een muzikaal combo gaf zij toen een beperkt aantal optredens in het Amsterdamse multifunctionele complex 'Marcanti Plaza'. Nu staat zij voor het eerst weer met een volledig theaterprogramma op de planken.
In 'En vliegwerk' schikt Brigitte Kaandorp zich toch weer grotendeels naar de eenzijdigheid van haar vertrouwde theaterperformance. Want natuurlijk beseft zij dat de 'beperking' daarvan, die haar dus ook wel eens ernstig bezwaart, nog altijd haar grootste kracht vormt. Als zij begint te vertellen, zoals over haar eigen bevalling of de opvoeding van haar kind, begint dat steeds als een terzijde, die zij veelal traag inzet met 'trouwens. . .' en pas vijf à tien minuten later beëindigt met 'dus'. Daartussenin maakt zij dan plotseling veel vaart en rusteloos kwebbelend stapelt zij herkenbare realiteit en logica op tal van gekke en overdreven uitspraken en idiote situaties. Op deze manier bouwt zij een nieuw absurd-komisch verhaal, zoals alleen Kaandorp dat kan. In dit programma heeft zij al die anekdotes, hoe springerig en hakketakkerig dan ook, gecentreerd rond één thema, te weten: 'Gelukkig zijn kost veel tijd, maar het is het waard'. Zij presenteert het alsof het hier een cursus betreft, die zij heeft opgebouwd via acht praktische tips. Bijvoorbeeld: neem een huis, een man en een kind, geniet gerust van burgerlijk 'suffe dingen' als Center-Parks, NS-dagtochten en de Libelle en gedraag je toch vooral naar het voorbeeld van je verstandige ouders. Hoewel deze rode draad haar steeds volop de ruimte biedt voor grappige uitweidingen, zit hij al met al wel erg strak om de voorstelling gespannen. De echte uitstapjes die zij maakt, zijn daarom een welkome afwisseling. Dat geldt voor enkele hilarische typeringen, maar toch het meest voor haar liedjes. Helaas zijn die in dit programma zeer spaarzaam vertegenwoordigd, terwijl zij toch de hele avond drie muzikanten achter zich heeft staan. Dat vind ik vooral zo jammer, omdat Brigitte Kaandorp als comédienne onveranderlijk sterk blijkt, maar juist aantoont met haar liedrepertoire wèl een belangrijke ontwikkeling door te maken. In 'En vliegwerk' zingt zij, op aanstekelijke eigen melodieën, namelijk drie prachtige liedjes over liefde ('Het is heus niet met vuurwerk en violen'), geluk ('Ik wil varen zonder anker; ik wil leven zonder angst') en troost ('Als het niet meer gaat, dan moet je komen'). Eén keer zegt Kaandorp plotseling, tussen neus en lippen door: “Hoe gelukkiger ik word, hoe serieuzer en somberder mijn liedjes zijn.” Vanaf dat moment zit ik steeds te denken: wanneer krijg ik toch eindelijk eens meer te zien van die kant van Brigitte Kaandorp!
© - Alle rechten voorbehouden.
Lees de gebruiksvoorwaarden.