*

 
dossier

Archief

Schaamte, een ondergeschoven kindje

MARLIES KIEFT − 06/01/96, 00:00

Schaamte is het gevolg van een innerlijke spanning tussen wat we willen zijn en wat we in feite zijn.

Een rechtzinnige predikant preekte eens in een zeer orthodoxe gemeente. In plechtige stilte beklom hij de preekstoel. Klaar om de gewijde aanvangswoorden te spreken zakte hij plotseling door het daarin aangebrachte vlondertje (voor kleine dominees) en verdween uit het zicht. Toen hij weer tevoorschijn kwam zei hij: 'Ik wist niet dat ik zelfs voor deze gemeente te zwaar was.'

De anekdote staat in het maandblad van de centrumgemeente Hart van Utrecht dat zich deze maand aan het thema 'schaamte' wijdt.

Schaamte, citeert het blad de theoloog Coert Lindijer, is in de westerse psychologie en theologie een ondergeschoven kindje. “Alle ogen van therapeuten en godgeleerden waren bij hun cliĆ«nten tot voor kort gericht op de drukkende last van schuld.” Dat schaamte tegenwoordig meer aandacht krijgt heeft volgens hem te maken met onze postmodernistische, individualistische cultuur. “Onze maatschappij is gericht op slagen, op niet verliezen. Je moet het als individu maken. (. . .) Als we falen, als ons huwelijk of onze carrière mislukt, zijn we daar gevoeliger voor dan vroeger. Schaamte is een antwoord op dat falen.”

In onze onzekere, tastende tijd past schaamte beter dan normen en waarden, vindt Lindijer. “Bij schaamte begin je bij de mens zelf, bij schuld begin je bij het gebod.” Tegelijkertijd gelooft de theoloog dat uit schaamte weer normen en waarden kunnen voortvloeien. “Als je je ergens voor schaamt is dat kennelijk belangrijk voor je.”

Ome Geer

“Broeder, hoe is het met je geloof?” De vraag werd gesteld aan ds. Wim van der Aa, Gereformeerde Bondspredikant in de Nederlandse hervormde kerk en lid van het landelijk bestuur van de Samen op Weg kerken. Een confronterende vraag, schrijft Van der Aa in het blad Kerkinformatie, orgaan van de drie Samen op Wegkerken. De vragensteller was een 'gereformeerde broeder' en hij was alweer weg voordat Van der Aa kon antwoorden en dus antwoordt hij nu via Kerkinformatie want hij vindt het wel een goede vraag. Maar hij krijgt het er ook warm van, want met al het vergaderen over Samen op Weg, al het gehijg en gehol, lijkt het soms wel of hij zijn geloof verliest. “En die broeder maar vragen: hoe is het met je geloof. . .”

'Ome Geer', een oude boer van 93, hielp hem weer terug op z'n pootjes, schrijft Van der Aa. 'Manneke, God doet 't ermee, dan gij en ik ook! Ge geleuft toch zeeker in God 't allermest en nie in de rest? Ge verliest dat geleuf toch nie? Want we krijgen geen tijd het weer op te zoeken!' ''

Nico ter Linden gaat de Bijbel herschrijven. Het staat er sec, deze eerste regel van een column in het blad Opdracht en Dienst van de bond van gereformeerde bijbelstudieverenigingen, maar het staat wel dreigend vetgedrukt. De schrijver van de column B. van Oeveren is dan ook helemaal niet blij met dat plan van de voormalige predikant van de Amsterdamse Westerkerk. Laatstgenoemde zei vorig jaar tegen de Volkskrant: “De bijbel is een volstrekt ontoegankelijk boek waar zonder uitleg geen bal van te snappen valt.”

Symboolbijbel

De bezorgde kritiek van Opdracht en Dienst is: 'Brengt ds. Ter Linden de Christus der Schriften?' De schrijver haalt een aantal uitspraken van de predikant aan die hem hieraan sterk doen twijfelen. Het Oude Testament heeft zijn voorkeur, aldus Van Oeveren. Ter Linden heeft gezegd: “De verhalen in het Nieuwe Testament zijn ook prachtig, maar het zijn eerder maggiblokjes. . . ze zijn gecomprimeerd.” Verder neemt Ter Linden, volgens de columnschrijver, het geboorteverhaal van Jezus niet letterlijk en noemt hij het verhaal dat Jezus over het water liep een 'droomverhaal'. Ter Linden wil de symbooltaal van de Bijbel dichterbij de mensen brengen. Maar de schrijver zegt geen behoefte te hebben aan zo'n 'symbool-bijbel'. Wat hem betreft: “Was Nico ter Linden maar pastor gebleven in het ontkerstende Amsterdam in die 'Ouwe Wester', maar dan met dàt evangelie, dat ons de blijde boodschap brengt van het kind in de kribbe, de Man aan het kruis, onze opgestane Heer en Heiland.”

Hoe maak je het thema 'dood' bespreekbaar voor kinderen? Door sprookjes, zegt verteller/theoloog Peter Vermaat, in het antroposofisch veertiendaags tijdschrift Jonas. Deze maand geeft hij een workshop 'Doodgewoon: sprookjes vertellen over de dood' tijdens het congres Doodnormaal, verdriet en rouw bij leerlingen georganiseerd door het Katholiek Pedagogisch Centrum.

Om met jongeren direct over de dood te praten werkt vaak niet, zegt Vermaat, want jongeren gaan niet dood. “Doodgaan overkomt ouderen, daar hebben zij helemaal niets mee te maken. Totdat er een keer een klasgenootje van zijn fiets gereden wordt. Dan is het dichtbij en voelen ze allemaal even wat doodgaan is. Maar dan is het eigenlijk al te laat om erover te praten.”

Sneeuwwitje

Vermaat vertelt kinderen verhalen over de dood zonder dat die bedreigend is: Sneeuwwitje, Doornroosje, Roodkapje. . . Door deze verhalen wordt volgens de theoloog de basis gelegd waardoor het onderwerp bespreekbaar is geworden.

“Sprookjes lenen zich zo goed als instrument om over de dood te praten, omdat ze spreken in beelden en metaforen. Die spreken de intuïtie aan en niet het verstand.” Volgens Vermaat zijn jongeren ontvankelijker voor het aanvoelen van deze beelden.

En: “In sprookjes zie je vaak dat de liefde sterker is dan de dood.”

mailIcon print |