Een poosje geleden kwam ik bij een verstandelijk gehandicapte, die zelfstandig woont, maar af en toe begeleiding nodig heeft. Hij is gek op muziek en bezit veel cd's. Als ik bij hem kom, draait hij altijd een of andere cd voor me met muziek die hij mij wil laten horen. Hij denkt dat ik alles mooi vind. Hij heeft nooit genoeg cd's en koopt er meer dan zijn geld hem toelaat. Daarom hebben zijn begeleiders de afspraak gemaakt dat hij een poosje geen cd's meer koopt om uit het rood op zijn rekening te komen. Een paar maanden deed hij dat prima, maar toen kreeg hij een aantrekklijke reclame van een cd-club. Het ging om een aanbod van drie cd's voor een tientje waarmee men een jaar lid wordt van de club, met als extra welkomstgeschenk een keukenmachine. Hij vond dat alles heel goedkoop en dacht het met zijn bestelling goed te doen. De keukenmachine had hij niet nodig en verstopte hij; wie-weet kon die ooit als cadeau van pas komen. Een paar maanden later kwam er weer een cd, nu voor een andere prijs. Hij had dus geld nodig en zo ontdekte zijn zaakwaarnemer iets tussen de rekeningen. Nadat zijn cliënt alles had verteld, schreef die zaakwaarnemer een brief naar dat postorderbedrijf om de situatie uit te leggen. Maar het was te laat: de transactie had meer dan drie maanden geleden plaatsgevonden en de tijd van spijt krijgen en terugsturen was voorbij. Zo merk je dat verstandelijk gehandicapten een makkelijke prooi kunnen zijn voor deze verkooppraktijken.
Een tweede groep makkelijke prooien vormen buitenlanders. Onlangs kwam ik een verdrietige buitenlandse tegen die een probleem had met een koop aan de deur. Ze had spijt gekregen en het aangeschafte voor haar man verstopt (ik ben vergeten te vragen wat het was). Maar ook zij was er met die ene koop niet vanaf: zij moest nog minstens drie keer iets uit een catalogus bestellen: dingen die zij helemaal niet nodig had en in ieder geval te duur vond. Zij had niet begrepen dat zij voor meer had getekend dan die ene aanschaf. Ze vroeg mij hoe ze er vanaf kon komen. Ik vreesde dat ze daar een beetje te laat mee was en adviseerde haar in ieder geval op te zeggen. Mijzelf is zoiets ook een keer overkomen. Het lijkt alsof iedereen een keer die put in moet, waaruit je leert op te staan. Het kostte mij indertijd veel moeite om van de boeken die ik met grote regelmaat maar blijf ontvangen, af te komen. O, de schitterende brieven die daar dan bij zaten en die jou het gevoel moesten geven dat je met deze zending toch maar mooi het allermooiste in handen had.
Bij mensen uit het nabije Oosten, gaat het niet alleen om het taalprobleem, maar speelt ook de cultuur een beetje mee. Zij durven niet zomaar 'nee' te zeggen. Als je die colporteur hebt binnengelaten en gezellig een poos hebt zitten praten, hoe kun je dan zonder aanschaf die man laten gaan? Dat mooie pak van die meneer gaf immers ook nog eens de suggestie alsof je met een dokter of professor te maken had en daarvan voelt men zich een beetje verguld. Die verkopers weten precies wat ze doen. Die handelaren die hun wortels misschien in de vroegere zijderoute hebben, moesten ons nu maar eens een beetje met rust laten. Laten ze niet in het telefoonboek juist de mensen met allochtoon-klinkende namen opzoeken. Wij hebben al ellende genoeg. Tegenwoordig wordt je steeds vaker gebeld door mensen met mooie praatjes. Zo'n telefoontje begint met belangstellende marketing-vragen, maar ontpopt zich al snel als een verkooptelefoontje. Je wordt telefonisch uitgenodigd voor een verkoop van cosmetica, of je wordt naar een bijeenkomst gelokt waar je snel rijk kunt worden; of uitgenodigd voor een presentatie van plastic bewaardozen die in de winkel veel goedkoper zijn. Ik heb zo'n bijeenkomst een keer bijgewoond en gemerkt hoe men elkaar aansteekt om die onnozele dingen te kopen. Niet alleen buitenlanders hebben er moeite mee fatsoenshalve geen 'nee' te kunnen zeggen.
Wij uit het nabije Oosten die zo gek zijn op korting en als het even kan afdingen, wij moeten ons niet zo laten inpakken door die fraai ogende kant-en-klare kortingen. Daarom gaan wij zulke dommigheden doen. Het is goed dat onze kinderen hier op school leren om 'nee' te zeggen.
Oudjaar is nu wel voorbij, maar is dat irritante bellen ook afgelopen? Of zijn de voornemens misschien om het in 1998 juist méér te doen? Ik vrees dat de gewoonte om mensen via telefoonpraatjes en verlokkende folders tot miskopen aan te zetten nog niet voorbij is.
© - Alle rechten voorbehouden.
Lees de gebruiksvoorwaarden.