De Vereniging Oud Monnickendam heeft een historische stadswandeling uitgegeven (f 2,50). Het oudheidkundig museum De Speeltoren gaat begin april weer open. Ook voor een bezichtiging van de Grote Kerk is het wachten op het voorjaar. Wie de bus (de bus naar Amsterdam rijdt minimaal elk half uur) net gemist heeft, kan nog een eindje wandelen langs de vestingwal. Jammer dat die boot op Marken niet meer vaart.
'Gouwzee Werf nog een kwestie van tijd', kopte een plaatselijke krant in Monnickendam onlangs. Maar de stamgasten in café de Zwaan zijn daar niet zo zeker van. “Dat houden ze nog geen jaar vol. Da's een doodgeboren kind”, zegt één van hen. In De Zwaan voelen ze meer voor de supermarkt. “O, maar die supermarkt komt er niet”, zeggen de winkelende dames op de markt, even stellig. “Da's een prestigezaak van de wethouder. De mensen hier hoeven zo'n supermarkt niet.”
De commotie betreft niet zozeer het in de afgelopen zomer gepresenteerde bestemmingsplan van B & W. Dat er iets moet gebeuren aan de almaar afnemende bedrijvigheid in het oude Zuiderzeestadje is al jaren duidelijk. Het tere punt in het 'megaplan' van de gemeente is echter de bouw van een grote supermarkt op de kop van de haven. B & W hadden daar, al te voortvarend, alvast maar contact over opgenomen met een projectontwikkelaar. Een tegenoffensief kwam in de vorm van een comité Slag aan de Gouwzee, met de Monnickendammer acteur Peter Faber - 'onze Peter' volgens de winkelende dames - als initiatiefnemer: zou een historische scheepswerf op die plek niet een beter idee zijn? Daar komen toch ook mensen op af?
Binnen twee jaar zou er aan een eerste schip, een 'haringbuis', begonnen kunnen worden, zo meent de stichting De Gouwzee Werf. En daarna misschien aan een Statenjacht. Al met al wordt het een publiekstrekker van de eerste orde, meent het comité. Monnickendam zal onderdeel worden van een toeristische Gouwzee driehoek, samen met Marken en Volendam. Toerbussen op de parkeerplaats bij de Grote Kerk, dagjesmensen die op weg naar de boot voor Marken 'langs alle pareltjes van Monnickendam' kuieren. 'En niet te vergeten langs de winkels' voegt het plan er braaf aan toe, want het is vooral de middenstand die overgehaald moet worden.
Die wandeling is kort maar, zeker op zo'n nevelige winterdag, zo mooi als men zich maar kan wensen: langs de Grote Kerk, met de eeuwenoude lindeboom ervoor, en met de kosterij en de van ouderdom scheefgezakte portalen ertegenaan geleund. Langs de oude stadsherberg, en verderop aan het Noordeinde de speeltoren met z'n ruitertjes-mechanisme. Het carillon is gemaakt aan het eind van de 16e eeuw, door klokkegieter P. van den Gheyn, dat is nog vóór de tijd van de beroemde Hemony. Het stadhuis, het grote huis van zeepzieder Bruijn, elk huis heeft zijn eigen geveltje, al dan niet versierd met natuursteen. En voor ieder huis een stoepje: holle stoepen, deftige hardstenen stoepen, of stoepen van rode en gele bakstenen, en een extra diepe goot voor de afwatering van vroeger, toen de Zuiderzee nog niet was afgesloten.
Dan komt de haven met de haringrokerij en de Lange brug - Marken ligt in de verte over het water. Aan de rand van het binnenstadje zijn van die verstilde, landelijke hoekjes en achtertuintjes. Wezenland, de Fluwelen Burgwal, de treurwilg bij de ophaalbrug, vlak bij het restant van de stadsmuur en de oude Joodse begraafplaats. De vogels kwinkeleren alsof het al voorjaar is. De kraaien strijken krassend neer in de knotwilgen langs de binnengracht. Aandoenlijk onzuiver klinkt het carillon van de speeltoren.
Ach, en dan al die plannen. Die zijn allemaal al eens eerder vertoond. In het begin van deze eeuw nam de vervoersmaatschappij rondritten in haar programma op, waarbij de toeristen - een aarzelend stroompje kwam op gang met de komst van de stoomtram - per motorboot naar Marken vervoerd werden en vandaar naar Volendam. Nog weer drie eeuwen eerder, rond 1590, heeft de stedelijke overheid al eens geprobeerd de economie te stimuleren met een soort subsidie voor een scheepstimmerwerf. En waar de middenstand nu zegt dat er natuurlijk wel iets gedaan moet worden aan de parkeergelegenheid kwam men ook toen met infrastructurele maatregelen: plannen voor een 'wagenweg' naar Amsterdam. Die projecten mochten destijds niet baten. Monnickendam, van alle Zuiderzeesteden het dichtst onder de rook van concurrent Amsterdam, was met zijn dichtslibbende haven halverwege de zeventiende eeuw voorgoed over zijn bloei heen. De scheepstimmerwerven leden net als de andere industrieën - behalve misschien de visrokerij (zie het beeld van de palingroker bij de Haven) - een kwijnend bestaan.
Toch waren er omstreeks 1800 nog zes scheepswerven, bijvoorbeeld die van Firma De Haas, een van de grootste van het Zuiderzeegebied. De werf bouwde twee à drie schepen per jaar, en onderhield zo'n vierhonderd botters uit de omliggende plaatsen. In onze tijd zijn dat soort schepen varende monumenten geworden. En daar zijn er intussen al weer zoveel van, dat er emplooi voor een restauratiewerf in zit. Een historische scheepswerf klinkt buitengwoon logisch op deze plek.
Er is hier in Monnickendam al eens een burgemeester beroemd geworden om een zeeslag. De Slag op de Zuiderzee was dat, in 1573, en die burgemeester was admiraal Cornelis Dirkszoon, de aanvoerder van de Geuzenvloot. En nu is er dus de Slag aan de Gouwzee. Maar of je als burgemeester beroemd kunt worden om een supermarkt, lijkt zeer de vraag.
© - Alle rechten voorbehouden.
Lees de gebruiksvoorwaarden.