Er ligt een verfrommelde gebaksdoos in de stalen prullenbak, maar dat is dan ook het enige feestelijke op het Haarlemse parket van de officier van justitie. Geen bloemen, geen slingers of resten confetti, geen spandoek met 'Frits bedankt!'. Er komt geen etentje, en aan een feestje met de partners erbij wordt al helemaal niet gedacht. Van Straelen, die maandag de lange jacht op Urka succesvol kon afsluiten met een vonnis van zes jaar gevangenisstraf, zit al weer in de dossiers. Alsof er niets gebeurd is.
De persofficier C. Hemmes-Boender zei direct na het vonnis nog dat Haarlem door de veroordeling van Urka eindelijk was verlost van het IRT-spook. Eerder beet justitie de tanden stuk op deze bende toen uitkwam dat de politie in het zogenoemde Delta-onderzoek zelf mega-partijen drugs had doorgelaten om informanten in de criminele organisatie te laten klimmen. Het onderzoek moest worden stopgezet, een parlementaire enquête volgde en verantwoordelijke ambtenaren werden ontslagen of overgeplaatst. De enquête kostte zelfs de kop van de twee politieministers. Dus, waar zijn in Haarlem na deze revanche de sporen van de ontlading?
Van Straelen: “Natuurlijk heeft Kennemerland dat IRT-verleden, al heb ik zelf nooit een lijn met dat team gehad. Maar mijn personeel had er wel last van. Ik heb wel begrepen en ook gemerkt dat de IRT-affaire hier en daar diepe wonden heeft geslagen. Omdat binnen het nieuwe kernteam mensen werken die ook vóór deze affaire met Urka bezig zijn geweest, heeft het onderzoek en het resultaat voor hen duidelijk een wat andere betekenis. Toch vind ik dat deze rechercheurs afstandelijk en professioneel met dat verleden zijn omgegaan.”
Daarom was er maandag op het Haarlemse politiebureau na het vonnis dan wel een bijeenkomst waar men elkaar feliciteerde, maar juichend was deze niet. “Het team is tevreden, en ontzettend blij dat de rechtbank zo heeft geoordeeld. Maar we zijn niet zo uitbundig. Het past ook niet te denken in termen van winnen of verliezen. Ik als officier heb een taak en die voer ik zo goed mogelijk uit. Ik was ervan overtuigd dat we een schoon onderzoek hadden gedraaid, en het is zeer bevredigend als je dan in het vonnis hoort dat alle bezwaren van de verdediging worden doorgestreept. We hebben ons verhaal dus ook aan de rechtbank duidelijk kunnen maken.”
Van Straelen heeft de afgelopen twee jaar zeer intensief aan het dossier-Urka gewerkt, met zeven dagen per week piket. “Vrijwel elk weekend ben ik gestoord omdat er weer bepaalde ontwikkelingen waren, ook 's nachts. Er moesten dan opeens mensen geobserveerd worden of afgeluisterd. En dat grijpt behoorlijk in je privé-leven in.”
Van Straelen leefde in de dossiers, en kreeg langzamerhand beelden van de personen die hij najaagde, zonder dat hij ze ooit had ontmoet. “Ik had zelfs geen foto van Urka. In juni 1996 zag ik hem voor het eerst. Ik had er bewust voor gekozen bij zijn huiszoeking aanwezig te zijn. Het was een bijzonder moment toen ik hem eindelijk sprak. Ik had dat dossierbeeld van hem, de verdachte met al die delicten op zijn naam. En toen zag ik in Urka opeens die volstrekte rust; een normale man zonder crimineel uiterlijk. Een heel gewone vent”, die ook een geheel andere, gewelddadige kant heeft, zo liet Van Straelen meermalen op de zitting merken.
In die lange periode van intensieve aandacht voor één van Nederlands grootste drugshandelaren, heeft Van Straelen ook iets met Urka gekregen. “Ik bewonder zijn professionaliteit. De wijze waarop hij zijn zaken had georganiseerd, dwingt enig respect af. Hij was een goed vakman, voorzover je criminaliteit als vak kunt zien. Die objectiviteit bezit ik dus wel, ik kan daar een zakelijk oordeel over geven. Maar als persoon bewonder ik hem niet. En het is ook knap hoe hij zich op de zitting staande heeft gehouden. Er worden allerlei dingen over je gezegd, je wordt op woorden vastgepind, je wordt geprikkeld. Maar hij heeft een bepaald beeld van zichzelf willen scheppen, en daarin is hij behoorlijk geslaagd.”
De sfeer waarin het proces tegen Urka werd gevoerd was een totaal andere dan tijdens de Hakkelaar-zaak voor de rechtbank, toen verdachten geblindeerd in gepantserde auto werden aangevoerd, en een arrestatieteam continue in de zaal aanwezig was. De officieren in die zaak profileerden zich als ware crime-fighters en lieten via een verslaggever die hen mocht volgen zien hoe zij tegen de misdaad vochten.
In de Urka-zaak is één keer verbaal geweld uit de hoek van het openbaar ministerie gekomen: de keurige officier Van Straelen raakte geïrriteerd en bezigde het woord malicieus! “We hebben heel bewust voor die low key aanpak gekozen en Urka als een gewone hasjhandelaar behandeld. Objectief was er voor ons ook geen aanleiding met extreme maatregelen te komen. Maar ik vind ook principieel dat het strafproces vervuilt als je buiten de rechtszaal allerlei standpunten gaat innemen”, zegt Van Straelen indirect verwijzend naar de Amsterdamse collega's.
“Verder heb ik er nooit aan getwijfeld dat Urka veroordeeld zou worden, maar in welke mate bleef onduidelijk. Het bewijs lag immers niet voor het oprapen. Tactisch gezien is het dan heel verstandig om geen grote broek aan te trekken. We dachten constant: we zullen het nog moeten waarmaken. En dat noopt je tot een zekere ingetogenheid.” Maar zo'n gepopulariseerd proces past ook in het geheel niet bij de persoon Van Straelen. “Klopt”, zegt hij met een bijna verlegen glimlach. “Dat is heel juist.”
Justitie in Haarlem maakte in de jacht op Urka geen gebruik van omstreden opsporingsmethoden, maar kon hem veroordeeld krijgen door degelijk en bijna traditioneel politie-onderzoek. “Toch ben ik absoluut niet bevreesd om risico's te nemen. Als er zich een kroongetuige had aangediend, had ik hem genomen. Ik vind ook dat als je met dit werk bezig bent, je het lef moet hebben grenzen te verkennen, dingen te doen die niet eerder zijn gedaan. En dat hebben we ook gedaan. We zijn het eerste politieteam geweest dat E-mailverkeer heeft kunnen aftappen. Dat heeft ontzettend veel voeten in de aarde gehad. Urka's boekhouder Ed S. surfte nogal wat op Internet, en we wilden graag weten wat hij deed. Juridisch gezien is dat tappen geen probleem, maar praktisch gezien wel. Aanvankelijk wilden we de provider medewerking vragen, uiteindelijk hebben we het direct kunnen doen. Dat was heel innovatief.”
Vanwege het bijeengaren van al die grote en kleine strafbare feiten noemde Urka's raadsman C. Korvinus de officier onlangs een 'postzegelverzamelaar'. Van Straelen: “Maar ik heb toch een aardige collectie samengesteld die een behoorlijke meerwaarde blijkt te hebben.”
Van Straelen heeft nooit aan het succes getwijfeld, Urka hing immers al voor belastingfraude. Toch bleef het onderzoek naar de overige delicten zeer moeizaam. Hij noemt als voorbeeld de eerste keer dat de Pakistaan uit de bende zich in Nederland liet zien. “Hij checkte uiteindelijk in bij een hotel, en midden in de nacht was iedereen stand-by om de telefoon in de hotelkamer af te luisteren. Hotel werkte mee, de PTT werkte mee, en toen kregen we technische problemen waardoor we pas konden afluisteren toen hij het hotel weer verliet.” Of die keer bij de telefoonwinkel waar de bende een fax zou versturen. “Alle lijnen konden afgetapt worden, maar je gelooft het niet: net het ene nummer waarop de fax was aangesloten, stond niet op naam van die telefoonwinkel. En deze viel dus buiten de geprepareerde tap.”
Toeschouwers veronderstellen dat Van Straelen zal moeten afkicken na twee jaar Urka. Niets is minder waar. “Ik doe nu weer milieudelicten en arbeidsongevallen; verrukkelijk! Dat is toch veel meer rechtspraak dan de zaak-Urka. Ik vervolg boeren die boos zijn omdat wij vinden dat ze niet goed met de mest omgaan. Heel concreet, en minstens zo belangrijk. Dicht bij de dagelijkse werkelijkheid. En daar zijn we toch eigenlijk voor.”
© - Alle rechten voorbehouden.
Lees de gebruiksvoorwaarden.