*

 
dossier

Archief

'Een paar uur wegmijmeren bij iets moois'

ERIC HORNSTRA − 06/06/94, 00:00

Hebben schakers meer behoefte aan buitenlucht dan de gemiddelde mens? Het lijkt er op. Tijdens het VSB-toernooi stoof Kasparov naar buiten na verlies tegen Ivantsjoek. De Oekraïner deed in de slotronde hetzelfde en gisteren, bij het NK, liep favoriet Sokolov druk gesticulerend rond het speelgebouw. Schaken is wreed, zoals het leven dat soms ook is. Ivan Sokolov weet wat maatschappelijk leed is. Hij woont in Nederland, zijn ouders proberen het hoofd boven water te houden in Sarajevo.

Het uitnodigingsbeleid van de KNSB geldt als bijzonder soepel. Wie als buitenlander in Nederland gesettled *is en zich als bondslid heeft aangemeld, kan tot het nationale toernooi worden toegelaten. Sosonko - reeds lang tot Nederlander genaturaliseerd - was de eerste schaker die van dat recht gebruik maakte. Kortsjnoi, Cifuentes en nu ook Sokolov volgden zijn voorbeeld. De laatste kreeg zijn uitnodiging, toen Jan Timman - met een toernooi in Dortmund en een kandidatenmatch tegen Salov voor de boeg - te kennen gaf, niet in Amsterdam te willen spelen.

Voor de Bosniër - onlangs in Madrid tweede in een ijzersterk (categorie 16) toernooi en met een rating van 2650 op papier de grootste favoriet - was de eerste kennismaking een teleurstellende. In een mum van tijd ontregelde Sosonko in de eerste ronde de Grünfeld-Indische opbouw van de in Oegstgeest woonachtige nummer 21 van de wereld. Gisteren kwam daar een tweede schok overheen tegen de nog tamelijk onervaren Jeroen Bosch. Het zijn de kleine bedrijfsongevallen waaraan het schaken zo rijk is. Sokolov: “Ik krijg vaak de vraag voorgelegd of de situatie in mijn vaderland van invloed is op mijn spel. Of ik punten laat liggen, omdat mijn gedachten elders zijn. Ik antwoord daar altijd ontkennend op. Misschien speelt het op de achtergrond mee, maar je mag je er niet achter verschuilen. Voor elke schaker geldt dat je slechte en goede toernooien speelt. Tijdens de partij doe ik alsof er buiten het schaken niets bestaat. Dat is de beste manier om je optimaal te concentreren.”

De man met de stevige haardos vestigde zich anderhalf jaar geleden in Nederland. Daarmee maakte hij een einde aan een zwervend bestaan. Kort nadat Sarajevo onder Servisch vuur kwam te liggen, vertrok de toen 24-jarige Sokolov naar een toernooi in Spanje, niet beseffend dat de koffer die hij bij zich had, voorlopig zijn enige bezitting zou zijn. Een lange rondreis van toernooi naar toernooi, van hotelkamer naar hotelkamer, begon, slechts onderbroken door een kortstondig verblijf op de Far Oer-eilanden, waar hij de lokale schaakamateurs wat training mocht geven. Navelstreng

“Daar kreeg ik eindelijk rust”, vertelt de Joegoslaaf, wiens ouders nog steeds in Sarajevo zitten. Sokolov kon op de geïsoleerde eilandengroep naar hartelust wandelen en vissen. “Zo kwam ik weer een beetje in balans, voor zover je daar in mijn situatie van kon spreken.” Tot dat moment (juli '92) bleef telefonisch contact met 'thuis' op gezette mogelijk. In de maanden die volgden zag Sokolov ook die navelstreng doorgesneden.

Een ontmoeting in Hongarije met de familie Piket was bepalend voor het vervolg van zijn schaakcarrière. Sokolov kreeg de uitnodiging, na het toernooi van Tilburg in Nederland achter te blijven. Samen met de broers Predrag en Nebosja Nikolic kon hij een flat in Oegstgeest betrekken. “Een goede keus”, vindt Sokolov. “Nederland heeft een prima schaakklimaat. Dat zie je ook aan dit toernooi. Nationale kampioenschappen hebben doorgaans niet zo veel om het lijf, maar in Nederland wordt zo'n evenement naar een hoger niveau getild. De organisatie is goed en over het deelnemersveld mogen we niet klagen. Het NK is, met een categorie elf, sterker bezet dan ooit tevoren.”

Het samenzijn met zijn Bosnische maatjes in Oegstgeest verzachtte niet alleen de pijn, het leidde ook tot een gedurfd initiatief. In oktober van het vorig jaar kreeg Predrag Nikolic tijdens het interzonale toernooi in Biel een stoutmoedig idee. Om de 300 000 gekwelde inwoners van Sarajevo een hart onder de riem te steken, zou er in die plaats een schaaktoernooi georganiseerd moeten worden. Sokolov: “Osmanovic, de sponsor van het Bosnische team op de Olympiade, wilde daar graag financieel zijn medewerking aan verlenen en een aantal schakers gaf onmiddellijk te kennen, ongeacht de gevaren, van de partij te zullen zijn. We kregen toezeggingen van Lobron, Christiansen, De Firmian, Hulak en ook Loek van Wely durfde de uitdaging aan. Helaas was de situatie op dat moment te explosief.”

Het plan werd naar de achtergrond geschoven, maar is nog niet van de baan. De vreugdetaferelen bij de plaatselijke bevolking toen UN-soldaten in het kapotgeschoten stadion een partijtje voetbal kwamen spelen, staan Sokolov helder voor de geest. “Op zulke momenten krijgt de bevolking een signaal, dat er een beter leven bestaat. Het verandert niets aan de realiteit, maar als wij daar zouden gaan schaken, biedt dat de mensen even een uitweg. Ze hebben niet veel lol daar en door het volgen van een schaakpartij kunnen ze tenminste even een normaal leven leiden, even vijf uur lang wegmijmeren bij iets moois.”

Sokolov is van mening dat de omstandigheden voor een toernooi nu gunstig genoeg zijn, maar de overvolle schaakagenda verhindert een spoedige samenkomst in de Bosnische hoofdstad. Sokolov: “Er is nog geen datum vastgesteld voor de Olympiade, dat maakt het lastig iets te plannen. Maar er wacht de inwoners misschien een verrassing. Als alles doorgaat, komt Kasparov midden juli in Sarajevo een simultaan houden. Daar zal men heel gelukkig mee zijn. Het schaken wint het in Joegoslavië niet van voetbal en basketbal, maar is toch altijd een van de belangrijkste sporten geweest. De mensen wisten daar ook altijd precies welke prestaties ik geleverd had. Dat is heel gek. Ze weten exact wat er in de wereld gebeurt en er zijn onder de meest barre omstandigheden altijd dagelijks kranten verschenen. Ondanks de gevaren, ondanks de papierschaarste.”

“Natuurlijk is het leven er na het instellen van de safe havens een stuk beter op geworden”, constateert Sokolov. “Via een operator bel ik nu een à twee keer per week met mijn ouders en ik heb gehoord dat er zelfs weer twee bioscopen en een theater open zijn. Er geldt nog wel een soort avondklok, maar de bedrijvigheid neemt weer toe. De prijzen op de zwarte markt zijn flink gekelderd en het werk wordt geleidelijk hervat. Aan de andere kant moet je beseffen, dat negentig procent van de bevolking niets meer bezit. Alleen smokkelaars hadden de afgelopen twee jaar een bron van inkomsten, de gewone burger heeft zich in die periode in leven moeten houden door de spaarcenten op te maken. Het is fijn dat de prijzen zakken, maar als je niets meer bezit, heb je daar weinig aan.”

Van een hereniging met zijn ouders (zijn vader is Bulgaar, zijn moeder Kroatisch) durft Sokolov niet te dromen. “Ik zie me de eerstkomende jaren niet terugkeren. De oorlog is nog lang niet voorbij. En zelfs al zou er een vredesakkoord komen, dan nog duurt het jaren voordat er afspraken zijn over de verdeling van het grondgebied en de wederopbouw daarvan. Het is de vraag of men daar voor de eeuwwisseling uit is.”

Opvangbarak

“Als mijn ouders zouden willen, kunnen ze nu het land uit”, verkondigt de grootmeester. “Maar oude mensen, die daar zo lang geleefd hebben, willen niet meer weg. Ze kunnen dat besluit niet nemen. Zestig-jarigen hebben eenvoudig de energie niet meer, ergens anders een nieuw leven te beginnen. Wat zouden ze ook moeten? Ergens in een opvangbarak naar de wolken staren, is dat een gelukkig leven? Je kunt die mensen alleen maar helpen door ter plaatse hulp te bieden.”

De speler die zowel in Biel (op weerstandspunten uitgeschakeld) als in Groningen (een misser in de laatste ronde tegen Gulko) op het nippertje de kandidatenmatches miste, heeft zelf nog niet de Nederlandse nationaliteit. Hij sluit echter niet uit dat het er ooit van zal komen. “Het zou de zaken zo veel eenvoudiger maken”, vindt de pragmaticus. De tijdrovende gang langs ambassades om visa te bemachtigen voor internationale toernooien is hem een doorn in het oog. “Stel dat ik aan tien internationale toernooien deel wil nemen. Dan sta ik als Bosniër twintig dagen per jaar voor de loketten te wachten”, klaagt hij. “Iedere keer weer moet je je verantwoorden. Waar wil je naar toe? Wat ga je doen? Waarom? Hoeveel geld heb je bij je? Wanneer kom je terug? Gelet op de praktische voordelen zou het Nederlands paspoort daarom voor mij een uitstekend reisdocument zijn.”

mailIcon print |