De Best Verzorgde Boeken 1993. Tot 6 november in het Stedelijk Museum van Amsterdam. Catalogus ¿ 34,50.
Een andere bedreiging vormt de uitbesteding van drukopdrachten aan het buitenland. Floppy en fax maken het eenvoudig om kopij en beeld naar alle delen van de wereld te zenden en daar te laten verwerken tot drukwerk. De 'global village' is al in vol bedrijf. Het oude deuntje om van een bundel kopij, wat krabbels, foto's en een doosje bijeengesprokkelde dia's een boek te maken, klinkt al bijna als de keukenmuziek van pruttelpotten, theelichtjes en klompen. De strijd tussen modernisering en de vertrouwde ambachtelijke manier van werken veroorzaakt een steeds sterkere tweespalt bij de boekverzorgers. Die twee richtingen komen elkaar elk jaar tegen tijdens de bekroning van De Best Verzorgde Boeken in het Stedelijk Museum van Amsterdam.
In de vitrines op de overloop van het Stedelijk zijn negenenveertig bekroonde boeken uitgestald. Driehonderdvier inzendingen bleven buiten de schijnwerpers (het worden er elk jaar meer). Een vast onderdeel bij de presentatie vormt de catalogus van de manifestatie zelf. De CPNB (stichting Collectieve Propaganda van het Nederlandse Boek) zoekt keer op keer een ontwerper uit om die catalogus te verzorgen, bij voorkeur in een eigentijdse snit. Dit jaar is dat de net aan de Rietveldacademie afgestudeerde Thomas Widdershoven. Hij ging, geheel in de sfeer van de expositie, terughoudend te werk. Voor de presentatie van de bekroonde boekkaften liet hij fotograaf Gerrit Serné elke ontwerper het door hem ontworpen boek in de hand nemen en met het kaft naar voren op de knieën rustend close up fotograferen. Wie de foto's aandachtig bekijkt, ontdekt onbewust een relatie tussen de handen van de ontwerpers, de kleding en de boekverzorging.
Het in de catalogus opgenomen juryrapport verraadt eveneens een zekere terughoudendheid. De helder geschreven teksten van jurylid Lucas Bunge (hij doet het jammer genoeg voor de laatste keer) ademen de sfeer van 'wij oude mensen van het vak onder elkaar'. Hoe nauwkeurig ze elk schaap afzonderlijk ook hebben willen scheren, de waardering voor vaste conventies laveert door het hele rapport.
Neem de beoordeling uit de categorie 'Literatuur' bij de bundel van Leopold Adriaan. De jury gromt dat boekontwerper Piet C. Cossee de 139 noten in het boek er zonder adempauze heeft ingezet en dat de gedichten zonder enig systeem bovenaan de pagina of middenin zijn geplaatst. Verder is er kritiek op het niet zo best geplaatste 'nawerk', en tot besluit volgt dit merkwaardige argument: 'het doet er allemaal niet zoveel toe omdat de traditie een stootje kan hebben'. Zo gaat de waardering uit naar een niet-vormgegeven boek dat geheel tijdloos aandoet. Het klassiek vormgegeven boek krijgt bijval, dat is de trend. Het maakt de selectie vergeleken met vorig jaar wat minder kleurrijk en experimenteel. Alsof de jury het corset van de oude typografische wetgeving weer heeft willen aantrekken. Het merendeel van de bekroonde boeken zegt in de vormgeving geen woord te veel. De afwijkende inzendingen met meer typografische malligheden springt daardoor des te brutaler in het oog.
De vorig jaar veelbesproken catalogus van het vormgevers- duo Ros/Schröder is zo'n buitenbeentje. Het boek is samen met de catalogus 'Wild Plakken', naar de gelijknamige tentoonstelling in 1993 in het Centraal Museum van Utrecht, als Best Verzorgd bestempeld. Bij de catalogus over de best verzorgde boeken heeft de schaduwjury, die nodig was omdat enkele juryleden betrokken waren bij een aantal inzendingen, het moeilijk gehad met de scheef geplaatste gegevens in het register. Desalniettemin wilde zij unaniem het boek in de selectie hebben. Er is vooral lof voor de keuze om de af te beelden boeken voor het eerst als ruimtelijke objecten te behandelen.
Ook bij de catalogus 'Wild Plakken' voel je de jury knarsetanden. Omdat ze met de vormgeving niet erg raad weet, noemt zij het in hun rapport maar een hoogtepunt van 'linkse' typografie. Zonder te vermelden dat die vorm van typografie al behoorlijk populair is buiten linkse kringen.
In de wegingen van de jury is de relatie tussen vorm en inhoud uiteraard een terugkerend onderwerp. Wie over die relatie oordeelt, begeeft zich altijd op glad ijs. Zolang 'het beste' gemeten kan worden aan strenge wetten van functionaliteit, blijft er een schimmig gebied over voor het subjectief mooie. De boekontwerper die zich alleen houdt aan de vertrouwde typografische wetten, brengt de verbeelding niet verder en toont hoogstens des butlers dienstbaarheid. Een boek dat daaraan voorbijgaat, toont zich eigenzinnig, waarbij het niet uitmaakt of het uit de computer komt of van de tekentafel. De jury zou volgend jaar wel wat meer recht mogen doen aan ontwerpers, die aan de dienstbaarheidswetten pogen te ontsnappen en die toch heel mooi drukwerk maken.
© - Alle rechten voorbehouden.
Lees de gebruiksvoorwaarden.