*

 
dossier

Archief

DIERBARE WOORDEN

CORNELIS VERHOEVEN − 16/01/97, 00:00

Een van de woorden die je amper nog hoort of leest, is 'vaderland'. Het lijkt op zijn minst door enige postmoderne ironie aangetast te zijn, om niet te zeggen dat het gebruik ervan helemaal verdacht is geworden.

Daarvoor zijn wel een paar redenen te bedenken, en je moet ze inderdaad bedenken, want er worden op dit punt geen referenda gehouden of decreten uitgevaardigd. Woorden komen en gaan niet langs de weg van de democratische besluitvorming. Een van die redenen zou kunnen Zijn dat woordcombinaties met het element 'vader-' daarin onder een bepaalde feministische druk zijn komen te staan, omdat ze de schijn wekken het tegengestelde en concurrerende 'moeder-' uit te sluiten. We kunnen dan een ander belangrijk en even dierbaar woord als 'moedertaal' te hulp roepen om het patriarchale karakter van 'vaderland', voorzover aanwezig, te compenseren, maar als een woord eenmaal besmet is geraakt, dan lijkt dit op een schudden na het gebruik.

Ik denk overigens dat er een tweede oorzaak is die mogelijk nog sterker is en berust op een nog groter misversland. Dat zou kunnen zijn, dat het woord in verband wordt gebracht met het weinig sympathiek klinkende 'natie' en met 'nationalisme'. We weten dat nationalisme niet alleen eng is in de zin van 'bekrompen', maar ook in de zin van 'levensgevaarlijk'. Het is een bron van heilloze en overbodige conflicten. Dan lijkt het voorzichtig ook woorden die in de buurt van natie en nationalisme dreigen te komen, maar liever te vermijden. Zo'n woord lijkt 'vaderland' te zijn geworden.

Zo ongeveer zou dat kunnen werken, terecht of niet, dat doet er niet zoveel toe. Wie voor de oorlog is opgegroeid en op school allerlei heldhaftige vaderlandslievende liederen heeft leren zingen over “'t Is plicht dat ied're jongen aan d'onafhank'lijkheid van zijn geliefde vaderland zijn beste krachten wijdt”, en nog meer: wie tijdens de oorlog 'den Vaderlandt ghetrouwe' heeft horen uitspreken met al de ernst en de geladenheid die de onderdrukking van buiten af daaraan kon geven, wie zelfs heeft geleerd dat “sterven voor het vaderland” in die situatie een heroïsche daad kon zijn, en wie met gevoelens van genegenheid terugdenkt aan mensen van wie wordt gezegd, dat zij voor het vaderland gestorven zijn, zal dit woord niet graag zien afgevoerd van de lijst van dingen die hem dierbaar zijn en die door een onbenullig misverstand of een gebrek aan historische kennis als politiek niet-correct gaan gelden.

'Vaderland' moet wel een groot deel van zijn betekenis danken aan de tegenstelling ten opzichte van “deel van de aarde waarop wij toevallig wonen”. Het heeft betrekking op een land dat zijn bewoners bindt door een gemeenschappelijk, veelal met bloed geschreven, geschiedenis en een gemeenschappelijke taal die het onderscheiden van alle andere streken en stukken grond en die het resoluut afbakenen binnen zijn historisch bepaalde grenzen.

Ik zeg met opzet liever niet “het land waar wij ons thuis voelen”, niet zozeer om niet op lange kosmopolitische tenen te trappen, maar omdat in het oudste gebruik van het woord 'vaderland' bij alle dierbaarheid die het had, al enige twijfel aan dat “thuis zijn” werd uitgesproken: daar gaat het namelijk helemaal niet over natie en politiek, maar staat 'vaderland' allereerst voor een definitief verblijf in het hiernamaals, het vaderhuis bij uitstek, waar wij werkelijk thuishoren, dus niet voor de herkomst van een mens, maar voor zijn bestemming. Woorden als “sterven voor het vaderland”, in de context van onze taal gebruikt, krijgen daardoor een heel ander accent dan zij in hun Latijnse equivalenten pro patria mori hadden, iets heiligs misschien wel, dat op zijn beurt enige ironie kan oproepen.

mailIcon print |