*

 
dossier

Archief

Het 'heilige moeten' van Judith Meulendijks

ESTHER SCHOLTEN − 30/01/98, 00:00

UTRECHT - Een vertwijfelde, haast verbaasde blik. Judith Meulendijks krijgt klop van een trainingsmaatje. Het koppie gaat hangen, de benen staken. De grote badmintonbelofte vervalt even in een oude fout. Ze danst niet, maar sjokt over de baan. Alsof ze de lovende woorden van haar trainer wil logenstraffen.

Ze is fanatieker geworden, had Robbie Kneefel zojuist over zijn pupil gezegd. De bondstrainer voegt daar snel aan toe: “Soms is ze nog te lief voor zichzelf. Dat mag niet op dit niveau, je moet constant hard werken. Maar haar instelling is het afgelopen jaar al enorm verbeterd. Ze gaat volwassener met haar sport om.”

Als een van de weinigen in Nederland is Meulendijks fulltime met badminton bezig. Na het behalen van haar havo-diploma, anderhalf jaar geleden, besloot ze 'prof' te worden. “Om er alles uit te halen wat er in zit. Studeren kan altijd nog.” Een vetpot is het niet. “Ik woon nog bij mijn ouders, anders zou ik het financieel niet redden.” Topsport in Nederland. Het tweedehands autootje, waarin de Helmondse enthousiast van training naar training tuft, moest uit eigen zak betaald worden. Het aankloppen bij geldschieters was tevergeefs gebleken. “Het NOC-NSF begon een lang verhaal over allerlei statussen, waar ik nog niet aan voldoe. En sommige garagehouders wisten niet eens het verschil tussen badminton en tennis, dat zegt genoeg. Badmintonnen is niet zo bekend en dan is het moeilijk om sponsors te vinden. Jammer ja.”

In een koude sporthal, weggestopt op het industrieterrein van Utrecht, werken de vrouwen van de nationale selectie zich in het zweet. Anoniem afzien op een doordeweekse ochtend. Een weinig inspirerende omgeving voor iemand die zich vorige week in Japan nog met de besten van de wereld mocht meten. Hoewel het 'een trapje lager' is, zegt Meulendijks - wars van sterallures - geen last te hebben van motivatieproblemen. “Ik stel in feite nog niks voor. In Tokio ben ik weer door een toptien-speelster van de baan geslagen. Dus ik weet wat me te doen staat.” Onder het motto 'hoe harder je voor jezelf bent tijdens trainingen, hoe beter je wordt', vecht de tiener zich in de tweede set van het oefenpartijtje knap terug.

Gedrevenheid heeft zich meester gemaakt van de kleine Brabantse. Ze wil tegenwoordig niet met 11-8 maar met 11-3 winnen. 'Het heilige moeten' begint volgens trainer Kneefel te komen. Een belangrijk winstpunt, want in het verleden was dat de zwakte van het natuurtalent. De mentaliteitsverandering betaalde zich vorig jaar uit. Meulendijks won onverwachts de Dutch Open, haar eerste Grand Prix-zege. De anders zo rustige Europees jeugdkampioene barstte destijds in huilen uit. Haar internationale doorbraak bij de senioren was een feit.

Inmiddels staat de 'nieuwe Eline Coene' een jaar eerder dan ze had gepland op de achttiende plaats van de wereldranglijst. Nog grootsere plannen heeft ze voor de toekomst. “Je ziet dat je beter wordt, daar doe je het allemaal voor. Ik wil in de toptien komen.” Een ambitieze uitspraak van een zelfbewust meisje dat weet wat ze wil, wat ze kan en wat ze nog moet leren.

De achtervolging op de Chinese en Indonesische wereldtoppers is ingezet. Maar voordat het gat gedicht is, moet er nog heel wat gebeuren. De mondiale sub-topper weet dat. Onder het vrolijk piekende korte haar verdwijnt de glimlach. Eventjes maar. Ze zegt 'maf' te zijn van haar sport en de zelfgekozen uitdaging gaat ze graag aan. Ook haar trainer geeft de missie op de lange termijn - 'over zo'n vier jaar' - een goede kans van slagen. Stap één is een trainingsstage deze zomer in China. “Om je concurrenten te kunnen verslaan, moet je immers veel tegen ze spelen.”

De Aziaten hebben volgens haar een 'natuurlijke voorsprong'. In Indonesië is badminton een van de volkssporten en in China is het aanbod van speelsters zo groot dat er op fysieke kenmerken - lengte en kracht - geselecteerd wordt, meent Meulendijks. Zelf heeft ze ook oosters bloed. Lachend: “Mijn moeder is half Chinees, half Indonesisch. De perfecte combinatie, zou je zeggen.”

Op de baan speelt de dochter van een Brabantse man volgens de Indonesische school: tactisch en technisch sterk, goed anticiperend en weinig fysiek. Het 'Chinese powerplay' ligt haar niet. “Ik speel veel vanuit mijn pols, op gevoel. Ik houd er niet van om alleen maar te beuken, enkel te clearen en te smashen.” Toch zal ze om completer te worden juist op die hardere slagen veel moeten oefenen. Dé plek om dat te leren, is China. “Ik moet zo veel mogelijk in Azië spelen om die hardheid te krijgen. Daar merk je wat echt trainen is en ook wat discipline inhoudt. Urenlang spelen ze twee tegen één, tot je er bij neervalt. Heel vaak slagen herhalen, daar krijg je vastheid van.”

Wisselvalligheid speelde Meulendijks parten na haar stunt op de Dutch Open. Meer dan eens vloog ze er op toernooien al in een van de eerste rondes uit. Ze was mat, moe, op. “Alle aandacht vergde meer energie van me, dan ik had gedacht. Terugkijkend ging ik te snel na mijn overwinning in Den Bosch weer wedstrijden spelen. Daar was ik mentaal nog niet klaar voor.” Geen moment heeft ze echter de voorbije maanden aan haar eigen kunnen getwijfeld. Vol zelfvertrouwen: “Je weet dat je het kan, dus je weet dat de ommekeer komt. Als je geen vertrouwen in jezelf hebt, houdt het op.”

Inmiddels is de accu weer opgeladen. Meulendijks is klaar voor een nieuw jaar, waarin de EK in Sofia het hoofddoel zijn. “Daar wil ik in april een medaille halen.” Maar eerst richt ze zich op de NK. Een toernooi dat ze in 1996 als broekie op haar naam schreef. Tot haar verdriet streek vorig jaar haar grote concurrente Brenda Beenhakker (thans de nummer 27 van de wereld) met de eer. Ze heeft vandaag, morgen en overmorgen dus iets recht te zetten. Last van de druk en hooggespannen verwachtingen heeft de beoogd kampioene niet. Daar is ze te nuchter voor. “Ik ben de nummer één op de Nederlandse ranglijst, dan moet ik ook bewijzen dat ik de sterkste ben en gewoon nationaal kampioen worden.”

mailIcon print |