*

 
dossier

Archief

Chloorindustrie oorzaak dioxinenprobleem

WYTZE VAN DER NAALD − 29/09/94, 00:00

De auteur is medewerker toxische stoffen bij Greenpeace Nederland.

De norm voor dioxine van de Wereldgezondheidsorganisatie is 10 picogram per kilo lichaamsgewicht per dag (een picogram is een miljoenste van een miljoenste gram). De gemiddelde Nederlander krijgt 1 à 2 picogram dioxine per kilo per dag binnen. Iemand van 70 kilo krijgt dus dagelijks 70 tot 140 picogram binnen. Dit is binnen de norm, dioxinen zijn dus geen probleem meer. Behalve dan voor zuigelingen, die via borstvoeding zeven keer meer dan de huidige norm binnen krijgen. Vandaar het moedermelkonderzoek.

Is dioxine werkelijk geen probleem? Uitgaande van het EPA-onderzoek kunnen tussen de 1500 en 15000 Nederlanders kanker krijgen door dioxine. En door die dagelijkse doses treden ook allerlei veranderingen op in ons lichaam, die kunnen leiden tot verminderde weerstand tegen ziekten, verminderde vruchtbaarheid, de baarmoederaandoening endometriose en suikerziekte. Volgens de EPA kan niet worden uitgesloten dat deze gezondheidseffecten al optreden bij de gemiddelde achtergrondblootstelling aan dioxinen.

In dit licht bezien krijgt het moedermelkonderzoek een heel andere betekenis. De onderzoekers en kinderartsen in Rotterdam en Groningen constateerden bij baby's in de leeftijd van 7 maanden een achterstand in de motorische ontwikkeling door de dioxinen. Ook werd het functioneren van het schildklierhormoon beïnvloed en was het geboortegewicht lager bij baby's van moeders met een hogere concentratie dioxinen in hun lichaam. De vertraging in de motorische ontwikkeling werd na 18 maanden niet meer gemeten, maar dat betekende voor de onderzoekers niet dat op latere leeftijd geen effecten kunnen optreden. Sommige effecten (zoals vruchtbaarheid) kunnen namelijk pas op latere leeftijd gemeten worden.

Het Nederlandse onderzoek en de EPA-studie staan niet op zichzelf. In Zweden is bij baby's van vissers een verlaagd geboortegewicht geconstateerd, waarschijnlijk door de hoge consumptie van met dioxinen en PCB's verontreinigde vis uit de Oostzee. In Taiwan zijn moeders per ongeluk aan hoge concentraties dioxinen en PCB's blootgesteld; bij de zonen van deze moeders kwamen opvallend veel minipenissen voor.

Dioxinen verdwijnen nauwelijks uit het milieu. Zelfs als ze nu niet meer gemaakt zouden worden, blijven ze nog tientallen jaren in onze voeding zitten. Onderzoekers en de overheid bekijken daarom de mogelijkheid om dioxinen uit moedermelk te filtreren voor te vroeg geborenen. Op die manier kunnen deze baby's de voordelen van borstvoeding krijgen, terwijl de nadelen van de dioxinen beperkt worden. Op korte termijn is zo'n filter misschien een goede zaak, maar het is toch niet redelijk om te veronderstellen dat in de toekomst misschien elke borstvoedende moeder een filter op haar tepel zet? Bovendien blijft de blootstelling voor de geboorte een probleem. En een dioxinen-arm dieet is een illusie. Uit diverse voedingsstudies blijkt dat het geen zin heeft om voor of tijdens de zwangerschap een dioxinenarm dieet te volgen. De dioxinen in het moederlichaam zijn het gevolg van de levenslange blootstelling. Een dioxinen-arm dieet moet dan al van kinds af aan gevolgd worden: geen vlees, vis en melkproducten.

Het gaat in deze discussie niet om de vraag of borstvoeding, vlees en vis wel of niet kunnen. Het gaat om de vraag of dioxinen nog wel kunnen. Dioxinen worden gevormd bij de verbranding van afval dat chloorstoffen bevat en in de chloorindustrie: bij voorbeeld chloorpesticiden en PVC-produktie.

Dioxinen lijken in hun werking sterk op PCB's, waarvan de produktie wereldwijd sinds de jaren zeventig wegens hun giftige werking verboden is. Een groot verschil is dat dioxinen als onbedoeld bijprodukt worden gevormd. Dioxinen verbieden is dus hetzelfde als het verbieden van alle processen waarbij dioxinen worden gevormd.

Dat verklaart de felheid waarmee de chloorindustrie de vorming van dioxinen ontkent en de giftigheid ervan bagatelliseert.

De vrees van de industrie dat dioxinen de achilleshiel van de chloorindustrie zijn, lijkt nu bewaarheid te worden. Dioxinen zijn een bedreiging voor de gezondheid: ingrijpende maatregelen en een drastische aanscherping van de innamenorm zijn onvermijdelijk. Nederland heeft zich met het Verdrag van Parijs uit 1992 verplicht om giftige en slecht afbreekbare stoffen per 2000 uit te bannen. Dat geldt dus zeker voor dioxinen.

De Nederlandse delegatie naar de conferentie van Noordzeeministers in juni 1995 in Kopenhagen werkt aan een eliminatiestrategie voor giftige en slecht afbreekbare stoffen. Het uitbannen van dioxinen moet de hoogste prioriteit hebben. De overheid kan zich niet langer beperken tot symptoombestrijding, zoals de discussie borstvoeding ja of nee, maar moet het probleem bij de bron aanpakken: bij de chloorindustrie.

mailIcon print |